persbericht 1610

NA 1997 OOK 1998 SLECHT JAAR VOOR PARTICULIERE BOSBOUW

Het gemiddelde Nederlandse particuliere bosbedrijf was in 1998 opnieuw aanzienlijk verliesgevend. Het verlies was ongeveer even groot als het voorgaande jaar. Weliswaar namen ten opzichte van 1997 de inkomsten uit subsidies (voor onder meer recreatie) toe, maar daartegenover stonden substantieel hogere kosten voor infrastructuur (recreatieve voorzieningen) en bosonderhoud. Dit blijkt uit de voorlopige uitkomsten over 1998, die zijn samengesteld door het LEI.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere bosbedrijven met meer dan 5 ha bos. Deze bedrijven leden in 1998 een verlies van gemiddeld 142 gld./ha. Dat omvangrijke verlies is enerzijds een gevolg van relatief lage houtopbrengsten. Deze kwamen de voorgaande 5 jaren nog niet eerder beneden de 100 gld./ha. Anderzijds stegen de gemiddelde kosten tot 526 gld./ha, wat een substantiële toename ten opzichte van de afgelopen 5 jaren betekent. Hogere kosten waren er voor infrastructurele werken (recreatieve voorzieningen) en bosonderhoud, terwijl de kosten voor maatregelen in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN) en verjonging (inplanten) weer wat lager uitkwamen.

Ook het gemiddelde bedrijfsresultaat van grotere particuliere bosbedrijven (meer dan 50 ha bos) kwam in 1998 evenals in 1997, met -33 gld./ha, ruimschoots onder de nul uit. Deze bedrijven hadden weliswaar ruim 50 gulden meer opbrengsten, maar tevens ruim 60 gulden meer kosten. Aan de opbrengstenkant daalden de houtopbrengsten, maar stegen de inkomsten uit subsidies en recreatie. Aan de kostenkant daalden de kosten van de houtoogst alsmede de algemene kosten, maar stegen de kosten voor wegen en recreatieve voorzieningen aanzienlijk.

Het particuliere bosbedrijf genereert van oudsher inkomsten uit de verkoop van hout en ontvangt subsidies voor zijn bijdrage aan de natuur en de recreatie. De houtproductie speelt de laatste jaren evenwel een steeds kleinere rol, terwijl de natuur- en recreatiefunctie van het bos steeds belangrijker worden gevonden (ook door de overheid). Er is een tendens tot kleinschalig bosbeheer. De lage houtverkopen van de laatste twee jaren in de particuliere bosbouwsector evenals de sterke daling van de op de houtproductie gerichte aanplant van rijen populieren en wilgen benadrukken deze ontwikkeling. Blijkens het omvangrijke negatieve bedrijfsresultaat van de laatste twee jaren van vooral de kleinere bosbedrijven, en in wat mindere mate de grotere, zijn de inkomsten uit natuur en recreatie kennelijk nog onvoldoende om de gederfde inkomsten uit de verkoop van hout evenals de hogere kosten voor wegen en recreatieve voorzieningen te compenseren. En door de toenemende diversiteit in het bos is het niet ondenkbaar dat in de toekomst de kosten van de houtoogst nog zullen stijgen. Ten slotte dient nog te worden bedacht dat bij de berekening van het bedrijfsresultaat in de particuliere bosbouwsector er geen rentekosten in rekening gebracht zijn voor het in grond en plantopstanden geïnvesteerde vermogen. Indien dat wel was gebeurd, zou het bedrijfsresultaat nog aanzienlijk negatiever zijn uitgevallen.

In december van dit jaar worden de definitieve cijfers gepubliceerd. Kosten en opbrengsten worden in dat kader verbijzonderd naar de functies die het particuliere bosbedrijf voor de samenleving vervult.

24 september1999

Deel: ' Na 1997 ook 1998 slecht jaar voor particuliere bosbouw '




Lees ook