---

Brieven aan de Kamer
---

Moties bij de Defensiebegroting 2003

14-02-2003

Bij het debat over de Defensiebegroting van 2003 op 5 december 2002 betrok de Tweede Kamer tevens de behandeling van de Najaarsbrief (8 november 2002). In de Najaarsbrief werden maatregelen aangekondigd die zijn gericht op het doorvoeren van de bezuinigingen, die voortvloeien uit het Strategisch Akkoord. Tijdens de behandeling van de Defensiebegroting 2003 werden moties en amendementen ingediend, waarover de Tweede Kamer op 17 december 2002 stemde. Bij deze stemming trok de heer Van den Doel (VVD) zijn amendement in (28600-X, nr. 17) en werden de overige amendementen verworpen (28600-X, nrs. 7, 8 en 15/1). De Defensiebegroting 2003 blijft derhalve ongewijzigd. Deze brief gaat in op de moties die werden aangenomen, de reactie van de regering en de mogelijke (financiële) gevolgen ervan voor het defensiebeleid in 2003.

Begrotingsbehandeling Tijdens de begrotingsbehandeling op 5 december 2002 toonde de Tweede Kamer zich tevreden met de maatregelen op het gebied van het bereiken van grotere doelmatigheid in de defensieorganisatie door middel van ontstaffing en ontbureaucratisering. Dat geldt vooral de staven en de ondersteuning van de operationele eenheden. Er zijn op 17 december enkele moties aangenomen die worden opgevat als extra impuls om doelmatigheid en ´jointness´ verder te vergroten. Dit betreft twee moties van de heer Kortenhorst (CDA) c.s., namelijk motie 28600-X nr. 21 over het concentreren van ondersteunende functies en onderhoudsdiensten, respectievelijk motie 28600-X nr. 23 over het met andere ministeries ontwikkelen van voorstellen voor het zo doelmatig mogelijk beheren van Nederlands varend materieel, en de motie van de heer Herben (LPF) c.s. (28600-X nr. 32), over het fuseren van de wetenschappelijke opleidingen van het KIM, het IDL en de KMA. Deze moties bevestigen de koers die Defensie bij het uitvoeren van de taakstellingen uit het Strategisch Akkoord is ingeslagen. Moties nr. 21 en nr. 32 worden betrokken bij het opstellen van het Defensieplan, dat waarschijnlijk voor de zomer de Kamer zal toegaan. Op motie nr. 23 wordt hieronder specifiek ingegaan. De moties hebben geen financiële consequenties in 2003.

Tijdens de begrotingsbehandeling werden tevens moties ingediend die waren gericht op het ongedaan maken van die maatregelen uit de Najaarsbrief, die betrekking hebben op de operationele capaciteiten. Financiële consequenties in 2003 hebben vooral het ongedaan maken van het uitstel met drie jaar van de paraatstelling van het derde mariniersbataljon en de vierde compagnieën van de pantserinfanteriebataljons. In haar repliek zegde de regering toe te onderzoeken of dit uitstel te beperken is tot één of twee jaar en de wens van de Kamer ter zake voor de periode ná 2003 te betrekken bij het Defensieplan. Met deze maatregelen is in 2003 22,7 miljoen euro voor het mariniersbataljon gemoeid (kosten voor personeel, infrastructuur en uitrusting) en 1,7 miljoen euro voor de landmacht (kosten voor personeel). Ondanks deze tegemoetkoming aan de Kamer werd op 17 december de motie van het lid Kortenhorst (CDA) c.s. (28600-X, nr. 22) aangenomen, die beoogt de maatregel ongedaan te maken.

Ook thans blijft de regering van mening dat de in deze motie Kortenhorst voorgestelde alternatieve dekking van de kosten die gemoeid zijn met het ongedaan maken van de maatregelen uit de Najaarsbrief, geen soelaas biedt in 2003. Er zijn ook geen andere maatregelen gericht op het doelmatiger laten functioneren van de defensieorganisatie denkbaar, die in 2003 een dergelijke kostenbesparing kunnen genereren. De bezuiniging die voor Defensie voortvloeit uit het Strategisch Akkoord blijft echter onverkort van kracht en moet in 2003 al 147,3 miljoen euro opleveren. De regering voert deze motie derhalve niet uit.

Defensieplan De overige aangenomen moties hebben geen financiële gevolgen in 2003. Het betreft specifiek de moties 28600-X nr. 21 (zie eerder in deze brief), nr. 26 (over de instandhouding van de reserve-eenheden van de gemechaniseerde brigades), nr. 27 (over het verhogen van het investeringspercentage van de landmacht), nr. 28 (over het uitstellen van het besluit F-16´s af te stoten) en nr. 32 (zie eerder in deze brief). De regering zal bij de opstelling van het Defensieplan bezien of het binnen het budgettaire kader mogelijk is aan de wensen van de Kamer tegemoet te komen. Over de uitvoering van motie 28600-X nr. 29 van mevrouw Van Velzen (SP), over het instellen van een doorstroomregeling voor krijgsmachtpersoneel naar andere delen van de publieke sector, wordt u geïnformeerd in de tijdens het begrotingsdebat toegezegde Personeelsbrief, die u in het voorjaar toegaat.

De regering en de Tweede Kamer delen het uitgangspunt dat de maatregelen, die onvermijdelijk zijn voor het behalen van de taakstellingen, een gunstig effect hebben op het vergroten van doelmatigheid van de defensieorganisatie. Bij de totstandkoming van het Defensieplan worden ook alternatieve beleidsvoorstellen in beschouwing genomen. Voor de periode ná 2003 zouden nadere besluiten genomen kunnen worden, met inachtneming van de beperkingen van het defensiebudget, alsmede de afwegingen die in het Defensieplan en ten aanzien van het personeelsbeleid worden gemaakt.

Onderhoud en beheer van het Nederlands varend materieel De hierboven genoemde motie nr. 23 van de heer Kortenhorst (CDA) c.s. betrof het met andere ministeries ontwikkelen van voorstellen voor het zo doelmatig mogelijk beheren van Nederlands varend materieel. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is voor Noordzee-aangelegenheden het coördinerend ministerie. Met andere betrokken departementen wordt overleg gevoerd en, onder andere, onderzoek gedaan naar verbetering van het gezamenlijk in beheer en onderhoud brengen van het nationaal varend materieel. In overleg met de betrokken ministeries zal het coördinerend ministerie de Tweede Kamer op de hoogte houden over de voortgang van de onderzoekingen over dit onderwerp.

Civiel-militaire samenwerking Mede ten gevolge van de motie van de heer Van Winsen (CDA) c.s. (28600-X, nr. 25) worden de mogelijkheden voor civiel-militaire samenwerking explicieter bij de besluitvorming over het uitvoeren van vredesmissies aan de orde gesteld. In dit verband is ook het overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken van belang, waarbij ook specialisten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking betrokken zijn. Met hen wordt in het eerste kwartaal van 2003 een Beleidskader cimic opgesteld dat aan de Tweede Kamer wordt toegezonden.

Opheffen Bölkow-helikoptersquadron In de Najaarsbrief van 8 november wordt het opheffen van het Bölkow-helikoptersquadron in 2003 aangekondigd als onvermijdelijke maatregel om de bezuinigingen te behalen. Hierbij is ook een afweging gemaakt over het zelf voorzien in de behoefte aan basisopleidingen voor helikoptervliegers. Naar aanleiding van de motie Slob (ChristenUnie) c.s. (28 600X, nr. 34), waarin verzocht wordt de mogelijkheden te onderzoeken het squadron hiertoe om te zetten in een opleidingseenheid, is door de Koninklijke luchtmacht naar de kosten daarvan nader onderzoek uitgevoerd. Mede naar aanleiding van de Kamervragen van de leden Slob c.s., die werden ingestuurd op 17 januari jl. en separaat zijn beantwoord, deel ik u mee dat de onderzoekingen hebben geleid tot de conclusie dat het om financiële en operationele redenen niet verstandig is het Bölkow-helikoptersquadron om te zetten in een opleidingssquadron. Derhalve is besloten de bezuinigingsmaatregel uit te voeren. Het squadron lichte helikopters werd 13 januari jl. opgeheven. Een deel van het ondersteunend personeel en de vliegers kan worden omgeschoold en gaat elders bij de Koninklijke luchtmacht aan het werk.

Vijf of zes Bölkows worden tot eind 2003 in bedrijf gehouden, omdat ze als verkennings- en ´light utility´-capaciteit benodigd zijn voor het vaststellen van de Operationele Gereedheidsstatus (OGS) van de Air Manoeuvre Brigade. Deze helikopters blijven gestationeerd op vliegbasis Gilze-Rijen. De meeruitgaven voor het aanhouden van deze helikopters bedragen ongeveer 0,9 miljoen euro.

Het overhevelen van de OGRV-taken naar de landmacht en het Korps mariniers. De in de Najaarsbrief aangekondigde maatregel die was bedoeld de eenheden Object Grondverdediging (OGRV) van de Koninklijke luchtmacht op te heffen, en hun bewakingstaken bij inzet over te hevelen naar eenheden van de Koninklijke landmacht en het Korps mariniers, wordt gedeeltelijk teruggedraaid. De belasting van de landmacht en de marine met deze extra taak is te zwaar om de uitvoering ervan te kunnen garanderen. Er zullen daarom drie van de zes OGRV-pelotons behouden blijven. De maatregel zal dientengevolge niet 227, maar 114 functies (vte´n) opleveren (een bedrag van 3,4 miljoen euro structureel vanaf 2005), en 4,4 miljoen euro aan investeringen met zich meebrengen (respectievelijk 1,8 miljoen in 2003 en 2,6 miljoen in 2004).

De totale kosten voor het handhaven van vijf of zes Bölkow-helikopters, alsmede het behouden van drie OGRV-pelotons bedragen in 2003 2,7 miljoen euro. Deze uitgaven worden bij de 1e Suppletore begroting ten laste gebracht van de Koninklijke landmacht. De meerjarige dekking zal worden verwerkt in de Defensiebegroting 2004 en de meerjarencijfers.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Nieuws Ministerie van Defensie


Deel: ' Moties bij de Defensiebegroting 2003 '




Lees ook