Gemeente Rotterdam


Nieuwjaarsbijeenkomst Gemeente Rotterdam

Nieuwjaarsbijeenkomst Gemeente Rotterdam gehouden op maandag 3 januari 2000 in de Burgerzaal van het stadhuis. Toespraak van burgemeester mr. I.W. Opstelten namens het College van Burgemeester en Wethouders.

Nieuwjaarsspeech, Burgerzaal 3 januari 2000.

Dames en heren,

Op deze derde dag van het nieuwe jaar, van een nieuwe eeuw en een nieuw millennium wens ik u en de uwen, namens het gemeentebestuur, al het goede toe: gezondheid, voorspoed en geluk. Wetende dat als het met de Rotterdammers goed gaat, het ook met onze stad goed zal gaan.

De magie van de millenniumwisseling is de afgelopen tijd van vele zijden benadrukt. Het moment zelf knalde wel en hoe, maar bleek toch niet de oerknal waarmee een nieuwe tijd werd geboren en evenmin de apocalyps die het einde betekende van onze gecomputeriseerde samenleving. Het was al met al gewoon een aardig feest dat -een enkel incident daargelaten- met Nederlandse en zeker ook Rotterdamse nuchterheid werd gevierd. Een woord van dank is op zijn plaats voor al diegenen die met hun paraatheid eraan hebben bijgedragen dat het moment waarop de teller weer op nul sprong, redelijk vlekkeloos is verlopen: De politiemannen en -vrouwen, brandweerlieden, hulpverleners en vele anderen, hulde!

Dames en heren, het terugkijken is nu over.
Rotterdam kijkt vooruit, zoals deze stad altijd al heeft gedaan, dat ligt ons nu eenmaal beter. Rotterdam maakt in het nieuwe millennium een droomstart. Op 2 juli zijn honderden miljoenen ogen op onze stad gericht. Zij zullen de sportieve finale van een mooi voetbalfeest kunnen zien, in een stad die de wereld over gaat als gastvrij, sport-minded, dynamisch en toekomstgericht. Nog geen jaar later zal Rotterdam de wereld tonen dat de stad ook in cultureel opzicht op de kaart staat, in zijn veelkleurigheid vele steden is. De organisatie, onder leiding van de voorzitter, de heer Paul Nouwen, meldt ons een grenzeloos enthousiasme. De kalender voor dit bijzondere jaar neemt nu vastere en veelbelovende vormen aan met grote tentoonstellingen over Jeroen Bosch, Bruegel, het Interbellum en het wonen, een multimedia-spektakel op het water, ontmoetingen van culturen in programma's als 2001 Wereldsmaken en het optreden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest met de beroemde Arabische zangeres Fairuz en -niet te vergeten- projecten voor jongeren, zoals het Kinderhoofdkwartier. Manifestaties in 2000 en 2001 die een groot beroep doen op het organiserend vermogen van Rotterdamse burgers en instellingen, de politie, het gemeentebestuur en de gemeentelijke diensten. Maar wij kunnen dat aan in onze stad en zijn er straks klaar voor.

Deze evenementen betekenen daarom ook een droomstart omdat zij passen in het profiel van de moderne 21e eeuwse stad. Moderne steden zijn immers meer dan louter woon- en werksteden, maar vooral ook centra van ontspanning en vermaak. Dat geldt zeker ook voor Rotterdam. De stad bevindt zich sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw in een ingrijpende omschakeling en heeft zich versterkt als sportstad, cultuurstad, winkelstad en uitgaansstad. We zijn er nog niet, maar voorlopig bekronen zowel het Europese kampioenschap Voetbal, als de uitverkiezing tot Europese Culturele Hoofdstad in 2001 alle inspanningen. En komt het er op aan deze droomstart een passend vervolg te geven.

Richten we de blik tien jaar vooruit, dan hebben zich ingrijpende veranderingen voltrokken. De haven blijft een belangrijke bron van welvaart. Vierhonderd miljoen ton goederen passeren rond 2010 de poort van Europa. Goederen die hier ook worden verwerkt. De Tweede Maasvlakte biedt daar ruimte aan. De stad blijft in sfeer en uitstraling herkenbaar als havenstad, maar zal ook meer te bieden hebben. De hogesnelheidslijn en de zakenluchthaven verbinden Rotterdam met andere Europese centra. De stad is kennis- en informatiecentrum en thuishaven voor nieuwe media en vrijetijdsindustrie. De stad is aantrekkelijk om er te wonen, werken en verblijven. In stad en regio wordt het evenwicht tussen economie en milieu zorgvuldig bewaard. Veel goede en gevarieerde woningen zijn beschikbaar gekomen voor oude en nieuwe Rotterdammers: in het centrum, aan de rivieroevers, op de Kop van Zuid en in Nesselande. De wijkaanpak zal het sociale, economische en woonklimaat in de oudere wijken hebben hersteld. Naoorlogse woonwijken hebben weer toekomstwaarde. De Kop van Zuid heeft zijn grote ambities waargemaakt, is een parel aan de Maas en heeft een aanstekelijke uitstraling naar de omliggende woonwijken. De binnenstad bruist en bloeit. Inrichting en aankleding van straten en pleinen dragen bij aan een prettige stadsbeleving. Het CS-gebied is op de schop en opent een nieuw stedelijk perspectief. Een gevarieerd aanbod van voorzieningen en festivals, plezierige uitgaansgelegenheden en nieuwe toeristische trekkers bezorgen de stad een goede naam bij bewoners en bezoekers.

U merkt het. Voor u staat een optimistische, maar daarom niet minder realistische burgemeester. Dit toekomstbeeld is immers geen utopie, maar ligt binnen handbereik, als we er allen de schouders onder zetten.

Maar zie ik u denken: hoe zit het dan met de veiligheid, de kwetsbare groepen in onze samenleving, de werkloosheid, de armoede. Rotterdam is toch de stad die de verkeerde lijstjes aanvoert? U heeft gelijk: ook een beeld van Rotterdam is dat onze stad soms meer dan evenredig deelt in de grootstedelijke problemen. Dat verbloemen we niet. Het gaat om succesvolle burgers in een succesvolle stad. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar die problemen overkomen ons niet, het zijn geen onbeheersbare natuurkrachten. Ook hiervoor geldt dat Rotterdam meer in de landelijke pas kan lopen als we er samen de schouders onder zetten. De stad barst van de goede plannen en initiatieven. Het gemeentebestuur heeft in de nadagen van de vorige eeuw die plannen gebundeld in een ambiteuze toekomstvisie, met een uitzonderlijk investeringsprogramma. Het gemeentelijke geld wordt bij voorrang ingezet op programma's die de strijd aanbinden met onze koppositie op de verkeerde lijstjes. En ook de rijksoverheid is in de laatste decemberdagen met een belangrijke bijdrage over de brug gekomen, nog niet genoeg, maar voorlopig kunnen we aan de slag.

Het resultaat moet zijn dat in mijn eerder geschetste toekomstbeeld ook de succesvolle Rotterdammers een plaats hebben, wat zeg ik: daarvan het hart zijn. Dus dat men inderdaad binnen tien jaar de veiligheid in onze stad met het rapportcijfer zeven waardeert, het opleidingsniveau fors is gestegen, het voortijdige schoolverlaten is afgenomen, Rotterdammers zich zelfredzaam en met elkaar verbonden weten, wat zich uit in een gemeenschappelijk zorg voor de problematische jongeren, voor de meest kwetsbare groepen en het met elkaar handhaven van elementaire leefregels, die de basis zijn van stedelijk samenleven. Dat Rotterdammers als symbool van hun sociale verbondenheid ook in deze eeuw wat vaker 'Goedemorgen!' tegen elkaar zullen zeggen. En dat onze medeburgers door de bank genomen meer werk en een beter inkomen zullen hebben. Onze toekomstvisie wil niets meer en niets minder dan ook op deze terreinen bijdragen aan een goede millennium-start van Rotterdam; geen droomstart, maar een doorstart. Zodat we kunnen afrekenen met de zorgen die we meenemen uit de vorige eeuw. En we de beelden van een fysiek en sociaal gehavende stad, de eenzijdige en zakelijke werkstad en de stad van de "de verkeerde lijstjes", definitief achter ons, dus in de 20e eeuw, kunnen laten.

Dit is een opgave voor ons allen: burgers, bedrijven en overheden. Wat zal daarbij de rol en positie van het stadsbestuur zijn? Over de gekozen burgemeester houd ik mijn kruit nog even droog. Maar, zie ik het goed, dan ontwaar ik voor de toekomstige rol van de overheid drie lijnen.

De eerste lijn is dat -ondanks of wellicht juist dankzij individualisering en verbrokkelijking- de behoefte groot blijft aan richtinggevende kaders: een duidelijke koers, heldere concepten, samenbindende waarden en normen. En dat de overheid in dat verband een onweersproken positie behoudt. De tweede is een verdere verzakelijking. De gemeentelijke diensten worden meer en meer aan de maat van de markt gemeten: kosteneffectief, klantgericht, maatwerk en niet doen wat anderen beter kunnen. De derde lijn is die van vermaatschappelijking. Een overheid die op alle terreinen de voorwaarden schept voor samenwerking, partners zoekt en tot deelname stimuleert. Want we kunnen het allang niet meer alleen.

De komende eeuw, wordt daarmee voor ons het tijdvak van de richtinggevende, zakelijke en samenwerkende overheid. In het belang van succesvolle Rotterdammers in een succcesvol Rotterdam!

Dames en heren, Een nieuwe tijd is aangevangen, laten we snel aan het werk gaan.

Deel: ' Nieuwjaarstoespraak burgemeester Opstelten van Rotterdam '




Lees ook