VSNU

20 September 1999

Kengetallen Universitair Onderwijs 1999:
Nederlandse rendementen boven EU-gemiddelde

Uit de VSNU-uitgave 'Kengetallen Universitair Onderwijs' 1999 (KUO) blijkt dat ongeveer 70% van de studenten met vwo als vooropleiding, na negen jaar een doctoraaldiploma haalt. Hiermee laat Nederland veel van de EU-landen achter zich. Vorig jaar werden in KUO voor het eerst volledig vergelijkbare cijfers per opleiding gepresenteerd. Dit jaar is ook per opleiding te zien hoeveel uitvallers in het WO, alsnog een diploma halen in het HBO. Deze gegevens geven aan dat het beëindigen van een studie in het WO nog geen definitieve uitval hoeft te betekenen.

Nederland laat met een rendement van circa 70 % landen als Oostenrijk, België, Denemarken en Frankrijk achter zich. Een klein aantal EU-landen waaronder Groot-Brittannië, Ierland en Finland doen het beduidend beter.

De voornaamste conclusies uit het rapport:

Studierendement

* Na 9 jaar heeft 68% van de studenten met VWO als vooropleiding een doctoraaldiploma en 9% een HBO-diploma gehaald.
* De helft van de studenten die in het wetenschappelijk onderwijs starten en zonder diploma het hoger onderwijs verlaten (uitval), vertrekt al in of direct na het eerste jaar.
* Na 8 jaar is de uitval voor de totale studentenpopulatie 22%, voor de studenten met VWO als vooropleiding bedraagt de uitval 17%.
* Na de lichting 91/92 zien we een stijging van het studierendement. In dat studiejaar werd de basisbeurs bekort met één jaar. Dit zal ongetwijfeld invloed hebben gehad op de rendementen. Het studierendement van de lichtingen 91/92 tot en met 93/94 is na vijf jaar studie namelijk twee maal zo groot als het rendement van de drie voorafgaande lichtingen.
Vrouwen

* Vrouwen halen sneller het propedeuse- en doctoraaldiploma dan mannen.

* De gemiddelde studieduur van de laatste vijf lichtingen vrouwen is drie tot vier maanden korter dan die van mannen.
* Na 8 jaar heeft 64% van de vrouwen een doctoraaldiploma, tegen 57% bij de mannen.

* Van de eerstejaarsstudenten in 98/99 is 49% vrouw, één procent meer dan in 97/98.
Studieduur

* Studenten met VWO als vooropleiding doen gemiddeld zes jaar en twee maanden over hun studie. Dit is de afgelopen drie jaar onveranderd gebleven. In het studiejaar 95/96 nam de gemiddelde studieduur voor het laatst af met drie maanden.
* Bij studenten met HBO als vooropleiding is de gemiddelde studieduur in 97/98 vier jaar en één maand, een toename van twee maanden. Deze studenten volgen veelal een verkorte opleiding of krijgen vrijstellingen op basis van de eerder gevolgde HBO-opleiding, waardoor hun studieduur korter is dan die van medestudenten afkomstig uit het VWO.

Toelichting
In KUO '98 worden zowel universiteiten als opleidingen onderling met elkaar vergeleken. Hiertoe is het noodzakelijk om uit te gaan van homogene groepen studenten (standaardselectie). Dat wil zeggen studenten met in ieder geval dezelfde vooropleiding. In de VSNU/CBS methode is gekozen voor VWO'ers die een voltijdse opleiding volgen. Dat wil zeggen studenten die:

a. met een VWO-diploma als hoogste vooropleiding aan de opleiding zijn begonnen (ongeacht of zij dit diploma in het jaar voorafgaand aan hun inschrijving in het WO hebben behaald dan wel in een eerder jaar); b. ingeschreven hebben gestaan bij een voltijdse opleiding en zijn gestart met propedeuseonderwijs.


Deel: ' Nederlandse rendementen universiteit boven EU-gemiddelde '




Lees ook