Erasmus Universiteit Rotterdam

15 oktober 1999

Oratie H.W.H. Welters, bijzonder hoogleraar Haveneconomie

Nederland moet anders naar zijn mainports leren kijken

De omgeving waarin de mainports opereren kenmerkt zich door een fors aantal nieuwe (economische) realiteiten. Aan de "input-kant" is er de in hoog tempo globaliserende (schaalvergroting, afstandsreductie), vernetwerkende (relationele en transactie-economie) en verïnstrumentaliserende (IT- en logistieke systemen) wereld, die ook van de Nederlandse economie een forse inspanning tot herpositioneren vraagt. Aldus prof.drs. H.W.H. Welters. Hij aanvaardt op vrijdag 15 oktober 1999 het ambt van bijzonder hoogleraar Haveneconomie in de Faculteit der Economische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Op het binnenlandse speelveld domineert de zogenaamde hoefijzer-economie, waarop 40% van de ruimte 70 tot 80% van de economische activiteit plaats vindt. Dat gebied wordt afgebakend door de twee mainports in het Westen van het land en de corridors die van daaruit naar het achterland lopen. Deze opeenhoping van economische activiteit is niet tot stand gekomen omdat dit ruimtelijk zo is aangestuurd - eerdere overheidsnotas over de ruimtelijk-economische verdeling van de activiteit hadden daar beslist andere voorstellingen over - maar omdat de markt hiervoor gekozen heeft.

Daarbovenop ontspinnen zich de mogelijkheden voor verdere economische ontplooiing in de door de mainports gedragen activiteitenclusters. Rondom de primaire functie van de haven groeperen zich belangrijke annex-activiteiten; in de distributiesector, de havengerelateerde industrie, de activiteiten rond Nederland Maritiem Land (zoals vestiging kantoren, rederijen, scheepsbouw en reparatie) en de zakelijke dienstverlening (van onderwijs tot kennisexport, van arbitrage tot ladingcontrole, van cargadoor tot expediteur, enz.) Met Schiphol/Amsterdamse haven beschikt Nederland over zon tweede situatie.

Nederland lijkt zich in snel tempo naast Nederland Distributie Land ook tot Nederland Faciliteiten Land te kunnen ontwikkelen, op voorwaarde dat de knooppunt-positie die Nederland, via de hoefijzer-situatie, in belangrijke mate op dit moment al inneemt opwaardering krijgt via verdere "verdieping" van onze competences en capabilities (delta-economie) en een sluitstuk vindt in polderconsensus rond het thema ruimtelijk-economische inrichting van het land. Die consensus ligt op dit moment redelijk buiten bereik en vraagt een forse herziening van de overlegstructuur, inclusief een herdefiniëring van de positie van de diverse partijen in het debat. De overheid zal zich daarbij minder als "bewijsleverende" instantie - steeds maar weer alles aan iedereen uitleggen - en meer als de ondernemende overheid moeten opstellen. Maatschappelijke organisaties als de social interests groups en de milieubeweging zullen volgens Welters in dit overleg tot het aanvaarden van
mede-verantwoordelijkheid voor het behoud van economische concurrentiekracht moeten worden "opgevoed".

Voor zover er sprake is van een onderschatte waarde van de clusterkracht van die mainports, wordt die onderschatting naar Welters mening mede in de hand gewerkt door een gevarieerd aanbod van elkaar deels tegensprekende studies over toegevoegde waarde, die de laatste tijd verschenen zijn. De toegevoegde waardeberekening van de mainport ontbeert een algemeen kader, steunt te veel op in- en output tabellen en miskent in belangrijke mate de clustersystematiek die mainports, in samenhang met de corridors tot stand brengen. Dit gemis aan inzicht in de werkelijke omvang en potentie van de waardetoevoeging schrijnt zozeer dat er aan het NEI opdracht is gegeven voor de vervaardiging van zon algemeen kader voor waardetoevoegingsberekening.

Deel: ' Nederland moet anders naar zijn mainports leren kijken '




Lees ook