expostbus51


AWT

Nieuwe oriëntatie nodig in het innovatiebeleid

Het technologiebeleid legt veel nadruk op het subsidiëren van het gebruik van bestaande technologieën. Het accent zou verlegd moeten worden naar het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe technologieën en nieuwe bedrijvigheid. Ook moet het ministerie van Economische Zaken letten op onbedoelde belemmeringen die diverse departementen met hun wet- en regelgeving opwerpen voor innovatie.

Dat stelt de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in zijn advies Hoofdlijnen Innovatiebeleid. De raad wijst op het grote aantal subsidieregelingen die gericht is op het stimuleren van toepassingen van bestaande technieken. Deze regelingen waren nuttig toen in het bedrijfsleven de noodzaak tot innoveren nog minder werd beseft. Nu echter beseffen bedrijven wel dat zij moeten innoveren om de concurrentie aan te kunnen. De adviesraad bepleit een flinke opschoning van die regelingen. De subsidies zouden meer moeten worden ingezet voor funderend onderzoek op d¡e gebieden van waaruit nieuwe bedrijvigheid kan ontstaan. EZ zou de beschikbare middelen moeten gebruiken om de strategische samenwerking te versterken tussen universiteiten en bedrijven. Daarbij moet niet de overheid nadrukkelijk willen kiezen voor een aantal high-tech gebieden; de bedrijven zelf moeten aangeven voor welke nieuwe terreinen extra funderend onderzoek nodig is.

Starters
De AWT legt in zijn advies grote nadruk op het stimuleren van een innovatieve cultuur en een innovatief klimaat. Hier loopt ons land achter op de VS, net als andere Europese landen. In de VS is de vanzelfsprekendheid om ideeën tot innovaties te brengen, in de cultuur ingebakken.
Het onderwijs kan een cruciale rol spelen bij het versterken van een innovatiecultuur. Belangrijk hierbij is een stimulerende omgeving voor studenten/afgestudeerden die een eigen bedrijf willen starten. In de aanloopfase lopen mensen die een eigen idee willen commercialiseren tegen financiële problemen op. Zij kunnen het best op lokaal niveau geholpen worden. Daarom pleit de AWT ervoor dat universiteiten en hogescholen uit hun eigen budget middelen reserveren om hun mensen in de aanloopfase van max. 1 à 2 jaar te ondersteunen. Om de ruimte hiervoor te vergroten, beveelt de AWT aan dat EZ bij elke gulden die een universiteit of hogeschool aan het starten van bedrijvigheid besteedt een extra gulden beschikbaar stelt. De rol van EZ kan zich tot die aanloopfase beperken. Daarin moet duidelijk worden of een idee technisch en commercieel levensvatbaar is. Daarna moeten private financiers in willen springen.

Innovatie-effect rapportages
De overheidsrol bij het stimuleren van een innovatief klimaat omvat meer dan alleen het geven van subsidies. Het wegnemen van onnodige hobbels en ruimte maken voor nieuwe initiatieven, is evenzo van belang. De AWT constateert dat wetten en regels onbedoeld een negatief effect kunnen hebben op het innovatief vermogen van het bedrijfsleven. Dat wordt onvoldoende beseft. De AWT roept EZ op hieraan aandacht te besteden. Er dienen innovatie-effect rapportages te komen bij de wet- en regelgeving van de departementen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de secretaris van de AWT, dhr. dr. A. van Heeringen, tel. 070 - 3639922. Het advies is integraal toegankelijk via Internet. De home-page van de AWT is bereikbaar via https://www.awt.nl/

Het AWT-advies nr. 38 Hoofdlijnen Innovatiebeleid is telefonisch te bestellen bij Sdu Fulfilment, Servicecentrum, tel. 070 - 3789880, prijs ü 25,=; ISBN 90 346 3685 2, of via de AWT Internet-site.

03 jun 99 15:30

Deel: ' Nieuwe oriëntatie nodig in het innovatiebeleid '




Lees ook