NEDERLAND IN EU KOPLOPER OSTEOPOROTISCHE ZIEKTELAST

Nederland behoort binnen Europa tot de landen waar de komende jaren de grootste toename van de osteoporotische ziektelast (met name heup- en wervelfracturen) wordt geregistreerd.

Nederland behoort binnen Europa tot de landen waar de komende jaren de grootste toename van de osteoporotische ziektelast (met name heup- en wervelfracturen) wordt geregistreerd. Dit meldt een werkgroep van de Europese Commissie in het medio december 1998 te publiceren rapport ' Osteoporose in de Europese Gemeenschap'. In Nederland verdubbelt, door de vergrijzing, het aantal patiënten met osteoporotische fracturen in de komende 40 à 50 jaar.

Osteoporose is een aandoening van het skelet die wordt gekarakteriseerd door een lage botmineraaldichtheid. Ook manifesteert zich een verlies van de structuur van het bot. Het resultaat is een grote breekbaarheid van met name heupen en wervels.

De Gezondheidsraad heeft recentelijk becijferd dat de behandeling van patiënten met heup- en wervelfracturen nu jaarlijks 330 respectievelijk 35 miljoen gulden vergt. Samen is dit ongeveer 0.6% van het gezondheidszorgbudget.

De vergrijzingsgolf in Nederland en de andere EU-lidstaten genereert, als het gaat om de osteoporotische ziektelast, een kostenexplosie. Botbreuken door osteoporose en de daaruit voortvloeiende invaliditeit hebben ingrijpende gevolgen voor de gezondheid van met name senioren. Zij resulteren in meer ziekenhuisopnames, revalidatie en een groter beroep op thuiszorg.

De snelle toename van de incidentie van osteoporose in Europa dwingt de lidstaten tot een gemeenschappelijke aanpak. Ter illustratie: de jaarlijkse incidentie van heupfracturen in de EU stijgt in de komende vijftig jaar van 414.000 tot 972.000 personen. Het betekent dan ook dat er tweemaal zo veel ziekenhuisbedden voor patiënten met heup- en wervelfracturen nodig zijn. Hoeveel extra personele kosten aan verpleging en medewerkers van de thuiszorg dit met zich mee zal brengen is volgens de deskundigen nog niet in kaart te brengen!

De EU-commissie heeft daarom in het rapport de bestaande nationale richtlijnen en consensus verklaringen geanalyseerd. De deskundigen hebben ook een gezamenlijk uitgangspunt voor actie vastgesteld. Zo wordt bij het adviseren over preventieve maatregelen een onderscheid gemaakt tussen risicofactoren voor fracturen, die niet- en die wel zijn te beïnvloeden.

Wel beïnvloedbaar is bijvoorbeeld de botdichtheid en de kans dat iemand valt. De botdichtheid is gebaat met o.a. een gevarieerde voeding, die voldoende calcium en vitamine D bevat en met lichaamsbeweging. De valkans wordt kleiner door vergroting van de spierkracht, verbetering van het coördinatievermogen, correctie van oogafwijkingen en minder gebruik van psychofarmaca. Directe voorzieningen in de leefomgeving kunnen vallen voorkomen.

Ook zijn er adviezen op het gebied van diagnose, behandeling en case-finding. Artsen, aldus de Gezondheidsraad, moeten in hun praktijk de mensen identificeren met een sterk verhoogde fractuurkans, gevolgd door een (medicamenteuze) interventie. Een hoog-risicogroep vormen met name verpleeghuisbewoners.

De verschillende onderdelen van het rapport van de Europese Commissie en van de Gezondheidsraad staan centraal tijdens de nationale Osteoporose Week van 17 november tot en met 20 november 1998. Deze week wordt georganiseerd door de Osteoporose Stichting.

Laatst gewijzigd: 5 november 1999

Deel: ' Nederland in EU koploper osteoporotische ziektelast - 3540 '




Lees ook