Tweede Kamer der Staten Generaal


22026000.107-110 moties hsl

Gemaakt: 20-12-1999 tijd: 15:5

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


22 026

Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding

Amsterdam-Brussel-Parijs

Nr. 107

MOTIE VAN HET LID VAN DER STEENHOVEN

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat een helder kader voor de aanbesteding van de HSL-Zuid

thans ontbreekt,

verzoekt de regering geen onomkeerbare stappen te zetten in het proces van

openbare aanbesteding tot het moment dat een helder kader voor openbare

aanbesteding geformuleerd is en met de Kamer is besproken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Steenhoven

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


22 026

Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding

Amsterdam-Brussel-Parijs

Nr. 108

MOTIE VAN HET LID VAN DER STEENHOVEN

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

roept de regering op, geen formele en informele gesprekken met vervoerders

te voeren die tot onomkeerbare situaties leiden met betrekking tot de

aanbesteding,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Steenhoven

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


22 026

Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding

Amsterdam-Brussel-Parijs

Nr. 109

MOTIE VAN HET LID VAN WALSEM

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de verstandhouding tussen de NS en het departement van

Verkeer en Waterstaat verstoord is, waar beide partijen schuldig aan zullen

zijn;

overwegende, dat een goede relatie van belang is, ¢¢k voor de reizigers en het

NS-personeel;

verzoekt de minister de studiefase van de voorgenomen tender ook te benutten

om te investeren in herstel van deze verstoorde verhouding,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Walsem

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL


2

Vergaderjaar 1999-2000


22 026

Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding

Amsterdam-Brussel-Parijs

Nr. 110

MOTIE VAN DE LEDEN STELLINGWERF EN VAN DEN BERG

Voorgesteld 16 december 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:


- de vervoersprognoses laten zien dat de HSL-Zuid voor het binnenlands

vervoer zeker zo belangrijk is als voor het internationale vervoer;


- na ingebruikname van de HSL-Zuid een belangrijk deel van de

binnenlandse reizigers wordt onttrokken aan het vervoer op het bestaande

railnet;


- op het huidige Hoofd Rail Net zowel binnenlands, als internationaal

vervoer plaatsvindt;

spreekt uit dat het hogesnelheidsnet, voor zover gelegen op het Nederlandse

grondgebied, een onlosmakelijk deel vormt van het Nederlandse Hoofd Rail

Netwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

Stellingwerf

Van den Berg

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Moties inzake Nederlands deel Hogesnelheidsspoorverbinding '




Lees ook