CDA

: Nieuws : Nederland krijgt de criminaliteit die het verdient

Nederland krijgt de criminaliteit die het verdient

Den Haag, 10 september 1999

Zomernummer Democratische Verkenningen over Veiligheid

Het zomernummer van Christen Democratische Verkenningen van dit jaar heeft als thema Veiligheid. Het is een verdieping van de lopende partijdiscussie over veiligheidsontwikkeling die begin van dit jaar is ingezet met de discussienotie Samen Nederland veiliger maken' en die zal uitmonden in besluitvorming op de Partijraad van 6 november in Oss.

In de introductie wordt benadrukt dat repressie en preventie in het CDA-regeringsbeleid altijd twee kanten van dezelfde medaille zijn geweest. Repressieve maatregelen zijn verleidelijk voor politieke partijen omdat daarmee snel publiciteit gehaald kan worden. De discussienotitie en het zomernummer zijn erop gericht de preventieve benadering uit de coulissen te halen.
Het gaat om het bestrijden van de heersende cultuur van onverschilligheid en afzijdigheid (zoals in het openingsartikel door bisschop van Luyn verwoord). Zolang die cultuur niet verandert krijgt Nederland de criminaliteit die het verdient. In de Slotbeschouwing wordt hier nader op ingegaan.
Het zomernummer bevat analyses van die cultuur van afzijdigheid en tal van suggesties om daarin verandering te brengen. In het eerste deel worden hardnekkige opvattingen ter discussie gesteld die de cultuur van afzijdigheid in stand houden. In het tweede deel gaat het om de vraag wie verantwoordelijk is voor veiligheid. Moet bijvoorbeeld Feyenoord een bijdrage leveren aan de excessieve politiekosten voor bestrijding van supportersgeweld? In verschillende artikelen wordt de typisch christen-democratische opvatting uitgewerkt dat de overheid niet als enige verantwoordelijk is voor veiligheidsbeleid.
Het derde deel gaat over jeugd-en gezinsbeleid. De kernvraag hier is met welke middelen kan worden voorkomen dat kinderen en jongeren ontsporen en of met een preventieve benadering kan worden volstaan.

Op straat creperen

De sterke nadruk op zelfbeschikking wordt aan de kaak gesteld door onder andere wethouder Rene Paas uit Groningen: Ons respect voor de autonomie van individuen is zo groot, dat we wettelijk garanderen dat wie hulp weigert op straat mag creperen. Het beste wat we op dit moment kunnen bieden is een combinatie van vrijwillige zorg en het tot op de draad versleten (en volkomen ongeschikte) strafrecht. Met beter gereedschap zouden we de stad een stuk veiliger en humaner kunnen maken.

Een jongensvraagstuk

In Nederland worden voor bepaalde feiten de ogen gesloten. Heleen Crul (publiciste) analyseert in haar bijdrage aan dit nummer het opvallende gegeven dat jeugdcriminaliteit vaak in het algemeen aan jongeren wordt toegeschreven.
Daarmee wordt verhuld dat de daders vrijwel altijd jongens en jongemannen zijn.
Diskwalificatie van sekseneutrale aanduidingen als jongeren, jeugdigen en scholieren als het in feite om jongens en jongemannen gaat, is een eerste vereiste voor de maatschappelijke bewustwording dat er een jongensvraagstuk is. Het inzicht moet groeien dat jongens, meer dan meisjes, de kwetsbare sekse zijn. Hun positie wordt extra bedreigd door het ontbreken van eensluidende normen en waarden, de individualisering, de erosie van gezagsstructuren, het grotendeels wegvallen van sociale controle en de crisis in de mannelijkheidsideologie. Wat moeten (jonge) mannen in Nederland aan met hun energie, hun hang naar avontuur, hun natuurlijke drang tot expansie, de handen uit de mouwen steken en grensverlegging (..).Geen wonder dat de spirit van die jonge lichamen, de kracht die er in schuilt, de behoefte aan uitdagingen en het stellen van daden bij sommige groepen een uitweg zoekt in wan- en gewelddaden.

Georganiseerde misdaad onverkend gebied

Ook voor de aanwezigheid van de georganiseerde misdaad sluit men maar liever de ogen. Prof. dr. Cyrille Fijnaut (gewoon hoogleraar Criminologie en Strafrecht aan de Katholieke Universiteit Leuven) bestrijdt de opvatting dat het in Nederland toch allemaal wel meevalt met de georganiseerde criminaliteit. Opmerkelijk is de vaststelling dat de aard en omvang van de georganiseerde misdaad in Nederland een grotendeels onverkend gebied is. Hij spreekt over de verregaande staat van onwetendheid inzake de maatschappelijke positie van de criminelen en de afnemers van hun diensten en goederen.
Dergelijke misdaad is altijd helemaal ingeweven in de economische, politieke, culturele en niet te vergeten demografische structuren en ontwikkelingen in een samenleving. Volgens Fijnaut moet de democratische rechtsstaat blijven terugvechten. Wanneer de overheid het ontstaan van illegale stukjes samenleving wil tegengaan ontsnapt zij niet aan de inzet van repressieve methoden, dus ook niet, als dit nodig is, aan de inzet van de meest ingrijpende varianten: direct afluisteren, deals met criminelen, infiltratie.

Vermakelijkheidsbelasting bij risicowedstrijden

Hoever gaat de verantwoordelijkheid van de overheid voor veiligheid? L. Bolsius (voorzitter van de CDA-fractie in de gemeenteraad van Rotterdam) en mr. J.P.H. Donner (lid van de Raad van State) gaan in discussie over de wenselijkheid van het bijdragen aan de kosten van politie-inzet door organisatoren van grote evenementen. Bolsius is voor: Een risicowedstrijd van Feijenoord betekent het opsouperen van vier wijkagenten in Spangen voor het hele jaar. De vervuiler moet volgens hem betalen te meer daar het over evenementen gaat waar winst op wordt gemaakt. Donner vindt dat het vragen van extra betaling gelijk staat aan de overheid kopen. () Dat is een verkeerde weg. Het gesprek eindigt met het voorstel van Bolsius om te gaan werken met een vermakelijkheidsbelasting bij risicowedstrijden. Daardoor kunnen we immers investeringen doen die de schade aan de stad verminderen en de inzet van het aantal agenten iets minder disportioneel maken.

Integratiebeleid allochtonen niet geslaagd

In de artikelen over jeugd-en gezinsbeleid wordt betoogd dat de ouderlijke verantwoordelijkheid stelselmatig miskend wordt. Dat geldt voor allochtone ouders. Het artikel van Prof. dr. L. Eldering (hoogleraar Interculturele Pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Leiden) laat zien dat het integratiebeleid in Nederland niet erg geslaagd te noemen valt. Zij stelt de onderliggende ideologie ter discussie die ervan uitgaat dat het publieke en het privé-domein twee gesloten cultuurdomeinen zijn. Immigranten moeten zich aanpassen aan de cultuur van het publieke domein en mogen hun eigen cultuur in het privé-domein beleven. Eldering betoogt dat deze scheiding onhoudbaar is. Allochtone ouders en jongeren kunnen nauwelijks tegenwicht bieden aan de Nederlandse samenleving met haar individualistische en gedoogcultuur. Eldering: Zou de aanwezigheid van allochtonen niet de aanleiding moeten zijn om een aantal waarden en normen uit de publieke cultuur opnieuw ter discussie te stellen. Zij adviseert onder andere allochtone ouders de komende jaren in staat te stellen verantwoordelijkheid op hun manier te nemen.

Ouderlijke verantwoordelijkheid honoreren

Opvallend is dat in Nederland ouders in het jeugdstrafrecht geen wezenlijke rol toebedeeld krijgen.
Mr. G. de Jonge (docent Jeugdstraf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Maastricht) stelt vast dat het jeugdstrafrecht ouders niet wezenlijk betrekt bij de afhandeling van strafzaken tegen hun kinderen. De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt in het strafproces niet gehonoreerd. Dat is eigenlijk te gek voor woorden en zou dus moeten veranderen. Het door De Jonge geprefereerde model is het coöperatieve model. Hierbij maken ouders in het kader van aan de jeugdsanctie te verbinden voorwaarden afspraken met Justitie over de invulling van hun rol bij de tenuitvoerlegging van de (gedeeltelijk voorwaardelijke) sanctie die hun kind wordt opgelegd. In ruil hiervoor is dan op verschillende manieren verlichting van de sanctie mogelijk.

Deel: ' 'Nederland krijgt de criminaliteit die het verdient' '




Lees ook