Universiteit van Amsterdam


Nieuwe behandelingsmethode voor zedendelinquenten effectief

Persbericht 3 februari 1999

Een nieuwe individueel gerichte behandelingsmethode voor zedendelinquenten die tot TBS zijn veroordeeld, kan tot goede resultaten leiden. Standaardbehandelingen voor verkrachters bestaan niet, omdat de daders te verschillend zijn. Met deze nieuwe methode vermindert de kans dat daders nieuwe delicten plegen, omdat ze hun gedrag beter onder controle krijgen.

Dit concludeert klinisch psycholoog Daan van Beek in zijn onderzoek naar twintig ter beschikking gestelde verkrachters, die hij vanaf 1992 heeft behandeld. Hij promoveert op 12 februari 1999 om 10.00 uur aan de Universiteit van Amsterdam (Aula van de UvA, Singel 411). Van Beek is psychotherapeut in de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek, een forensisch psychiatrisch ziekenhuis in Utrecht. Het proefschrift is getiteld De delictscenarioprocedure bij seksueel agressieve delinquenten.

De delictscenarioprocedure is de naam van de nieuwe behandelingsmethode die Van Beek heeft ontwikkeld. Samen met de patiënt reconstrueert hij de samenhang tussen de gevoelens, gedachten en gedragingen die bij de delictsituatie een rol speelden. Deze samenhang is het delictscenario.

De nieuwe behandeling maakt het mogelijk om stapsgewijs met de patiënt het delict en de directe aanleidingen daartoe onder ogen te zien. Zo krijgt de patiënt inzicht in de factoren die een rol speelden bij de aanloop tot zijn daad. Hij leert beter met deze factoren om te gaan, zodat hij niet terugvalt in zijn oude gedrag. De behandeling is gericht op de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid voor de gepleegde delicten, waardoor de patiënt de schuld niet langer afschuift op zijn slachtoffers of op de maatschappij. Als de patiënt onvoldoende tot zelfcontrole in staat is, moet hij bereid zijn controle van buitenaf toe te staan. Dit geldt voor zowel de klinische behandeling als de ambulante nazorg.

Van Beek onderscheidt in zijn proefschrift drie verschillende typen verkrachters: het seksualiserende, het antisociale en het wraakzuchtige type. Zij verschillen met elkaar wat betreft de aanleiding tot het delict, hun psychologische achtergrond en hun gevoelens, gedachten en gedragingen tijdens het delict. Wanneer in de behandeling met deze verschillen rekening wordt gehouden, kan er gericht aandacht worden besteed aan de risicofactoren die bij elk type een rol spelen. De behandeling wordt daardoor doelmatiger en efficiënter.

Deel: ' Nieuwe behandelmethode zedendelinquenten effectief '




Lees ook