Universiteit van Amsterdam


Nederland nu volwaardig partner in klimaatonderzoek Antarctica

Persbericht 26 oktober 1999

De Nederlandse vlag wappert naast die van de zes andere landen boven het kamp op het ijs van de Ross Zee

Nederland vormt dit jaar voor het eerst een volwaardig partner in het Cape Roberts Project. Onderzoekers uit zeven landen bestuderen in dit project de klimaatontwikkeling van Antarctica vanaf het verschijnen van de eerste gletsjers, zo'n zestig miljoen jaar geleden. De deelnemende landen zijn Nieuw-Zeeland, Australië, Italië, Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten en nu officieel ook Nederland. Dr. Jaap van der Meer, fysisch geograaf aan de Universiteit van Amsterdam, werkte in 1997 en 1998 al mee aan het onderzoek onder Nieuw-Zeelandse vlag, in het kader van een overeenkomst tussen de Nederlandse en de Nieuw-Zeelandse onderzoeksorganisaties om samen te werken in Antarctisch onderzoek.

Hoewel gletsjers al vele miljoenen jaren in Antarctica voorkomen, is het er niet altijd even koud geweest. Tegenwoordig is er bijvoorbeeld vrijwel geen smeltwater aanwezig, maar in het verleden was dat er wel. In het project wordt onderzocht wanneer de omslag naar echt koude omstandigheden heeft plaatsgevonden en op welke manier. Vanaf het zee-ijs voor Cape Roberts worden honderden meters lange kernen geboord in de bodem van de Ross Zee. Paleoklimatologisch onderzoek van deze kernen moet duidelijkheid verschaffen over het begin van de vergletsjering van het continent en over de aard en omvang van de vergletsjering en periodieke wisselingen daarin. Daarnaast moeten de kernboringen inzicht geven in de vorming van het Transantarctisch Gebergte, dat de kust vormt van de Ross Zee. Het onderzoek is van groot belang voor het voorspellen van het toekomstig gedrag van de Antarctische ijskap onder invloed van klimaatveranderingen zoals het broeikaseffect. Tijdens boringen in de afgelopen twee jaar zijn onder meer sporen gevonden van een relatief warme periode ongeveer 1,2 miljoen jaar geleden. Ook vonden de onderzoekers een dikke aslaag die het gevolg is van een grote vulkaanuitbarsting die ca. 21 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek van de UvA richt zich met name op de microstructuren in de kernen van het opgeboorde gesteente. Hiertoe worden delen van de kern met een kunsthars bewerkt, waarna er dunne doorsneden (slijpplaten) van worden gemaakt, die onder de microscoop worden bestudeerd. Op deze manier kan het verschil tussen een in zee afgezet sediment en een door landijs gevormd sediment zichtbaar worden gemaakt. Is dat laatste het geval, dan weten we dat de Antarctische ijskap groter was dan tegenwoordig, omdat het zich destijds uitstrekte over de boorlocatie, die nu in zee ligt. Hiermee levert het Amsterdamse onderzoek een belangrijke bijdrage aan het project, want deze expertise is in andere landen niet aanwezig. In de kernen die in de voorgaande jaren zijn opgeboord, zijn al diverse tijdperken met een grotere Antarctische ijskap aangetoond.

Ter vergelijking met de boringen in de Ross Zee zal er ook een studie worden gemaakt van door gletsjers gevormde afzettingen op het vasteland van Antarctica in de Allan Hills, een van de weinige niet met landijs bedekte bergen. Dit onderzoek wordt samen met een kleine groep Nieuw-Zeelanders gedaan, na afloop van het Cape Roberts-boorseizoen en duurt tot eind januari. In eerste instantie wordt dit gebied nauwkeurig in kaart gebracht, waarna een selectieve bemonstering voor slijpplaten zal volgen. De Nieuw-Zeelandse collega's concentreren zich meer op de verspreiding en de ouderdom van de afzettingen.

De Nederlandse bijdrage aan het project wordt gefinancierd door het Antarctisch programma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in Den Haag. Naast de kosten voor het eigenlijke onderzoek aan de UvA, betaalt de NWO ook de kosten voor 'one person on the ice', een bijdrage van enkele tienduizenden dollars.

Dr. Jaap van der Meer zal van begin november tot eind december op Antarctica verblijven en promovendus Mark Lloyd Davies van half november tot eind januari.

Deel: ' Nederland volwaardig partner klimaatonderzoek Antarctica '




Lees ook