Persbericht 13 januari 1999

Nieuwjaarsrede voorzitter OSB, Ondernemersorganisatie Schoonmaak & Bedrijfsdiensten

Dames/Heren, hartelijk welkom op onze Nieuwjaarsreceptie, deze keer in Arnhem in deze schitterende Eusebiuskerk. Een sfeervolle locatie om elkaar te ontmoeten en om bij te praten. Met ruim 400 gasten heeft u aan gezelschap in ieder geval geen gebrek.

Er zijn vanmiddag reeds vele persoonlijke wensen uitgewisseld. Uiteraard wil ik u allen ook namens het gehele Bestuur van OSB een voortreffelijk, gezond én schoon 1999 toewensen. Voor de liefhebbers kan deze receptie zich ook letterlijk 'op hoog niveau' gaan afspelen. Ik kom daar straks nog op terug.

In de komende minuten wil ik het graag met u hebben over een aantal belangrijke zaken uit 1998 en samen met u vooruit kijken naar het laatste jaar van deze eeuw.

Een eerste hoogtepunt in 1998 was de uitreiking van de OSB-Trofee, tijdens onze vorige Nieuwjaarsreceptie, aan de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Melkert. Met name zijn inspanningen om langdurig werklozen via de regeling Schoonmaakdiensten voor Particulieren (SVP) aan het werk te helpen, werden door OSB van harte toegejuicht. Op de SVP-regeling zelf kom ik zo dadelijk nog terug.

Een hoogtepunt voor 1999 is in dit verband dat Minister De Vries tijdens ons kennismakingsgesprek in november heeft toegezegd deze trofee in 1999 graag uit te willen reiken aan dat schoonmaakbedrijf dat in deze nieuwe markt in 1998 het beste gepresteerd heeft. De Minister had vandaag graag hier willen zijn, maar de Nieuwjaarsreceptie van zijn eigen Ministerie ging uiteraard voor. Over zijn komst hoort u nog van ons.

In mei 1998 waren vertegenwoordigers van de gehele mondiale schoonmaakwereld in Amsterdam aanwezig bij het wereldcongres dat OSB mocht organiseren. Dat HKH Prinses Margriet op ons verzoek dit wereldcongres wilde openen was een grote eer. Het gaf het, op zich zeer succesvolle congres, een koninklijke dimensie. In diezelfde periode vond ook de internationale tentoonstelling Interclean, dè vakbeurs op schoonmaakgebied, in Amsterdam plaats. In 1998 is ook ons strategisch beleidsplan afgerond waarover ik u vorig jaar reeds informeerde. Een beleidsplan dat ons voldoende basis moet geven om 2000 mee in te gaan.

OSB als dé brancheorganisatie én als kwaliteitslabel voor opdrachtgevers. Een OSB die kwaliteit en professionaliteit uitstraalt èn waarmaakt. Als de markt verandert, de branche verandert, dan moet OSB ook meeveranderen. Vorige maand hebben onze leden tijdens de Algemene Ledenvergadering dit beleidsplan integraal goedgekeurd. Omdat ondernemen óók interactie met de omgeving betekent, willen wij die omgeving ook graag informeren over ons nieuwe beleid. Daarom ontvangt u allen straks een verkorte uitgave van ons beleidsplan.

Dames en Heren, in het begin van mijn inleiding wenste ik u een gezond en schoon 1999 toe. OSB wil dat graag ook aan alle scholen toewensen. Echter schone scholen zouden in 1999 wel eens een probleem kunnen worden. Zoals u weet staat de schoonmaakkwaliteit in het algemeen al jaren onder druk van steeds lagere prijzen. Hierdoor komt ook de door OSB zo bepleitte kwaliteit steeds verder onder druk te staan. Het lijkt er sterk op dat de kwaliteit van schoonmaken op scholen in 1999 en volgende jaren een grote zorg gaat worden. Als u de krantenberichten gevolgd heeft over de reinheid op scholen heeft u kreten gelezen als 'scholen zijn onvoldoende schoon' , 'scholen hebben onvoldoende geld voor schoonmaken' en 'gezondheid leerlingen in het geding'. Vlak voor Kerst kwam daar nog de mededeling bij dat de Staatssecretaris, mevr. Adelmund, van plan was de schoonmaakbudgetten van scholen te verlagen. De scholen zouden het geld toch niet gebruiken danwel geheel ergens anders voor besteden. Uiteraard vragen wij ons dan af hoe het met de schoonmaakkwaliteit in die 'zuinige' scholen staat! Omdat schone scholen een maatschappelijk belang zijn, hebben wij het voornemen om de Staatssecretaris een brief te schrijven waarin wij stellen dat de budgetten op zich, in de termen van het ministerie zelf, "afgestemd zijn op een sober en doelmatig schoonmaakresultaat'. We houden de Staatssecretaris voor dat verlaging van die 'sobere' budgetten direct én integraal zal leiden tot een lagere, en dikwijls te lage, schoonmaakkwaliteit. Dat er een relatie is tussen een te lage schoonmaakkwaliteit en de gezondheid van de leerlingen lijkt ons vanzelfsprekend. Wat bijvoorbeeld te denken van het verband tussen verlaging van schoonmaakprogramma's in het algemeen en de steeds meer oprukkende allergieën. Wij zullen de Staatssecretaris voorstellen om samen met OSB de nodige voorlichting richting scholen, over schoon, schoonmaken en gezondheid, op te gaan starten. 1998 was ook het jaar van een nieuwe CAO. Althans dat had het moeten worden. Begin 1997 hebben wij een CAO afgesloten die bedoeld was als een kwalitatief draaipunt. En die dat óók is geworden. Die CAO heeft de continuïteit van de branche positief beïnvloed. Heeft ook een positieve maatschappelijke invloed gehad: De instroom in de WW is door deze CAO fors gedaald. In de nu af te sluiten CAO willen wij een stapje verder gaan in die kwaliteit. Maar dat moet ons dan wel mogelijk gemaakt worden. Het verbaast mij dat het allemaal zo moeizaam gaat. Ons streven om de CAO per 1/1 in te laten gaan is dan ook helaas, ondanks 4 onderhandelingsronden, niet gelukt. Op 22 januari wordt weer verder onderhandeld. Omdat OSB zich, naar mijn stellige overtuiging, zeer redelijk heeft opgesteld ben ik dan ook erg teleurgesteld dat er nog steeds geen overeenstemming is. Wij vertrouwen erop eind van deze maand een nieuwe CAO te hebben. Echter als de bonden vast blijven houden aan de te hoge looneis van 3,5% zit een akkoord er deze maand niet in. In een teruggaande economie met krimpende rendementen vast blijven houden aan deze hoge looneis, getuigt van weinig realiteitszin. Of zoals de heer Blankert van VNO-NCW dat vorige week formuleerde: "Van een te hoge loonkostenontwikkeling zijn niet alleen zittende werknemers die hun baan verliezen de dupe. Maar nog meer en veel sneller vrees ik de mensen die nu nog langs de kant staan, omdat te hoge loonkostenontwikkeling ook en vooral tot minder creatie van nieuwe banen leidt". Aldus de heer Blankert. Wij als OSB vertrouwen erop dat de bonden volgende week constructief en positief op onze voorstellen zullen reageren. Daartoe roep ik ze dan ook op.

Dames en Heren, ik had u beloofd nog terug te komen op de regeling Schoonmaken voor Particulieren, SVP. Het schoonmaken bij particulieren heeft binnen onze branche in 1998 een stevige basis gekregen. De oprichting van een breed overleg platform binnen OSB heeft daar zeker aan bij gedragen. In 1999 zullen wij deze nieuwe markt verder uit gaan bouwen. Opmerkelijk voor ondernemers is daarbij dat niet het verkrijgen van klanten maar van voldoende werknemers de grootste zorg is. Klanten op een wachtlijst is in een westerse economie nogal uniek. Dat lijkt een geweldige situatie, maar is het niet. Bij het verkrijgen van voldoende werknemers, die moeten voldoen aan de eisen van de regeling, is vooral de eis dat een werkloze minimaal één jaar als werkzoekende staat ingeschreven zeer remmend. Een periode van maximaal een 1/2 jaar, zoals die ook voor enige grote steden geldt, is meer passend. Hierover hebben wij in ons gesprek met Minister De Vries onze visie reeds neergelegd. Wij vertrouwen op zijn medewerking in deze, ook maatschappelijk, zo belangrijke zaak.

Tenslotte kan ik u melden dat OSB ook erg blij kan zijn als de branche in een lage klasse wordt ingedeeld. Want soms is een lage klasse veruit te prefereren boven een hoge. Voor u verkeerde conclusies gaat trekken: Wij hebben het dan over een lage BTWklasse. OSB heeft zich in 1998 sterk gemaakt voor het mogen hanteren van het lagere BTWtarief voor schoonmaakdiensten. Inmiddels is onze branche in Brussel aangemeld voor mogelijke toepassing van het lage BTWtarief van zes procent. Het gaat hier om een experiment vanuit de Europese Commissie. Verlaging van het BTWtarief betekent een substantiële verlaging van de prijzen, een toename van de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt en een sterkere concurrentiepositie ten opzichte van de ´informele economie´. Bij mijn opmerking over meer werkgelegenheid ga ik er dan wel vanuit dat er nog voldoende Nederlanders zijn die willen werken. Als ik vorige week uit de pers begrijp dat de industrie mensen uit Ierland moet halen, ondanks ruim 1,5 mln. inactieve Nederlanders, gaan bij mij de lichten uit. Ik weiger voorlopig te accepteren dat het in ons land niet anders kan. Ik sluit mij dan ook graag aan bij de oproep van onze ministerpresident van vrijdag j.l. om in dit kader te komen tot een mentaliteitsomslag.

Dames en Heren, bij de start van mijn inleiding heb ik u beloofd terug te komen op de mogelijkheid voor u om vandaag een letterlijk hoogtepunt te beleven. Indien u dat wilt kunt u zo dadelijk met de opvallende panoramalift in ijltempo naar hogere regionen worden vervoerd. Met 'hogere regionen' bedoel ik dan de Belvédère, waar u zich op een hoogte van 74 meter kunt vergapen aan een avondlijk en hopelijk helder uitzicht over Arnhem en omgeving. Uw tocht omhoog voert dwars door het eeuwenoude gewelf, lang het carillon en langs de zware luiklokken van deze vijf eeuwen oude Eusebiuskerk.

Dames en Heren, ik wens u nog een aangename middag, nogmaals een uitstekend 1999 en bedankt voor u aandacht.

Deel: ' Nieuwjaarsrede voorzitter organisatie schoonmaakbedrijven '




Lees ook