email: funkwit@euronet.nl

realname: Odille Janse

Kop: NATUURMONUMENTEN VEROORDEELD WEGENS MISLEIDENDE RECLAME

Datum: 01-04-'99

PERSBERICHT 1/2

NATUURMONUMENTEN VEROORDEELD DOOR COLLEGE VAN BEROEP RECLAME CODE COMMISSIE WEGENS MISLEIDENDE RECLAME. Vereniging Natuurmonumenten is door het College van Beroep van de Stichting Nederlandse Reclame Code veroordeeld wegens het voeren van een misleidende ledenwervingscampagne. De uiting, een direct mail die in een miljoenenoplage verspreid werd in geheel Nederland, toont een aandoenlijk foto van drie pasgeboren vosjes voor de ingang van hun burcht. In de begeleidende tekst werd het publiek opgeroepen lid te worden van Natuurmonumenten waarbij melding wordt gemaakt van het beschermen van kwetsbare soorten en over 'nog nooit zijn er zoveel dier- en plantensoorten verdwenen als in onze generatie'. Daarmee wordt bij de ontvanger overduidelijk de indruk gewekt als zou zijn/haar bijdrage gebruikt worden om de op de voorzijde afgebeelde snoezige vosjes te beschermen en dat deze diertjes bedreigd zouden worden in hun voortbestaan.

Ronduit misleidend, omdat de vosjes hooguit bedreigd worden door "aantalsbeperkende maatregelen" (lees: jacht) door of in opdracht van Natuurmonumenten zelf. De vereniging ziet vossen niet als bedreigde soort (anders dan de mailing suggereert) maar juist als bedreiger van bijvoorbeeld vogelsoorten die Natuurmonumenten kunstmatig aan haar terreinen wil binden. Sterker nog, Natuurmonumenten bejaagt de vos in aanzienlijke mate, waarbij de vereniging zich niet beperkt tot het benutten van de wettelijke vogelvrije status die de vos 365 dagen per jaar kent om het dier te doden. Neen, Natuurmonumenten vraagt op ruime schaal vergunningen aan om vossen te doden via een vanouds als stropersmethode bekend staande jachtmethodiek, welke in Nederland in principe verboden is, namelijk het tijdens de nachtelijke uren vangen van vossen in een felle, zeer verblindende lichtbundel, om het verblinde dier vervolgens op een laffe en wel zeer gemakkelijke wijze dood te schieten. Zelfs veel jagers spreken in dit verband over een 'onweidelijke jachtmethode'

De discussie over het verwerpelijke vossenafschotbeleid van Natuurmonumenten is niet nieuw of van de laatste maanden. Al op 23 december 1995 verscheen in dagblad Trouw het artikel 'Bij Natuurmonumenten hebben ze gewoon iets tegen vossen' waarin een verbolgen J.Bos van de Vogelwerkgroep Alkmaar zegt : "Ze hebben bij Natuurmonumenten gewoon iets tegen vossen. We ergeren ons al geruime tijd aan het neerknallen van vossen bij het 2/2
Zwanenwater en het Naardermeer en nu moet ook natuurgebied De Putten eraan geloven" Let wel, aan het woord is een vogelbeschermer, die volgens de argumentatie in het kader van de nota soortenbeschermingsbeleid van Vereniging Natuurmonumenten juist blij zou moeten zijn met de 'vogelbeschermende' maatregelen die Natuurmonumenten zegt te willen treffen via bejaging van de vos. Van blijdschap is bij deze vogelbeschermer geen sprake, sterker nog er is sprake van grote verbolgenheid. En niet alleen bij hem, maar bij 9 verschillende natuurorganisaties in Noord Holland. Volgens de Leeuwarder Courant verklaart 'een breed front van natuur- en milieu-organisaties de steeds groter en machtiger wordende "moeder" Natuurmonumenten openlijk de oorlog'.

Natuurmonumenten probeert met het doden van vossen kunstmatig lepelaars te binden aan het Zwanenwater (terwijl er momenteel meer lepelaars broeden in Nederland dan ooit tevoren, alleen niet altijd in terreinen van Natuurmonumenten) en zette in natuurgebied De Putten het broedgebied van een meeuwenkolonie onder water omdat daar visdiefjes moesten broeden. Dit soortenzuiveringsbeleid wordt door steeds meer natuurliefhebbers als afkeurenswaardig ervaren.

Het College van Beroep van de Reclame Code Commissie heeft Odille Janse, oud-lid van de vereniging, in het gelijk gesteld met de uitspraak dat de uiting van Natuurmonumenten misleidend is volgens artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code. Het College beveelt Natuurmonumenten aan zich voortaan te onthouden van dergelijke misleidende reclame-uitingen. Eerder wees een lagere kamer van de RCC de klacht af. Tegen de uitspraak van het College van Beroep is geen appèl mogelijk, zodat hiermee in hoogste instantie is vastgesteld dat Natuurmonumenten het publiek misleid heeft.

Klaagster hoopt dat Natuurmonumenten zich niet zal verschuilen achter een zogenaamd 'terughoudend afschotbeleid', maar dat na de uitspraak van het College binnen de verenigingsraad opnieuw nagedacht zal worden over de rol van de vereniging in de in Nederland gevoerde vossenhetze. Tevens hoopt klaagster dat de vereniging zich bij verdere ledenwervingsuitingen zal onthouden van het oproepen van valse sentimenten die haaks staan op het gevoerde beleid. Persinfo:drs Odille Janse 0345 684384 (vóór 08.00 uur en ná 20.30 uur) College van Beroep Stichting Reclame Code 020 6960019 Natuurmonumenten (drs F.H. Sloet van Oldenruitenborgh) 035 6559822 Excerpt van pleitnota/achtergrondinfo op www.nieuwsbank.nl Rumpt 01-04-'99

Excerpt pleitnota
drs. O. Janse vs. Vereniging Natuurmonumenten.

Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om mijn klacht tegen de misleidende wervingscampagne van Vereniging Natuurmonumenten toe te lichten. Ik besef dat het niet gemakkelijk zal zijn om als particulier in verzet te komen tegen een machtige organisatie met vele honderdduizenden leden, die zich de bijstand van gespecialiseerde advocaten- anders dan ik- kan veroorloven. Toch meen ik dat in onderhavig geval zo nadrukkelijk de richtlijnen van de Nederlandse Reclame Code geschonden worden, dat het me zelfs als particulier klager mogelijk moet zijn aan te tonen hoezeer mijn klacht gegrond is. Maar terug naar de kwestie zelf, die wat mij betreft van aanzienlijk groter belang is. Vossen zijn in Nederland vogelvrij. Ze mogen gedurende het gehele jaar bejaagd worden. Zonder vergunning en ook tijdens de draag- en zoogtijd, waardoor het kan gebeuren dat een drachtige of zogende moedervos geschoten wordt. In de VPRO gids van 21 november 1998 zegt KLM gezagvoerder en jager Cees Roos over vossen (productie 2): ..."Ik schiet er dus op, ja. En als de geschoten vos jongen had - dat heb ik natuurlijk van tevoren uitgezocht- dan komen die na een dag van honger vanzelf uit hun hol. Ik vang ze dan en knuppel ze dood." Geen incident maar regel in de bejaging van vossen. We spreken hier over soortgelijke vertederende jonge vosjes (productie 3) die Natuurmonumenten afbeeldt in haar in zeer grote oplage huis aan huis verspreide wervingsfolder. Het zijn met name Dierenbescherming en Faunabescherming (v/h Kritisch Faunabeheer) geweest die grote en kostbare publiekscampagnes gevoerd hebben om dit soort misstanden als het ongelimiteerd bejagen van zwangere en zogende vossen en het doodknuppelen van hun welpen ter discussie te stellen. Die campagnes ter bescherming van de vos hebben in die zin resultaat gehad dat de beloning die voor elke gedode vos op elk politiebureau tot 1994 geïnd kon worden is afgeschaft, en in de nieuwe Flora- en Faunawet die binnenkort van kracht wordt, krijgt de vos in principe een beschermde status. Publiek en politiek zijn zich dus als gevolg van de inspanningen van Dierenbescherming en Faunabescherming bewust geworden van de vogelvrije status die ons grootste in het wild levende roofdier ten onrechte heeft. Vastgesteld dient te worden dat Vereniging Natuurmonumenten part noch deel heeft gehad in het bewerkstelligen van deze publieke verontwaardiging aangaande de barbaarse wijze waarop vossen in Nederland worden afgeslacht, integendeel, Natuurmonumenten hield zich volledig afzijdig van deze discussie. Sterker nog, Natuurmonumenten bejaagt de vos in aanzienlijke mate, waarbij de vereniging zich niet beperkt tot het benutten van de wettelijke vogelvrije status die de vos 365 dagen per jaar kent om het dier te doden. Neen, Natuurmonumenten vraagt op grote schaal vergunningen aan om vossen te doden via een vanouds als stropersmethode bekend staande jachtmethodiek, welke in Nederland in principe verboden is, namelijk het tijdens de nachtelijke uren vangen van vossen in een felle, zeer verblindende lichtbundel, om het verblinde dier vervolgens op een laffe en wel zeer gemakkelijke wijze dood te schieten. (productie 4). Zelfs veel jagers spreken in dit verband over een 'onweidelijke jachtmethode'

Anders dan verweerder bedoelt met het stellen van 'het bejagen van vossen op terreinen van Natuurmonumenten is slechts in uitzonderingsgevallen aan de orde' blijkt dat deze uitzonderingsgevallen vooral betrekking hebben op het hanteren van het aanvragen van vergunningen voor de jacht op een wijze die doorgaans door de wetgever als niet toelaatbaar wordt beoordeeld. Uitzonderlijk dieronvriendelijke jachtmethoden die op gespannen voet staan met het geformuleerde beleid van een zich 'natuurbeschermend' noemende vereniging.

De discussie over het verwerpelijke vossenafschotbeleid van Natuurmonumenten is niet nieuw of van de laatste maanden. Al op 23 december 1995 verscheen in dagblad Trouw het artikel 'Bij Natuurmonumenten hebben ze gewoon iets tegen vossen' waarin een verbolgen J.Bos van de Vogelwerkgroep Alkmaar zegt : "Ze hebben bij Natuurmonumenten gewoon iets tegen vossen. We ergeren ons al geruime tijd aan het neerknallen van vossen bij het Zwanenwater en het Naardermeer en nu moet ook natuurgebied De Putten eraan geloven" (productie 5)
Let wel, aan het woord is een vogelbeschermer, die volgens de argumentatie in het kader van de nota soortenbeschermingsbeleid van Vereniging Natuurmonumenten juist blij zou moeten zijn met de 'vogelbeschermende' maatregelen die Natuurmonumenten zegt te willen treffen via bejaging van de vos. Van blijdschap is bij deze vogelbeschermer geen sprake, sterker nog er is sprake van grote verbolgenheid. En niet alleen bij hem, maar bij 9 verschillende natuurorganisaties in Noord Holland. (productie 6) Volgens de Leeuwarder Courant verklaart 'een breed front van natuur- en milieu-organisaties de steeds groter en machtiger wordende "moeder" Natuurmonumenten openlijk de oorlog'. Puur en alleen vanwege de wijze waarop de vereniging meent de vossenjacht ter hand te moeten nemen. Natuurmonumenten voert een soortenbeschermingsbeleid dat zeer selectief gericht is op de eigen terreinen. Dat de lepelaar als broedvogel in Nederland meer voorkomt dan ooit tevoren is kennelijk voor Natuurmonumenten niet van belang, het gaat de vereniging erom dat die lepelaar moet broeden in haar Zwanenwater, en niet op de waddeneilanden in gebieden die niet tot het eigendom van de vereniging behoren. De natuur blijkt zichzelf heel goed te reguleren, door vossen belaagde lepelaars vertrekken naar gebieden waar geen vossen zijn of gaan nestelen in bomen waar de vos hun eieren en jongen niet kan bereiken. Maar Natuurmonumenten wil dat de lepelaar broedt in haar gebieden en op haar condities. Men kan zich in gemoede afvragen in hoeverre hier sprake is van natuur, anders dan van cultuurbeleid door menselijk ingrijpen. Bovendien stelt Natuurmonumenten in haar eigen orgaan 'Van Nature' van november 1997 vast dat de doelstelling om in 2015 een aantal van 1000 broedparen van de lepelaar te realiseren al in 1997 ruimschoots bereikt was: in dat jaar broedden er 1126 paren lepelaars in ons land. Daarbij overigens -saillant detail- met geen woord gerept over de vos in het verenigingsorgaan!(productie 7) Daarnaast is het van belang te vermelden dat onafhankelijke deskundigen zonder uitzondering aangeven dat het bejagen van de vos niet effectief is uit oogpunt van predatievermindering. De vos is een territoriumdier, en opengevallen plaatsen als gevolg van afschot worden ingenomen door nieuwe exemplaren. Zo viel recent nog te lezen in het blad Handhaving van het ministerie van VROM. Bovendien leidt felle bejaging tot grotere natuurlijke aanwas.

In het blad Argus 4 van december 1995 (productie 8) wordt duidelijk dat Natuurmonumenten in het kader van haar 'soortenbeheer' niet aarzelt om een meeuwenkolonie in de Putten het broeden onmogelijk te maken door het broedgebied onder water te laten lopen. De vereniging had besloten dat het gebied broedgebied had moeten worden van kluten en visdiefjes, en meeuwen stonden dat beleid in de weg, en werden dus uit het natuurgebied verbannen. Natuurmonumenten is naast een natuurbeschermende ook vooral een fondsenwervende organisatie geworden, waardoor het belangrijk geworden is binnen de gebieden van Natuurmonumenten 'aansprekende soorten' tot wasdom te brengen zoals ijsvogels, lepelaars, kluten, goudplevieren, sternen, otters en zeehonden. Dat zijn soorten die aaibaar zijn en waar het publiek geld voor over heeft.

Hoewel er dus zelfs uit natuurbeschermingsoogpunt heel wat af te dingen zou zijn geweest wanneer Natuurmonumenten zich in haar wervingsfolders bediend zou hebben van afbeeldingen van door haar kunstmatig bevoordeelde diersoorten, zoals jonge kluten of goudplevieren, zou met dergelijke werving in elk geval geen sprake zijn geweest van misleiding van het publiek aangaande het door Natuurmonumenten voorgestane beleid.

Nu Natuurmonumenten echter gebruik maakt van een foto van zeer aaibare vosjes, in een in zeer grote oplage verspreide wervingsfolder, daarbij kapitaliserend op de door tegenstanders van de vossenjacht (niet zijnde Natuurmonumenten) met aanzienlijke marketinginspanning bewerkstelligde sympathie voor de vos, is overduidelijk sprake van ernstige misleiding van het publiek, temeer daar de begeleidende brief spreekt van "...door gebieden aan te kopen en zorgvuldig te beheren, geven we kwetsbare dieren en planten weer een kans..." Het is buitengewoon cynisch en misleidend dat met deze 'kwetsbare dieren' kennelijk niet de op de omslag weergegeven snoezige vosjes bedoeld worden, maar dat het juist deze vosjes zijn die in de praktijk via stropersmethoden vervolgd worden door de vereniging, ter bescherming van niet afgebeelde kwetsbare diersoorten. Want uit haar beleid en uit haar repliek blijkt dat Natuurmonumenten de vos niet ziet als een kwetsbare soort. Integendeel! Volgens de door de vereniging overgelegde Nota Soortgerichte Maatregelen worden (punt 6) in principe geen aantalsbeperkende maatregelen (lees: jacht) toegepast als het soorten betreft die landelijk gezien bedreigd of schaars zijn. Gelet op het feit dat er in aanzienlijke mate gejaagd wordt op vossen in terreinen van Natuurmonumenten, niet alleen op niet-vergunningplichtige (en dus niet controleerbare) wijze, maar daarnaast ook nog met gebruikmaking van speciale vergunningen voor de maatschappelijk zeer omstreden (en bij herhaling door de rechtbank vernietigde) lichtbakkenjacht ex. art.53 van de jachtwet (in afwijking van wat de jachtwet in de regel toelaatbaar acht), mag worden vastgesteld dat het op de mailing gebruikte beeld van de aaibare vosjes in strijd is met de claim in de brief, dat Natuurmonumenten met steun van de ontvanger 'kwetsbare dieren' wil beschermen. Zulks wordt des te schrijnender wanneer uit het beleid van de vereniging blijkt dat de vos in haar opinie juist de bedreiger van kwetsbare diersoorten vormt en zelf overduidelijk niet tot de kwetsbare diersoorten gerekend moet worden.

Op basis van het hiervoor gestelde meen ik te kunnen vaststellen dat de gewraakte uiting van Natuurmonumenten op basis van de Nederlandse Reclame Code in strijd geacht moet worden met art. 7 Reclame mag niet misleiden. Overduidelijk wordt de ontvanger hier op het verkeerde been gezet als zou zijn of haar bijdrage ten goede komen aan het beschermen van 'kwetsbare soorten' waarbij in de rede ligt dat de ontvanger de afgebeelde vosjes als zodanig zal taxeren. Nu duidelijk is dat de bijdrage van het nieuwe lid mogelijk gebruikt zal worden om deze vosjes te doden via de zeer natuur- en dieronvriendelijke lichtbakkenjacht en Natuurmonumenten de vos niet aanmerkt als kwetsbare soort, maar juist als bedreigende soort voor andere dieren, is zonder twijfel van een misleidende aanpak.

Wellicht ten overvloede wijs ik u erop dat Vereniging Natuurmonumenten geen beroep kan doen op de zogenoemde beperkte toetsing zoals omschreven in artikel 16, omdat deze uiting geen betrekking heeft op het propageren van denkbeelden maar op het werven van leden. Zou de uiting wel betrekking hebben gehad op het propageren van denkbeelden dan wordt niet duidelijk welke denkbeelden gepropageerd worden. Dat de vos een 'kwetsbare soort is' of dat de vos 'kwetsbare soorten zou bedreigen'

Het door de verdediging aangevoerde argument dat de jacht op vossen in sommige gevallen zou plaatsvinden wegens het voorbehouden van de jacht bij de verwerving van terreinen, soms uit overwegingen van goed nabuurschap, en soms ter voorkoming van vermeende schade aan andere soorten is in het kader van deze klacht van geen enkel belang en werkt slechts nodeloos complicerend. Als vaststaand feit moet worden aangenomen dat Vereniging Natuurmonumenten met grote regelmaat in diverse van haar gebieden jaagt of laat jagen op vossen op een wijze welke aan grote kritiek van andere natuur- en milieu-organisaties van diverse herkomst en achtergrond bloot staat. Het feit dat enerzijds door de vereniging gesproken wordt over te grote populaties van vossen, maar anderzijds onmogelijk blijkt deze overpopulaties via reguliere jachtmethoden te beperken (zo dat al nodig zou zijn hetgeen door diverse onafhankelijke deskundigen betwijfeld wordt) geeft aan dat het beleid van de vereniging in dezen zeer hypocriet is. Om die reden zou de gevoerde wijze van ledenwerving onder het misleidende thema 'help kwetsbare dieren' veroordeeld moeten worden.

Ik verzoek u daarom de vereniging zoals gevraagd te veroordelen.

Organisatie: Odille Janse

adres: R.M. van Gellicumstraat 6

postcode: 4156 AJ

woonplaats: Rumpt

Telefoon: 0345 684384

Deel: ' Natuurmonumenten veroordeeld wegens misleidende reclame '




Lees ook