Ondernemersorganisatie voor Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten

Persbericht
12 januari 2000
Nieuwjaarsrede Drs H.J.G.M. van Weerdenburg, voorzitter OSB

Dames en heren, hartelijk welkom op onze Nieuwjaarsreceptie.

Er zijn vanmiddag al vele handen geschud en persoonlijke wensen uitgewisseld. Uiteraard wil ook ik u allen, ook namens het gehele Bestuur van OSB, een voortreffelijk, gezond én natuurlijk ook schoon 2000 toewensen. OSB heeft, om zich klaar te maken voor de 21ste eeuw, afgelopen jaar gebroken met een flink aantal tradities.

Een van die trendbreuken, die u ook vandaag kunt merken, is de lokatie van deze bijeenkomst: Voor het eerst sinds jaren zijn we niet meer bij elkaar in een voormalige kerk, maar in 'het Huis van de Toekomst'. Dat is naar ons idee een passende lokatie, zo bij het begin van een nieuw millennium.

Zoals gebruikelijk in een Nieuwjaarstoespraak, wil ik graag bij een aantal punten stil blijven staan. Het zijn een paar voor OSB en de schoonmaak-branche belangrijke zaken. Belangrijke zaken ook, waarmee OSB doelbewust de 21ste eeuw ingaat.

Daarbij focus ik mij vandaag, in stijl met het begin van een nieuwe eeuw, een nieuw millennium zelfs, op draaipunten in de ontwikkeling. Op trendbreuken dus.

Vandaag ga ik het dus niet met u hebben over het schreeuwende tekort aan arbeidskrachten (want daar heeft iedereen nu flink last van). Ook wil ik het niet met u hebben over de vakbonden met hun torenhoge eisen van 4% of meer (want ook dáár heeft ook iedereen last van én bovendien kunnen we dat toch niet betalen. Tenzij zij 2 plus 2 procent bedoelen voor een 2-jarige CAO, natuurlijk!).
En u begrijpt al, dat ik het dus ook niet wil hebben over de wel erg overtrokken en knellende wettelijke eisen op met name ARBO-gebied waarmee de schoonmaak-branche, al dan niet vanuit 'Brussel', te maken heeft of krijgt.

Waar ga ik dan wel met u over spreken?

Over 3 voor onze branche essentiële zaken:

Ik wil het met u hebben over ons eigen 'OSB-Huis', dat we in de loop van dit jaar willen openen;
Dan wil ik ook iets zeggen over de 40 miljoen wachtgeldpremie die wij in 2000 niet als extra willen betalen.
Maar allereerst wil ik met u stilstaan bij de samenwerking OSB en AWOG, die wij in 2000 hopen te effectueren;

OSB - AWOG

De AWOG is in 1995 ontstaan als belangenbehartiger voor glazenwassers. Het initiatief ontstond uit onvrede met het toenmalig beleid op het terrein van de ARBO-verplichtingen. De samenwerking tussen OSB en AWOG die wij in 2000 gaan effectueren, is een erg belangrijke zaak voor onze branche. Het is een trendbreuk. Wij zijn op weg naar één belangenbehartiger voor de gehele branche.

In de algemene ledenvergaderingen van zowel AWOG als OSB is eind vorig jaar besloten, dat we moeten komen tot één nieuwe groepering, die als platform kan funktioneren voor de belangenbehartiging van alle glazenwassers.
Die nieuwe groepering zal worden vormgegeven door de oprichting van een nieuw Segment voor Glazenwassers, dat opereert als een onderdeel van de koepelorganisatie OSB.

Voor de huidige AWOG-leden betekent dat, dat zij het OSB-lidmaatschap krijgen aangeboden.

Met dit belangrijke resultaat feliciteer ik uiteraard de gehele branche, en specifiek de onderhandelaars van beide groeperingen van harte!

De komende maanden zal een kleine werkgroep van AWOG en OSB, waarin in ieder geval zitting hebben de voorzitter van AWOG, Koos Stuyvers, en de voorzitter van het OSB-segment Glas, Peter Jager, de verdere samenwerking verder uitwerken. Tijdens de algemene ledenvergaderingen van juni 2000 dient dan de samenwerking geformaliseerd te worden.

Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om de werkgroep alle sukses te wensen bij hun nieuwe, en voor onze branche zo belangrijke taak.

De ontwikkeling van het OSB Huis

Het is voor ons allemaal zo gewoon om over OSB als branche-organisatie te spreken. Als een organisatie die haar mannetje/vrouwtje staat. Overal en op alle terreinen. En toch, is het pas 19 jaar geleden dat OSB werd opgericht. Geboren in 1981 uit de 'ouders' AWS en NVOGS.

Dat OSB in een dergelijke korte tijd, de club heeft kunnen worden die het nu is, is in hoge mate te danken aan de OSB-leden zelf en met name aan de voortrekkers uit onze branche.
Zonder anderen te kort te willen doen, noem ik vandaag bij de afsluiting van een tijdperk, en het begin van een nieuwe periode: Ton Funke Küper en Theo Stuyvers, Jan Herlaar, Cor van der Heijden, Aad de Groot en Ton van Leeuwen.

OSB heeft gedurende haar gehele bestaan erg veel aandacht besteed aan de kwaliteit van ons produkt. Sprekende voorbeelden daarvan zijn ons eigen opleidingsinstituut, onze eigen Gedragscode en het OSB+ certificaat. Ook voor de jaren 2000 willen OSB én haar leden staan voor kwaliteit. Sterker nog, wij gaan in de jaren 2000 het vorig jaar vastgestelde label extra benadrukken: OSB is gewoon KWALITEIT

U mag van ons de komende jaren nieuwe initiatieven verwachten, om de kwaliteit van ons produkt nog beter te borgen, én nog beter te communiceren. Op het einde van mijn inleiding kom ik op deze kwaliteit nog extra terug, als opstapje naar een speciale afsluiting van dit formele gedeelte.

Dames en heren,

in 1999 is OSB begonnen met de uitwerking van haar strategisch beleidsplan. Daarvan heeft u tijdens de vorige Nieuwjaarsbijeenkomst in Arnhem van ons de populaire versie meegekregen. Het is een beleidsplan dat uitgaat van OSB als dé branche-organisatie.

In dat kader wordt steeds meer verwacht van onze profilering, zowel in- als extern, en van onze kennis op vele terreinen.

Om de dienstverlening aan onze leden verder te kunnen vergroten, en de uitstraling van de schoonmaakbranche verder te bevorderen, heeft OSB besloten om in de loop van 2000 haar dienstverlening te gaan verrichten vanuit een eigen huisvesting, en met door OSB direct aan te sturen personeel. Dit bolwerk van belangenbehartiging voor de schoonmaakbranche, noemen wij het 'OSB-Huis'.

Om de dynamiek van ons denken te illustreren het volgende:

Al voordat het 'OSB-Huis' er is, kan ik u nu al verklappen dat wij dat huis ook weer gaan verbouwen. Het OSB-Huis wordt door OSB gezien als een tussenmodel, om te komen tot een allesomvattend 'Schoonmaak-Huis'. Een Huis waar meerdere organisaties die in, en bij onze branche betrokken zijn, een eigen, zelfstandige, plaats kunnen vinden.

Het OSB-Huis is dan onderdeel van het Schoonmaak-Huis.

De reakties op onze ideeën over het Schoonmaak-Huis, vanuit zeer verschillende hoeken, zijn erg positief. Sommigen vragen ons waarom we nog met een tussenmodel gaan werken. De belangrijkste reden daarvoor is ons eigen tijdpad.
Wij willen zo spoedig mogelijk in 2000 ons OSB-Huis betrekken en gaan inrichten. Deze verzelfstandiging is op zich een geweldige opdracht aan bestuur en personeel. Daar ligt onze eerste prioriteit.

Maar, hier in het 'Huis van de Toekomst', zeg ik u, dat OSB intussen ook zal blijven denken over, en zal blijven werken aan de structuur van ons 'Huis van de Toekomst': 'Het SchoonmaakHuis'.

Ik beloof u, dat u in 2000 nog van ons zult horen!

Voordat we zo meteen weer aan de borrel gaan, wil ik eerst iets zeggen over iets dat mij zorgen baart: de wachtgeldpremie.

Over de inhoud van die discussie heeft u al het nodige in de pers kunnen lezen. Daarom hier even kort de achtergrond, de feiten en onze oproep om steun. De schoonmaak-branche is in relatief korte tijd qua werkgelegenheid een hele grote branche geworden. Rond 1985 spraken wij nog over ruim 100.000 mensen.

Drie jaar geleden noteerden wij al ruim 170.000 werknemers. In de komende jaren zal het aantal werknemers alleen maar verder toenemen. Onder andere door de verdere ontwikkelingen van de branche en de branche-specialismen. De 200.000 werknemers komen in zicht. De schoonmaakbranche heeft daarmee een grote maatschappelijke funktie gekregen.

Maar, wat is nu concreet ons probleem met de nieuwe wachtgeldpremie?

Op zich is het heel simpel. Een kind kan de was doen. Om aan onze verplichtingen in het kader van de wachtgeldregeling te kunnen voldoen, hebben wij in 2000 een reserve van 35 miljoen nodig. Dat is meer dan genoeg. Over dat bedrag zijn alle partijen het ook eens. Echter, wij worden verplicht, een reserve van 75 mln. aan te gaan houden.

Want zo zijn nu eenmaal de wettelijke regels, zeggen ze.

We betalen dus 40 miljoen te veel! En iedereen vindt dit een vreemde en vooral onjuiste zaak.

En met 'iedereen' bedoel ik dan de Sectorraad, het LISV, de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Economische Zaken en het ministerie van Financiën. U vraagt zich misschien af wat dan toch ons probleem is?
Het probleem is, dat al die sympatiserende partijen zeggen, dat ze de wettelijke regels niet op korte termijn kunnen veranderen.

En ze zeggen ook, dat ze het gedoogbeleid uit 1999 niet kunnen voortzetten. Terwijl dàt nu juist de oplossing is van het probleem.

Ik zei u al, een kind kan de was doen. Alleen grote mensen kunnen het blijkbaar niet tijdig oplossen.
En er dreigt nog een probleem.

Als wij 40 miljoen te veel moeten inleggen voor die onnodige reserves, leidt dat tot een onnodige verhoging van onze prijzen. En hoge prijzen leiden direct tot verslechtering van onze marktpositie,én dus tot het risico van arbeidsuitstoot. En wat dat betekent, weten wij en de politiek goed genoeg. Dit alles terwijl het onnodig is.

Toch een opmerkelijke zaak, nietwaar?

In het belang van de branche en de daarin werkzame mensen, roepen wij daarom de betreffende ministeries nogmaals op, om het door ons gevraagde 'gedoogbeleid' voor 2000 te willen honoreren. En dat in afwachting van de noodzakelijke veranderingen in de wettelijke regels.

Dames en heren, hiervoor sprak ik over kwaliteit in onze branche, en ik beloofde u hier, ter afsluiting van dit formele gedeelte, nog even op terug te komen.

Dat moment is nu aangebroken.

In onze branche werken een aantal zeer gespecialiseerde bedrijven. Bedrijven die zich toegelegd hebben op dienstverlening bij calamiteiten. Calamiteiten zoals schade die is ontstaan door brand en roet, of wateroverlast, en vervuiling. U begrijpt, dat het daarbij gaat om gespecialiseerd schoonmaakwerk waarbij, door de directe relatie met de volksgezondheid, hoge eisen aan de kwaliteit van de dienstverlening worden gesteld.

Onze gespecialiseerde bedrijven werken nauw samen met de verzekeraars, die zoals u begrijpt ook een belangrijke rol spelen, in de Stichting Salvage. De stichting Salvage kent een eigen kwaliteitswaarborg door middel van een Erkenningsregeling. Vandaag kunt u getuige zijn van de uitreiking van de eerste 4 certificaten behorend bij die Erkenningsregeling. Voor die uitreiking verzoek ik de voorzitter van de Stichting Salvage, de heer Gerritse naar voren te willen komen.

Uitreiking certificaten met kort woordje

Afsluiting OSB-Vz

Ook namens OSB wil ik graag de 4 bedrijven van harte feliciteren en hun veel sukses in deze nieuwe eeuw toewensen.

Dames en Heren,

ik wens u nog een aangename middag, nogmaals een uitstekend 2000 en bedankt voor u aandacht.

Deel: ' Nieuwjaarsrede voorzitter OSB '




Lees ook