De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

De wereld van het geld

Toespraak van dr. A.H.E.M. Wellink, president van de Nederlandsche Bank N.V., ter gelegenheid van de nieuwjaarsbijeenkomst 2000 van de Nederlandse Bond van Assurantie Adviseurs, (NBVA) 13 januari 2000 te Amersfoort.

Dames en heren,

Inleiding

1. Met de start van het nieuwe millennium nog zo vers in het geheugen (al begint het derde millennium pas echt in 2001, heb ik me laten uitleggen), is het onvermijdelijk om vandaag eerst even stil te staan bij de `millenniumbug'. Wat iedereen verwachtte - een soepele overgang naar de volgende eeuw - werd bijna twee weken geleden bewaarheid. Dit gold ook voor de financiële sector, in Nederland en de wereld.

2. De financiële sector - en centrale banken in het bijzonder - hebben iets met de jaarwisseling. Een jaar geleden deed de euro zijn intrede. Een goed voorbereide operatie, die succesvol werd afgerond. Op de euro kom ik nog uitgebreid terug. Vervolgens is met name afgelopen jaar met veel energie gewerkt aan het voorkomen van een `millenniumprobleem'. Van overdreven voorbereidingen is overigens geen sprake geweest. Het is juist allemaal zo goed gegaan, omdat iedereen zeer doordrongen was van de gevolgen van een mogelijk `millenniumprobleem' en er dus hard gewerkt is om systemen door te lichten en aan te passen. De centrale banken van het eurogebied en de ECB zijn thans al weer druk bezig met de jaarwisseling van 2001 naar 2002. Zoals u weet, zullen vanaf 1 januari 2002 de eurobankbiljetten en -munten in omloop worden gebracht.

3. Hopelijk hebben we het daarna even gehad. Wat overigens niet wil zeggen dat de financiële sector en centrale banken niet voortdurend in beweging zijn. Want de wereld om ons heen verandert in razendsnel tempo. En dit brengt mij op het thema van uw nieuwjaarsbijeenkomst vandaag. Een belangrijk gevolg van allerlei ontwikkelingen die gaande zijn - vooral op het gebied van technologie en automatisering - is dat de wereld om ons heen steeds kleiner wordt. Dat werd bijvoorbeeld weer eens duidelijk twee weken geleden, toen CNN ons de festiviteiten rond de eeuwwisseling per satelliet voorschotelde. Van de Chatham eilanden - in Oceanië - tot West Samoa. CNN wist nog eerder te melden dat de geldautomaten in Australië werkten dan de lokale toezichthouder. Dat de wereld steeds kleiner wordt, is inderdaad misschien wel het duidelijkste zichtbaar in de `wereld van het geld'. Dit is het thema van mijn speech vanmiddag.

4. Eén van de belangrijkste - zo niet de belangrijkste - recente ontwikkeling in `de wereld van het geld', is de invoering van de euro en de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU), nu ruim een jaar geleden. Ik wil vanmiddag dan ook eerst ingaan op een aantal aspecten van de invoering van de euro.

Ontwikkelingen in euroland

5. Met de totstandkoming van de EMU is de tweede grootste economie van de wereld ontstaan, na de Verenigde Staten. Het BBP van het eurogebied bedraagt 15,5% van het BBP van de wereld. Ter vergelijking, voor de Verenigde Staten en Japan bedragen deze percentages 20,8 respectievelijk 7,4%. (Wanneer het Verenigd Koninkrijk en - op termijn - nieuwe lidstaten tot het eurogebied toetreden, zou zelfs wel eens de grootse economie van de wereld kunnen ontstaan). Waar de meeste Europese landen zich in het verleden vooral afficheerden als kleine, open economieën is thans een grote, relatief gesloten economie ontstaan. De mate van openheid van de Europese economie - afgemeten aan het gemiddelde van uit- en invoer (als percentage van het BBP) - bedraagt 16%, tegen 12% voor de Verenigde Staten en 10,5% voor Japan. Dit vergt een andere blik op Europa en stelt ook nieuwe eisen aan het economische en financiële beleid in het eurogebied. Zo is de wisselkoers - de koers van de euro ten opzichte van andere valuta's - nog steeds een uitermate belangrijke grootheid, maar toch op een andere manier dan in het verleden. Landen van het eurogebied zijn enerzijds door de komst van de euro duidelijk minder gevoelig geworden voor valutaschommelingen; anderzijds is hun valuta nu een wereldmunt met nieuwe mogelijkheden, maar ook met nieuwe, potentiële spanningsvelden. Op het economische en financiële beleid dat nodig is in het eurogebied kom ik nog terug. Prof. Sijben zal vanmiddag dieper ingaan op de ontwikkelingen in deze economische blokken, wanneer hij verslag zal doen van zijn `reis door de wereldeconomie'.

6. Hoe ziet `de wereld van het geld' in euroland er nu uit? Het is mogelijk om een aantal ontwikkelingen te onderscheiden, waarbij het overigens nog te vroeg is te concluderen dat deze zich ook in de komende jaren zullen voortzetten.

7. In de eerste plaats zien we tekenen dat de financiële structuur van euroland in sommige opzichten iets opschuift naar de structuur zoals de Verenigde Staten die kent. In euroland leunt de financiële structuur nog sterk op het bankwezen: zo loopt het grootste deel van de financiering van de private sector via banken. Indirecte financiering noemen we dit. In de Verenigde Staten, daarentegen, vindt financiering in grotere mate plaats via aandelen en obligaties. We spreken dan van directe financiering. In 1999 nam de emissie van in euro gedenomineerde obligaties door particuliere instellingen echter fors toe. De emissie van euro-obligaties steeg gedurende de eerste 10 maanden van 1999 met bijna 80% (ten opzichte van de emissies in eurovaluta in 1998). Voor de zogenoemde `private corporates' was dit zelfs ruim 300%. De forse groei van in euro gedenomineerde obligaties werd geholpen door de voortdurende herstructurering - via fusies en overnames - van veel bedrijven in euroland. Hiervoor waren grote sommen geld nodig. Aan de vraagzijde is verder met name de toename van de belangstelling van institutionele beleggers voor private obligaties noemenswaardig, met name de belangstelling van pensioenfondsen. Ook verzekeringsmaatschappijen tonen een steeds grotere belangstelling voor dit soort papier.

8. Ook de notering van het aantal bedrijven aan Europese aandelenbeurzen nam toe in 1999 (al is de kapitalisatiegraad - 71% van het BPP - nog beduidend lager dan in de Verenigde Staten, waar deze in 1999 zo'n 160% van het BBP bedroeg). Dit is wederom een aanwijzing dat er sprake is van een verschuiving van indirecte naar directe financiering van bedrijven. De invoering van de euro heeft een aantal beurzen in Europa ertoe aangezet om meer met elkaar samen te werken. De Amsterdamse beurs - de AEX - heeft op onderdelen, een alliantie gesloten met de beurzen van Parijs, Frankfurt, Brussel en Milaan. Dit is ongetwijfeld een goede strategie in een kapitaalmarkt die steeds geïntegreerder wordt.

9. Een tweede belangrijke ontwikkeling in de `wereld van het geld' is - wat Europa betreft - de verder consolidatie van de financiële sector. In de loop van 1999 is het aantal kredietinstellingen in het eurogebied met bijna 5% afgenomen. De consolidatie in met name de bancaire sector wordt gedreven door een aantal, elkaar versterkende factoren, zoals technologische ontwikkelingen, deregulering en liberalisatie en een voortgaande internationalisering. De invoering van de euro heeft de gevolgen van deze ontwikkelingen alleen maar versterkt. Overigens betekent het ontstaan van grotere, pan-Europese - en soms zelfs pan-mondiale - banken niet dat de bancaire sector over niet al te lange tijd alleen maar zal worden gedomineerd door financiële reuzen. Wanneer sommige instellingen besluiten hun krachten te bundelen, zullen juist andere instellingen proberen om niches te vinden.

Overigens zij in dit verband opgemerkt dat de Bank haar aandacht op de inzet van tussenpersonen door onder toezicht staande instellingen heeft geïntensiveerd. De Bank enquêteert daarom op dit moment kredietinstellingen naar hun relatie met die tussenpersonen. De Bank wil namelijk inzicht verwerven in de wijze waarop tussenpersonen bemiddelen bij het `aantrekken van opvorderbare gelden' en het `ter beschikking verkrijgen van gelden van het publiek'.

Tevens zal in het kader van de Raad van Financiële Toezichthouders de positie van de tussenpersonen in de financiële sector in kaart worden gebracht. Gegeven de nadrukkelijke aandacht die deze Raad aan productvoorlichting geeft, is het mogelijk dat wordt bezien hoe kan worden verzorgd dat tussenpersonen dezelfde regels in acht nemen bij de voorlichting aan de consument als instellingen onder toezicht nu en in de toekomst gehouden zijn te doen.

10. De grootste veranderingen in de bancaire sector hebben zich tot nog toe op de `wholesale' markt voorgedaan, mede als gevolg van het ontstaan van een pan-Europese interbancaire markt. Op het terrein van `retail-banking' gaan de ontwikkelingen veel meer geleidelijk en spelen nationale spelers nog steeds een belangrijke rol. Een interessante vraag in dit opzicht is natuurlijk in hoeverre internet-bankieren zich zal gaan ontwikkelen. Ook voor u als assurantietussenpersonen is deze ontwikkeling van Internetdienstverlening uiteraard ook in hoge mate relevant en uitdagend.

11. `Last but not least', heeft de invoering van de euro grote gevolgen gehad voor de geld- en valutamarkten in het eurogebied. Deze vloeien voort uit de totstandkoming van een gemeenschappelijk monetair beleid en de onomkeerbare vastkoppeling van de Europese wisselkoersen.

12. Wat betreft de Europese geldmarkt, heeft met name TARGET - de koppeling van Europese topgirale betaalsystemen - geleid tot een zeer geïntegreerde Europese geldmarkt. Dit blijkt uit het feit dat de `overnight'-tarieven in de verschillende landen van het eurogebied nauwelijks meer van elkaar verschillen. Geldmarktpartijen kunnen via TARGET binnen enkele minuten tegoeden overmaken naar een andere kredietinstelling in het eurogebied. De integratie van de Europese geldmarkten heeft - logischerwijze - ook geleid tot een consolidatie van het aantal bedrijven werkzaam in deze sector. Wat betreft de handel in kortlopend papier zelf is de integratie van de markt minder voortgeschreden. Dit heeft met name te maken met verschillen tussen juridische regimes in de verschillende eurolanden en de werking van stukken-afwikkelsystemen, die nog niet echt zijn ingericht op grootschalig grensoverschrijdend gebruik van dergelijk papier. Overigens wordt aan het wegwerken van deze verschillen Europeesbreed gewerkt.

13. Reeds voor de invoering van de euro was duidelijk dat de nieuwe munt een grote invloed zou hebben op de valutamarkten, waar de Europese valuta werden verhandeld. De notering van de `voorlopers' van de euro is vrijwel verdwenen. De omrekeningskoersen tussen de eurovaluta spelen alleen nog een rol voor consumenten en het midden- en kleinbedrijf. Dit zal waarschijnlijk zo blijven tot de invoering van de girale euro en de introductie van de euromunten en -bankbiljetten per 1 januari 2002. De onherroepelijke vastkoppeling van de Europese wisselkoersen heeft - zoals te verwachten viel - bijgedragen aan rationalisatie van het aantal spelers op de valutamarkt. Hieraan is overigens niet alleen de invoering van de euro schuldig. Ook ontwikkelingen met betrekking tot de structuur van de valutamarkten, bankenfusies en technologische ontwikkelingen hebben bijgedragen aan een rationalisering in deze sector.

Gevolgen voor beleidsmakers

14. Wat betekenen de recente ontwikkelingen - en met name de invoering van de euro - nu voor beleidsmakers? In algemene termen kan worden gesteld dat de omvang en de snelheid van mondiale geld- en kapitaalstromen hogere eisen stellen aan het financiële en economische beleid. Het wordt steeds moeilijker voor beleidsmakers om internationale geld- en kapitaalstromen te sturen, zoals vroeger gebruikelijk was. Daarnaast leggen steeds beter ontwikkelde financiële markten de missers van beleidsmakers eerder bloot dan in het verleden. De handhaving van financiële en economische stabiliteit - oftewel het creëren van een voor marktpartijen voorspelbare en stabiele omgeving - staat tegenwoordig centraal.

15. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen het macro-economische beleid, dat wil zeggen het monetaire en het budgettaire beleid, en het financieel-economische beleid, in het bijzonder het toezicht op de financiële sector. Laat ik beginnen met het macro-economische beleid, en dan in het bijzonder het beleid in het eurogebied.

16. Het monetaire beleid is duidelijk. De ECB richt zich op het bereiken en handhaven van prijsstabiliteit. Voor het eurogebied betekent dit een stijging van de consumptieprijzen minder dan 2% (ten opzichte van vorig jaar). Aldus wordt een zo efficiënt en effectief mogelijke werking van markten mogelijk gemaakt. Niet alleen in Europa, maar in het grootste deel van de wereld, is men de overtuiging toegedaan dat monetair beleid niet moet worden ingezet om de conjunctuur te sturen. Stabiele prijzen dragen bij aan een stabiele financieel-economische omgeving.

17. Ook waar het gaat om het budgettaire beleid, is duidelijkheid geschapen. Steeds meer zijn overheden tot de conclusie gekomen dat ook het budgettaire beleid in principe in het teken moet staan van financieel-economische stabiliteit. In Europa heeft deze gedachte vorm gekregen in het zogenoemde Pact voor Stabiliteit en Groei dat de lidstaten van de Europese Unie ertoe verplicht om op middellange termijn evenwicht of een overschot op de begroting na te streven.

18. Het monetaire en budgettaire beleid staat dus in het teken van een stabiele en gezonde financieel-economische omgeving, al is het budgettaire consolidatieproces in Europa nog niet geheel voltooid en dienen zich weer nieuwe uitdagingen aan (bijvoorbeeld de noodzaak om de kosten als gevolg van de `vergrijzing' op te vangen). Een gezonde financieel-economische ongeving draagt bij aan zo optimaal mogelijk werkende markten, zo is de gedachte. Het meer micro-economische getinte beleid grijpt direct aan bij de werking van markten en verdient daarom steeds meer aandacht. Dit geldt juist voor Europa, waar de marktwerking in veel opzichten achter loopt bij met name de Verenigde Staten. Het eurogebied is extra gebaat bij goed werkende markten. Het betreft immers een nog heel jonge monetaire unie met de nodige verschillen tussen economische structuren. Tot een jaar geleden konden verschillende economische ontwikkelingen in de lidstaten van de Europese Unie - bijvoorbeeld als gevolg van die verschillende economische structuren - in theorie nog worden opgevangen met aanpassingen van de wisselkoers. Nu is dit niet meer mogelijk en moet de aanpassing via andere kanalen lopen, bijvoorbeeld via de loon- en prijsontwikkeling in een land van het eurogebied. Dit kan alleen wanneer de markten in de landen van het eurogebied goed functioneren. En in veel landen, schort het daar nog aan. Het antwoord hierop is een verdere liberalisering en flexibilisering van markten. Goed functionerende markten dragen ook bij aan het onder controle houden van de prijsontwikkeling en daarmee ook aan een beleidsmix waarin niet een overmatig beroep op het monetaire instrumentarium moet worden gedaan. Ultieme liberalisering is uiteraard niet altijd de beste oplossing voor alle problemen. Het micro-economisch getinte beleid vereist dan ook altijd het vinden van een goede balans tussen liberalisering en sturing van de markt. Dit betekent overigens niet dat dus het liberaliseringproces moet worden vertraagd, of moet worden stopgezet. Er is op dit gebied nog veel te doen en de ervaringen in het recente verleden - denk aan de telecommunicatie-sector - wijzen op zeer substantiële liberaliseringbaten

19. De ontwikkelingen in de `wereld van het geld' hebben niet in de laatste plaats gevolgen voor het toezicht op financiële markten en instellingen. Met name de recente golf fusies en overnames in de Europese bancaire sector, hebben de vraag doen rijzen in hoeverre de huidige toezichtstructuren in Europa nog adequaat zijn. Met andere woorden, stroken steeds meer geïntegreerde financiële markten nog wel met een toezichtstructuur die vooral nationaal georganiseerd is? En zou de ECB niet meer bevoegdheden moeten krijgen op het terrein van toezicht op financiële markten en instellingen.

20. Het is nuttig even te recapituleren wat er in het EG-Verdrag, sinds `Maastricht', staat met betrekking tot de toezichttaak van de ECB. Het Verdrag bepaalt dat het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) - dus de ECB en de nationale centrale banken - bijdraagt aan een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen - dat wil zeggen banken - en de stabiliteit van het financiële stelsel. Dat is een taak die het Stelsel bij Verdrag is opgedragen en ook moet waarmaken. Daarbij is het ESCB in principe niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht, maar moet het er aan bijdragen dat de autoriteiten die met het toezicht zijn belast goed hun werk (kunnen) doen. Binnen het Stelsel is hierbij voor bankentoezichthouders een belangrijke rol te vervullen. In veel gevallen, waaronder Nederland, is het toezicht op het bankwezen een taak van de centrale bank. Dit geldt ook voor Griekenland, Spanje, Ierland, Italië, Portugal en Finland. In de andere EU-landen gebeurt dit door een speciaal hiervoor opgerichte instelling, soms in nauwe samenwerking met de centrale bank (dit is het geval in Duitsland en Frankrijk). De ECB zélf kan daarnaast adviezen uitbrengen en worden geraadpleegd door de instellingen van de Gemeenschap en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten over Europese wetgeving met betrekking tot het bedrijfseconomische toezicht op banken en de stabiliteit van het financiële stelsel. Met dit alles is het ESCB in de unieke positie om werkelijk voor het hele eurogebied bij te dragen aan een adequate reactie op de integratie van de Europese financiële markten en het grensoverschrijdend gedrag van financiële marktpartijen. Het Verdrag bepaalt verder dat de Raad van Ministers met eenparigheid van stemmen kan besluiten aan de ECB specifieke taken op te dragen (dat wil zeggen een directe, eigen verantwoordelijkheid te geven) betreffende het beleid op het gebied van het bedrijfseconomische toezicht op kredietinstellingen en andere financiële instellingen, met uitzondering van
verzekeringsondernemingen. Zo'n besluit behoeft de instemming van het Europees Parlement Het gaat hier dan met name om operationele taken in de sfeer van het bedrijfseconomische toezicht.

21. Als de ECB specifieke taken zou krijgen op toezichtgebied, dan zullen die vermoedelijk toch beperkt zijn, want de uitvoering van het toezicht zal toch in hoofdzaak een taak blijven van de lokale toezichthouders. Zij hebben immers de beste contacten met lokale markten en instellingen. Het toezicht op internationale financiële instellingen, actief in de Europese Unie, wordt al voor een belangrijk deel geregeld via het zogenoemde `home state control' beginsel. Dit betekent dat de toezichthouder in het land waar een instelling gevestigd is, verantwoordelijk is voor het geconsolideerde bedrijfseconomische toezicht op deze bank, inclusief alle Europese bijkantoren. Zo brengen de toezichthouders van de Nederlandsche Bank veel tijd door in het buitenland, waar zij de kantoren van Nederlandse banken onder de loep nemen. Dat geldt voor landen van de Europese Unie, maar ook daarbuiten. Want tenslotte wordt wel eens vergeten dat er reeds een uitermate intensieve internationale samenwerking bestaat tussen toezichthouders, in de vorm van comités (zoals het Bazels Comité, waarin ook niet-Europese toezichthouders zijn vertegenwoordigd, of het `Banking Supervision Committee' van het ESCB) alsmede op bilateraal niveau, op basis van een netwerk van bilaterale samenwerkingsovereenkomsten (zogenoemde `Memoranda of Understanding').

Tot slot

22. De wereld om ons heen wordt steeds sneller. En dat geldt zeker voor de `wereld van het geld'. President Clinton wist dit goed te verwoorden tijdens een recente nieuwjaarsspeech. Toen de tweede president van de Verenigde Staten de nieuwjaarsrede hield ter gelegenheid van de start van de negentiende eeuw, duurde het zes weken voordat nieuws uit Europa de `nieuwe wereld' had bereikt. Per schip ging dat toen. Honderd jaar later - bij de start van de twintigste eeuw - was men in de `nieuwe wereld' al na zes seconden op de hoogte van nieuwtjes uit Europa. Dit was het tijdperk van de telegraaf. Bij de start van de eenentwintigste eeuw, is het contact tussen beide werelddelen `real time', via moderne communicatiemiddelen zoals het internet.

23. De snelheid waarmee geld zich over de aardbol verplaatst en de omvang van deze stromen zijn zonder precedent. Deze ontwikkeling moeten wij positief beoordelen, omdat vrij kapitaalverkeer bijdraagt aan een efficiënte verdeling van (schaars) kapitaal over - in dit geval - de wereld. Zoals bij bijna alle markten geldt echter ook hier dat er negatieve externe effecten kunnen optreden, wanneer markten geheel zonder spelregels zouden mogen functioneren. Zo is het niet denkbaar dat er geen toezicht zou zijn op financiële markten en financiële instellingen. Dit geldt zeker in het huidige tijdgewricht, met bomen op financiële markten die soms tot in de hemel lijken te groeien. Niets is natuurlijk minder waar. De media hebben uitvoerig aandacht besteed aan de zogenoemde `New Economy'. Als we kijken naar veel ondernemers en consumenten, lijkt het wel of er een euforie is ontstaan die met zich meebrengt dat men de financiële polsstok steeds langer denkt te kunnen maken. Ook sommige beleggers lijken te denken dat de financiële polssstok zonder einde is, en dat er nooit een terugslag zou kunnen optreden wat betreft de waarde van de beleggingsportefeuille. Noodzakelijke voorzichtigheid op dit terrein lijkt meer geboden dan nu de aandacht krijgt. Het is aan de beleidsmakers om op een goede manier te blijven inspelen op alle ontwikkelingen , zonder zodanig te willen sturen dat de positieve aspecten verbonden aan de steeds sneller wordende `wereld van het geld' in de kiem worden gesmoord.

Deel: ' Nieuwjaarstoespraak directeur Wellink De Nederlandsche Bank '




Lees ook