Persbericht Algemene Rekenkamer


Huisvesting justitiele diensten

28 januari 1999

Nieuwe gerechtsgebouwen en gevangenissen op tijd gereed, maar kostbaar gefinancierd

De Rijksgebouwendienst (Rgd) heeft een omvangrijk bouwprogramma van gerechtsgebouwen en gevangenissen grotendeels binnen de geplande tijd gerealiseerd. Over de kwaliteit van de nieuwbouw wordt overwegend positief geoordeeld. De beoogde kostenbesparing door inschakeling van projectontwikkelaars slaagde echter niet: alle door projectontwikkelaars gerealiseerde gevangenissen waren duurder dan de gevangenissen die de Rgd zelf realiseerde. Bovendien leidt de keuze om een deel van de projecten te leasen tot zeker 370 miljoen gulden aan extra financieringskosten. Ook tekortkomingen in een aantal met beleggers gesloten contracten hebben financiële schade tot gevolg. Dit staat in het rapport Huisvesting justitiele diensten, dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

Vanaf begin jaren negentig werkten het Ministerie van Justitie en de Rgd samen aan de realisatie van 18 gerechtsgebouwen en 26 gevangenissen. Aanleiding vormden de gespreide huisvesting en het ruimtetekort van de rechterlijke macht, en het grote cellentekort. De politieke en maatschappelijke druk om het programma in korte tijd tot stand te brengen was groot. De problemen zijn inmiddels voor een groot deel opgelost: zo is het aantal cellen in korte tijd met ruim 4500 uitgebreid. Een enquête van de Rekenkamer onder leidinggevenden in de nieuwe gerechtsgebouwen en gevangenissen wijst uit dat het oordeel over de kwaliteit van de gebouwen overwegend positief is. Wel zijn door het Ministerie van Justitie gebouwen in gebruik genomen die nog niet aan alle eisen voldeden.

De Rgd schakelde projectontwikkelaars in en verwachtte daarmee verschillende voordelen te behalen, zoals een betere kwaliteit van de projecten, lagere kosten en minder bouwrisico’s. De Rekenkamer stelt vast dat deze verwachtingen voor gevangenissen niet zijn uitgekomen: realisatie door projectontwikkelaars was duurder dan realisatie door de Rgd zelf. Het totale verschil bedroeg zeker 46 miljoen gulden ofwel 14% van de stichtingskosten. Van de verwachte kwaliteitsvoordelen is niets gebleken. Evenmin was sprake van een veronderstelde tijdsbesparing bij de Rgd. De minister van VROM antwoordde dat het beleid in de vorige kabinetsperiode zo is gewijzigd, dat nog slechts in uitzonderlijke gevallen een beroep op projectontwikkelaars gedaan zal worden.

Vanwege de beperkte ruimte op de rijksbegroting bood in 1989 het toenmalige kabinet de Rgd de mogelijkheid om projecten door leasing te realiseren. Leasing blijkt evenwel duurder te zijn dan financiering rechtstreeks uit de staatskas, met name door hogere rentelasten. De extra kosten van acht door de Rgd gesloten leasecontracten becijferde de Rekenkamer op basis van gegevens van het Ministerie van Financiën op zeker 16 % ofwel 370 miljoen gulden, maar bij een blijvend lage rentestand zullen deze nog veel hoger uitvallen. De betrokken bewindslieden onderschreven de geraamde meerkosten niet, omdat het een indicatie berekening betreft.

De organisatie rond het opstellen van de contracten met beleggers vertoonde gebreken. Zo waren er in de periode 1992-1995 bij de overeenkomsten voor gevangenissen onvoldoende maatregelen getroffen om aantasting van de integriteit te voorkomen. De functiescheiding was onvoldoende, waardoor het kon voorkomen dat degene die besliste over bepaalde contracten tevens controleur van die contracten was. Van enige aantasting van de integriteit is overigens niets gebleken. De overeenkomsten met beleggers bevatten bovendien diverse tekortkomingen. Zo bestaat het risico dat het door de gebruiker gewenste onderhoud aan de gebouwen onvoldoende en niet op tijd wordt gepleegd. Ook ontbreken duidelijke afspraken over het eigendom van door de Rgd gepleegde aanvullende investeringen. De Rgd heeft de tekortkomingen en risico’s wel onderkend, maar te laat en onvoldoende actie ondernomen om de fouten te herstellen.

Door deze tekortkomingen zijn de huurlasten te hoog vastgesteld. De financiële schade als gevolg van te hoge huurbetalingen kan over de hele lease-periode van ongeveer 20 tot 25 jaar zeker enkele tientallen miljoenen guldens bedragen.

Deze becijfering onderschreven de toenmalige minister en de huidige staatssecretaris van VROM niet, omdat met toezichthouders en externe deskundigen is afgestemd dat een acceptabele huurprijs is bedongen.

Deel: ' Nieuwe gerechtsgebouwen en gevangenissen duur gefinancierd '




Lees ook