Hoge Raad der Nederlanden

Installatie Mr W.E.Haak als President van de Hoge Raad der Nederlanden op 3 april 2000
Bron: Hoge Raad der Nederlanden 's-Gravenhage
Datum actualiteit: 5-04-2000

Tijdens een buitengewone zitting van de Hoge Raad der Nederlanden is Mr W.E.Haak geïnstalleerd als President van de Hoge Raad der Nederlanden.
Mr Haak is tot President benoemd bij Koninklijk Besluit van 29 november 1999 met als datum van indiensttreding 1 april 2000 of, indien de beëdiging later zou plaatsvinden, met ingang van de datum van beëdiging.

Nadat de Procureur-Generaal Mr Th.B. ten Kate had gerequireerd tot beëdiging, heeft de Griffier van de Hoge Raad Jhr Mr W.J.C.M. van Nispen tot Sevenaer de akte van beëdiging voorgelezen. De oudste Vice-President Mr R.J.J.Jansen heeft vervolgens een korte installatietoespraak gehouden.

Hierna heeft Mr Haak het woord gevoerd.
Van zijn toespraak volgt hier een uittreksel:

In de jongste geschiedenis van de Hoge Raad is het geen traditie dat een zojuist geïnstalleerde President het woord voert. Die traditie heeft vroeger wel bestaan. Tegenwoordig is, anders dan een afscheid, de installatie van een President low profile en dat is juist. Een nieuwe President moet niet zijn visie geven, teminder waar zijn voorganger dat enkele dagen tevoren zo voortreffelijk heeft gedaan. Ik zal niet afwijken van die traditie en niet een statement afleggen, al heb ik daarover uiteraard mijn gedachten.
Maar wel wil ik vaststellen dat ik de eerste, zojuist geïnstalleerde President van de Hoge Raad ben in deze eeuw. Bij zon mijlpaal past dat minst genomen in enkele zinnen wordt aangegeven waar de Hoge Raad zich bevindt. Dat geeft mij een rechtvaardigingsgrond om niet geheel te zwijgen, al is het maar om te vermijden dat men over honderd jaar zich verwonderd afvraagt waarom de eerste nieuwe President aan het begin van deze eeuw niet enige blijk heeft gegeven van het besef aan het begin te staan van een nieuw tijdvak met vraagstukken die hoe dan ook de rechtsvormende taak van de Hoge Raad niet onberoerd zullen laten. De indrukwekkende afscheidsrede van mijn voorganger van afgelopen vrijdag over de grenzen van de rechtsvormende taak van de rechter laat zien, zoals ook naar voren kwam in de nu al weer twaalf jaar oude bundel over de plaats van de Hoge Raad in het huidige staatsbestel, dat de rechtsvormende taak van de Hoge Raad in de tweede helft van de afgelopen eeuw tot ruime ontwikkeling is gekomen. Ook daaruit kan worden afgeleid dat het belang van de cassatierechtspraak in de eeuw die voor ons ligt, niet zal afnemen.
Tegelijkertijd zal de regeldichtheid en complexiteit van het recht, mede door de internationale dimensie, toenemen. Daarmee rijzen logistieke vragen van hanteerbaarheid en overzichtelijkheid. Voor bestendiging van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad als cassatierechter, zijn niet alleen externe ontwikkelingen van belang, maar rijzen in de eerste plaats interne vragen van toerusting. In het kader van een meer omvattend organisatieontwikkelingstraject zal de Hoge Raad in de komende jaren voortgaan op een reeds ingeslagen weg zijn organisatie van binnenuit meer doelgericht te maken. Niet alleen door reorganisatie en groei van saamhorigheid tussen alle geledingen van de Hoge Raad, maar juist ook door bewustwording binnen de gehele organisatie van onze koersbepaling zal de Hoge Raad kunnen bewerkstelligen dat hij een zichtbare plaats in de samenleving behoudt, als hoeder van de eenheid van het recht en de rechtsvorming, en tevens - voor zover mogelijk - als laatste toevlucht voor de rechtsbescherming.
De President van de Hoge Raad is tegen de achtergrond van de bijzondere positie van de Hoge Raad in het staatsbestel niet slechts de voorzitter van zijn college, maar hij wordt naar buiten toe gezien als het boegbeeld van de rechtsprekende macht, niet alleen in Nederland, maar ook in de twee andere landen van het Koninkrijk, de Nederlandse Antillen en Aruba, waar de Hoge Raad in burgerlijke en in strafzaken eveneens als hoogste gerecht recht spreekt. Die meerwaarde van het Presidentschap, het zijn van het boegbeeld, naast het Presidentschap van het college, aanvaard ik ten volle en ik zal pogen in de jaren die mij hopelijk zijn vergund die taak naar beste weten te vervullen door versteviging van de contacten met alle geledingen binnen de rechtsprekende macht, en door, onder eerbiediging van de scheiding der machten, waar mogelijk in een open en constructieve dialoog te treden met de wetgevende en de uitvoerende macht.

Een curriculum vitae van Mr Haak is elders onder de actualiteiten bij de Hoge Raad weergegeven.

Deel: ' Mr W.E.Haak President Hoge Raad der Nederlanden '




Lees ook