VU Medisch Centrum

persbericht

Amsterdam, 12 januari
2010/002/MvB

Moedersterfte in Nederland toegenomen

De moedersterfte in Nederland is toegenomen. In de periode 1993 tot 2005 stierven gemiddeld 12,1 moeders per 100.000 levend geboren kinderen, een significante toename ten opzichte van een sterftecijfer van 9,7 in de periode 1983 tot 1992. Per jaar komt dat neer op 24 vrouwen. Dit blijkt uit onderzoek van Joke Schutte, gynaecoloog bij de Isala klinieken in Zwolle, die op 29 januari promoveert bij VU medisch centrum. De toename in moedersterfte in de onderzochte periode komt vooral doordat er meer vrouwen na de geboorte van hun kind overlijden aan een ziekte die zij al hadden voordat ze zwanger werden. Dit zijn met name hart-en vaatziekten. Tegenwoordig worden meer vrouwen met een ernstige ziekte wel zwanger, terwijl zij in het verleden vaker een negatief zwangerschapsadvies zouden krijgen. Sterfte tijdens of na de zwangerschap in Nederland komt vooral door zwangerschapsvergiftiging. Vanaf 2003 daalt dit aantal echter. Zwangerschapsvergiftiging wordt tegenwoordig eerder ontdekt en de vrouwen worden beter behandeld. Risicogroepen voor moedersterfte zijn oudere vrouwen, allochtone vrouwen en vrouwen die al meerdere kinderen gebaard hebben. Van de allochtone vrouwen hebben vrouwen uit sub-Sahara Afrika, Azië, de Nederlands Antillen en Suriname een verhoogd risico. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door de (on)bekendheid met het Nederlandse zorgsysteem, de kennis van de taal en de omvang van sociale netwerken. "Moedersterfte in Nederland komt op zich weinig voor. Maar dit onderzoek laat zien dat er wel degelijk ruimte is voor verbetering", aldus Joke Schutte.

Deel: ' Moedersterfte in Nederland toegenomen '




Lees ook