Ingezonden persbericht

Nieuwsbrief Zorginnovatie
Nieuwsbrief nummer 475, 19 februari 2012

Schippers gaat voor populatiegebonden bekostiging
Nederland moet meer doen aan systeeminnovaties. Experimenten daarmee moeten robuust zijn en langer duren. Ook populatiegebonden bekostiging moet worden uitgeprobeerd. Door het veld zelf. Want ik zit niet te wachten op voorstellen van professors uit de Randstad. Woorden van deze strekking sprak Minister Schippers tijdens een overleg met de Vaste Kamercommissie Volksgezondheid op woensdagmiddag 15 februari. Vooral D66-kamerlid Pia Dijkstra drong aan op populatiegebonden bekostiging. Vóór de zomervakantie informeert de minister de Kamercommissie over de uitwerking van haar toezeggingen. Tot zover dit bericht. Op het congres van het International Network of Integrated Care (INIC) in San Marino op 29 en 30 maart neemt de populatiegebonden bekostiging in Duitsland, USA, Engeland en Zwitserland een centrale plaats in. Lees meer als je daarheen wilt.

---

Samen indiceren? Ja dat lukt uitstekend
Een duidelijke afbakening van de doelgroep waarvoor je vanuit de AWBZ, de Wmo, De Wet op de Jeugdzorg en de uitkeringswetten gezamenlijk indiceert. Dat is de eerste bouwsteen om tot gezamenlijke indicatiestelling en toewijzing te komen. Dat is de eerste bouwsteen die diverse Ministeries benoemen in hun project ' Gezamenlijke Beoordeling van Werk, Inkomen, Zorg en Welzijn. Zij benoemen die bouwstenen in de eindpublicatie 'Samen beoordelen werkt!'. In noem de andere vijd bouwstenen hieronder zonder verdere toelichting. Het zijn 2. het herkennen van de meervoudige hulpvraag 3. een duidelijke en geaccepteerde regierol 4. een goede vormgeving van de instroom van cliënten 5. een efficiënte informatie-uitwisseling tussen de betrokken organisaties en 6. het vastleggen van afspraken tussen de organisaties in een overeenkomst.'Een jaar lang is in twaalf lokale initiatieven gewerkt aan het verbeteren van de dienstverlening aan cliënten met meervoudige hulpvragen. Op 24 januari jl. presenteerde KPMG Plexus de resultaten van haar evaluatieonderzoek, ging de film met ervaringen en tips van projectleiders in première en werd de eindpublicatie openbaar met daarin een beschrijving van die bouwstenen. Je blijft op de hooget van de ontwikkelingen en ervaringen via www.gezamenlijkebeoordeling.nl. Tot zover dit bericht. Op het Julius congres 'Recente ontwikkelingen in de indicatiestelling: kanteling, poortwachters, mantelzorg en schaarste in de AWBZ, WMO, Wet op de jeugdzorg en andere sociale wetten' bespreekt VWS medewerker Rinske de Waard de ervaringen en resultaten van het Project Gezamenlijke Beoordeling. Dit congres vindt plaats op vrijdag 5 april op de Universiteit Utrecht.

---

Populatiegebonden bekostiging: zorgverzekeraar is aan zet
Ik kan mij voorstellen dat Schippers niet zit te wachten op innovatieve voorstellen over populatiegebonden bekostiging van Randstad professors. (zie het eerste bericht van deze Nieuwsbrief). Want die kunnen niet voor draagvlak zorgen. Liever leg ik het voortouw bij de zorgverzekeraars. Die moeten drie cruciale beslissingen nemen voorafgaande aan systeeminnovaties. Zijn zij (vraag 1) bereid zich in hun eigen boeken te laten kijken en te tonen hoeveel premie inkomsten zij uit een specifieke regio ontvangen? Ik weet dat niet zeker, omdat dit informatie is die concurrenten kan aanlokken om die regio zich te vestigen. Toch is dat nodig om shared savings vast tes s stellen. De tweede vraag: in welke regio willen zij bij voorkeur experimenteren? Is dat een modale regio? Dat heeft een voordeel. Dan zijn de uitkomsten van het experiment makkelijk generaliseerbaar naar de rest van Nederland. De zorgverzekeraar kan ook kiezen voor een regio waar al goed wordt samengewerkt en waar het delen van informatie tussen professionals al op digitale wijze plaatsvindt. Dan weet zij dat het experiment een hogere kans van slagen heeft. Want goede samenwerking en het goed delen van informatie zijn vereisten voor populatiegebonden bekostiging. De derde vraag betreft de wijze van selecteren van experimentele regio's en samenwerkingsverbanden. Komt er een open inschrijving? Of vindt er onderhands aanbesteding plaats? Zelf kies ik voor open inschrijving, zodat de zorgverzekeraar kan kiezen uit een aantal kandidaten voor het experiment. Kortom: geen Randstad professor, geen zorgaanbieder maar de zorgverzekeraar is aan zet. Tot zover dit bericht. In de Julius masterclass Chronische Zorg die eind maart start, komt populatiegebonden bekostiging uitgebreid aan de orde. ER zijn nog drie van de zestien plaatsen beschikbaar. Deelnemers tot nu toe komen uit alle regio's en type instelling en instantie. Doe ook mee! Lees meer.

---

Zeeland voegt Centra voor Jeugd en Gezin en WMO Loket samen
Een kind van tien jaar slikt kalmerende middelen. Hij is agressief tegen klasgenoten en onderwijzeres. Zijn ouders hebben grote ruzie met elkaar. Want vader is werkloos. Moeder slaat regelmatig man en kind. De hypotheek van het echtpaar is hoger dan de waarde van hun huis. Huisuitzetting dreigt evenals een torenhoge schuld voor de rest van her leven. Het gezin komt er niet meer toe om de 99-jarige schoonmoeder dagelijks te bezoeken en boodschappen voor haar te doen. Een gebruikelijk Centrum voor Jeugd en Gezin kan zo'n gezin opvoedondersteuning bieden. De agressie van het jongetje verminderen en die moeder aanleren haar handen thuis te houden. Prima! Maar schuldhulpverlening, relatietherapie voor het echtpaar en case managers voor ouderen kan een traditioneel CJG niet bieden. Dat is wel het geval voor de Porthos centra in Middelburg, Vlissingen en Veere en binnenkort Zeeuws Vlaanderen. Die fungeren als one-stop shop voor alle vraagstukken die jong en oud kan hebben op het terrein van welzijn, jeugd(gezondheids)zorg en uitkeringen. Bovendien hebben de genoemde gemeenten de Zorgadviesteams (ZAT's) ingeschoven in de Porthos centra. Er is geen concurrentie meer tussen ZAT's en CJG's, zoals wel vaak elders in Nederland voorkomt. De genoemde gemeenten hebben zich bij de naamgeving laten inspireren door de voornaam Porthos van een van de drie musketiers. De centra gebruiken ook hun motto: allen voor een en één voor allen. Al deze informatie pikte ik op donderdag 16 februari op in Vlissingen. Op die dag ging aldaar het Porthos centrum open, gelijktijdig met dat in Veere. Ondergetekende had daar het heerlijke genoegen om een feestrede te houden over de toekomst van CJG's en WMO-loketten in Nederland. Het Porthos gebouw in Vlissingen is bijzonder. Van bovenaf gezien heeft heet de vorm van het cijfer acht. In de grote cirkel zitten op de onderste etages drie scholen, aangeduid met de term De Combinatieschool. Op de bovenste etages wonen ouderen. In de kleine cirkel zit aan de buitenkant het Porthos centrum met haar onderdelen jeugdgezondheidszorg, WMO loket, maatschappelijk werk, opvoedondersteuning en tal van uitkeringsinstanties. In het midden van de kleine cirkel bevindt zich een klein theater. De architect is de beroemde Marlies Rohmer uit Amsterdam. Klik hier voor een foto-impressie. Tot zover dit bericht. Wie meer wil weten over het porthos concept neemt contact op met een van de trotse geestelijke vader, Adrie de Klerk op akk@vlissingen.nl Hij en zijn collega's gaven op 16.2 wel tien keer aan hoe belangrijke de Masterclass CJG's was geweest die ondergetekende gaf in Zeeland. Niet zo zeer vanwege mijn theorieën, maar wel omdat alle betrokkenen elkaar daar in een veilige, educatieve context konden ontmoeten, zonder tactisch gedrag en zonder onderhandelingen. Wil je ook naar zo'n masterclass? Klik dan hier.

---

Winst van ziekenhuis gaat naar preventie en niet naar aandeelhouder: dat wil Twente
De incidentie van heupfracturen in de leeftijdsgroep van 50 tot 79 jarigen bedraagt 12%. Voor de groep 80-plussers bedraagt dar percentage 25%. Deze incidentie is terug te dringen door valpartijen van ouderen te verminderen en tweede door de kans op een fractuur na een val te verkleinen. Dit kan door vroegtijdige opsporing van osteoporose in twee stappen: door eerst een vragenlijst toe zenden aan ouderen over hun leefstijlen en ten tweede door respondenten met een hoog risico uit te selecteren en te diagnosticeren op aan- of afwezigheid van de genoemde aandoening. Afhankelijk van de geconstateerde mate van botbroosheid volgt een behandeladvies met medicatie (bijvoorbeeld met Bisphosphonat), diëetaanpassing (meer voeding, verrijkt met calcium) en beweegprogramma's gericht op versterking van beenspieren, evenwicht houden en zichzelf opvangen bij een val. In het Duitse Kinzigstal (lees meer) http://www.juliuscentrum.nl/Julius/Portals/4/UploadFiles/Newsletter550.pdf is het gelukt om heupfracturen en de daarop volgende kosten van zorggebruik door osteoporose-patiënten aanzienlijk terug te dringen. Uit de besparingen die de zorgverzekeraar AOK daarmee realiseert, mag zorgaanbieder 'Gesundenes Kinzigstal' een zorgprogramma draaien voor osteoporose patiënten. Als die informatie kwam aan bod tijdens een bijeenkomst in het Twentse De Lutte, gelegen vijftien kilometer achter Hengelo. Dertig Twentse huisartsen en fysiotherapeuten kwamen daar bijeen om te luisteren naar een tele-college via Skype van Helmuth Hildebrandt, directeur van Gesundenes Kinzigstal. Ondergetekende hield een voordracht over de betekenis van de Duitse resultaten en van populatiegebonden bekostiging voor Twente. Tijdens de bijeenkomst meldden zich acht professionals aan om een financieel en inhoudelijk experiment van de grond te trekken rond osteoporose. Bij mijn vertrek uit De Lutte vroeg een huisarts mij, of die winst van Nederlandse ziekenhuizen ook te bestemmen is voor meer preventie. Dan gaat die niet naar aandeelhouders zoals regering en parlement willen. Maar naar bijvoorbeeld osteoporose preventie. Tijdens de lange autoreis naar Utrecht had ik volop tijd om over deze vraag te filosoferen. Thuisgekomen trof ik een sms aan over het debat in de Tweede Kamer (Zie het eerste bericht van deze Nieuwsbrief). In het democratische Nederland gaat die winst naar aandeelhouders én naar preventie. Wil je meer weten over het Twentse initiatief om te komen tot een osteoporose programma en shared saving? Stuur dan een mail naar huisarts Ton Boermans via boermans@huisartsenlosser.nl

---

Beste NZA en NMA zijjn die acht vorowaarden voor jullie voldoende?
Nieuwsbrief 474 van vorige week bevatte het bericht: 'Acht maal ja tegen ketenzorg? Dan extra geld'. Nelleke Hoogedoorn van Buurtzorg Nederland vindt dat die voorwaarden ook moeten meespelen bij de beoordeling door de Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMA). Zij mailde: ' Prima die eisen voor de ketens en samenwerkingsverbanden. In Amsterdam werken we in alle stadsdelen samen met een groot aantal partners in ketenzorg voor patiënten met dementie en hun mantelzorgers. Dat gaat prima en we zouden zeker aan de voorwaarden voldoen
Maar heb je enig idee hoe de NMA denkt over dit soort ketenverbanden? In Amsterdam gebeurde het volgende. Ook de huisartsen zijn betrokken partners in de keten dementie. We doen mee aan een traject ' In voor zorg 'van Villans om te bekijken in welke structuur de ketens ook na de projectfase gecontinueerd kunnen worden, en de samenwerkingsverbanden op wijkniveau mogelijk ook gebruikt voor andere doelgroepen. Maar nu gooit de NMA roet in het eten. De opgelegde boete heeft de huisartsen zo kopschuw gemaakt dat ze de intentieverklaring, noodzakelijk voor het ' In voor zorg 'traject, niet kunnen tekenen.
Ken jij meer voorbeelden van ingrijpen van het NMA in zorgketens? Moet hier niet eens over aan de bel getrokken worden?'. Tot zover Nelleke Hoogendoorn. Graag trek ik via deze Nieuwsbrief op twee manieren aan de bel. Ten eerste: Beste Nieuwsbrieflezer, Heb jij eenconcreet voorbeld dat de NMA wel of niet ingrijpt in een zorgketen die aan die acht voorwaarden voldoet? Stuur die dan op naar ondergetekende op a.j.p.schrijvers@umcutrecht.nl Ten tweede, mij lijkt het redelijk dat een samenwerkingsverband dat in hoge mate voldoet aan de achtvoorwaarden een vrijwaringverklaring krijgt tegen ingrijpen van de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) en de NMA. Dit is een onderwerp waarover eerst wetenschappelijke, maatschappelijke en politieke discussie nodig is. Daarna (bij een positieve uitkomst van het debat) kan zo'n vrijwaringverklaring worden ingebed in de procedures van NZA en NMA. In de Julius Masterclass Chronische Zorg besteden wij grote aandacht aan het verschil tussen een kartel en een keten. Er zijn nog drie plaatsen vrij.

---

Huisartsenpraktijk kan 3000 patiënten aan
Iolo-huisarts Ton Boermans (zie bericht hierboven) startte zeven jaar geleden samen te werken met Anne de Kroon. Zij heeft als beroep: Physician's Assistant (PA). De eerste jaren waren onrendabel. PA-in-opleiding De Kroon was per week vaak weg om een Masters opleiding te volgen. Daar leerde ze over onder meer pathologie, fysiologie en consult hantering. Als ze wel aanwezig was in Boermans praktijk, lag haar productiviteit laag. Vaak moest ze Boermans raad vragen via een achterdeur tussen de twee spreekkamers. De ervaringen en activiteiten van Boermans en De Kroon legde Julius onderzoeker dr. Rob de Leeuw in 2008 vast in een grondig rapport. Klik hier voor dit rapport. Nu, zeven jaar later, zien Boermans en PA evenveel patiënten: zo'n 25 per ochtend. De praktijk telt 3000 patiënten. De onderlinge raadpleging is niet meer zo vaak nodig. Wel bestaat nog steeds de regel dat sommige typen patiënten niet naar de PA gaan. De 62-jarige Boermans maakt nu iets minder uren per week dan vroeger. En hij heeft tijd voor bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten over osteoporose (zie het bericht hierboven). De praktijk ontvangt per consult van de goedkope PA evenveel als voor een consult door de meer verdienende huisarts. De casus Boermans toont aan, dat de gemiddelde grootte van de huisartsenpraktijk omhoog kan naar 3000 patiënten en voor de huisarts op termijn rendabel is. Toch is de PA niet zo breed verspreid als de Praktijk Ondersteuner van de Huisarts (POH). Dat komt volgens mij omdat de aanloopkosten van een PA hoog zijn. Returns on Investments komen pas na enkele jaren binnen. Ten tweede verlaagt de PA de status van het huisartsenberoep. Want dat gebeurt, indien een HBO'er een groot deel van het academische beroep van huisarts uitoefent. Beste Nieuwsbrieflezer, als je betere verklaringen hebt voor de geringe verspreiding van de PA onder huisartsen, stuur jij mij dan een mail?

---

Verslavingszorg richt zich schoorvoetend ook op nicotineverslaafden
Van oudsher heeft de verslavingszorg grote kennis van verslaving aan alcohol en drugs. Sinds kort bouwt zij ook kennis op over gok- en internetverslaving. Schoorvoetend richt zij zich deze jaren ook op nicotine verslaafden. De sector heeft al kennis over motiverende gesprekvoering en over behandeling van verslavingsgedrag. Wat zij nog niet heeft is uptodate kennis over de somatische invloed van nicotine op bij bijvoorbeeld COPD- en kankerpatiënten. Maar een korte cursus kan hiervoor uitkomst bieden. Er is veel voor te zeggen om zware nicotine-verslaafden (meer dan één pakje sigaretten per dag? Meer dan drie stoppogingen al gedaan? Een stoppen-met-rokencursus in de eerstelijn slaat n iet aan) door te verwijzen naar de verslavingszorg. Op dit ontwikkelen zich in diverse delen van het land initiatieven daartoe. Deze informatie pikte ik op tijdens een vergadering van de Raad voor Bekwaamheids Ontwikkeling in de verslavingszorg (RVBO) op maandag 13 februari in Amersfoort. Wil je meer weten over deze initiatieven? Stuur dan een mail naar RVBO-secretaris Wim Buisman op WBuisman@ggznederland.nl

---

Verslavingszorg op zoek naar het geheim van de effectieve professional
De afgelopen jaren is de verslavingszorg sterk geprofessionaliseerd. In richtlijnen, beslisbomen en zorgpaden doet zij niet onder voor menig specialistisch vakgebied. Wat opvalt is dat ondanks standaardisatie en wetenschappelijke evidentie professionals in de verslavingszorg vaak verschillen in behandelresultaten, terugval incidentie van verslaafden, cliënttevredenheid, behandelduur en therapietrouw van de cliënt. Ik denk dat dit ook elders in de zorg het geval is. Als een therapie niet aanslaat bij bijvoorbeeld een depressieve patiënt, zou het wellicht beter zijn om van psychiater te wisselen en niet over te stappen op een andere therapie. De Leidse lector Verslavingszorg Jaap van der Stel deed voor de overkoepelende stichting van de verslavingszorg, de Stichting Resultaten Scoren, een literatuurstudie over de verschillen in effectiviteit van professionals. Hij wijst op dat het resultaat van een behandeling niet alleen afhankelijk is van bewezen effectieve interventies. De context van de professional, de plaats van behandeling en de context van de patiënt spelen heel nadrukkelijk mee. Verder moet er wel een goede alliantie bestaan (een hoge 'klikscore') tussen professional en patiënt. Ik doe Van der Stel oneer aan door zijn brede studie zo kort samen te vatten. Wil jij kennisnemen van zijn studie? Stuur dan een mail naar jaapvanderstel@gmail.com. Lezing van zijn rapport riep bij mij associaties op over het verschil tussen geneeskunst en geneeskunde.

---

IGZ inspecteur: Digitaal uitwisselen van gegevens: ja dat kan zonder wetswijziging
In nieuwsbrief 474 van 12 februari (klik hier) staat het bericht: 'Beroepsgeheim en internet bijten elkaar: ja of nee?' Ook vermeldt die Nieuwsbrief acht voorwaarden voor ketenzorg van de inspectie gezondheidszorg (IGZ). Die had ik overgenomen uit het IGZ-rapport 'Staat van de gezondheidszorg 2010'. Ron Boumans werkt bij de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) en is daar Programmadirecteur Publieke Gezondheid. Hij mailt naar aanleiding van deze berichten: 'Een van de acht voorwaarden die wij voorstaan is één systeem voor informatie uitwisseling in de ketenzorg. Dat betekent voor één veelpleger - 1 plan, 1 kind - 1 plan, dat alle gegevens voor ketenparpartners zoals CJG, leerplichtambtenaar, GGZ, veiligheidshuis, bureau jeugdzorg etc etc terug te vinden zijn in één informatie uitwisselingssysteem. Wij weten dat zoiets mogelijk is zonder de bestaande relevante wetgeving te overtreden. Vele ketenpartners gaan er echter nog van uit dat de privacy wetgeving en het beroepsgeheim één systeem onmogelijk maken. Hier heerst nog een groot gebrek aan de juiste informatie hetgeen leidt tot koudwatervrees en afwezigheid van ketenzorg. Mogelijk dat jullie congres op 8 mei over digitaal berichtenverkeer in de zorg hier aandacht aan kan besteden.'. Tot zover Boumans, die naar het Julius congres verwijst met de lange titel: 'Digitaal berichtenverkeer in de zorg: hoe nu verder met het technisch schakelpunt, de veiligheid en de goede voorbeelden?' Het is het derde congres in de reeks 'Samen Innoveren Loont'. Het vindt plaats op de Universiteit Utrecht. Het onderwerp dat Boumans aansnijdt, komt aan de orde in de inleiding van mr. Ivo Sinram. Het komt ook terug in twee andere lezingen: Jan Vesseur is hoofd onderzoek en innovatie bij de Inspectie Gezondheidszorg. Onder zijn leiding vond in 2011 een onderzoek plaats naar de kwaliteit van het berichtenverkeer in de gezondheidszorg. In zijn workshop doet hij verslag hierover. Wiebe Jan Lubbers is een ervaren huisarts In Almere. Hij onderzocht de kwaliteit van verwijsbrieven van huisartsen en terugverwijsbrieven van specialisten in zijn stad. Hij werd af en toe niet vrolijk: soms was er sprake van screen dumping. Dan weer kwam het digitale bericht per gewone mail of telefoon aan zonder identificatie van de ontvanger. Hij doet verslag en suggestie voor verbetering op basis van zijn onderzoek. Klik hier als je aan dit congres wilt deelnemen.

---

Agenda Congressen en Masterclasses

Internationaal congres Telehealth and Telecare van 6-8 maart in Londen: Lees meer

Internationaal congres Integrated care van 29-30 maart in San Marino: Lees meer

Congres Indicatiestelling en AWBZ op 5 april in Utrecht: Lees meer

SMOEL themabijeenkomst over samenwerken op 26 april in Utrecht: Lees meer

Congres Samen Innoveren Loont 3 op 8 mei in Utrecht: Lees meer

Masterclass CJG en Transitie Jeugdzorg van maart - juni in Utrecht: Lees meer

Masterclass Geïntegreerde Zorg voor Chronisch Zieken van maart - oktober in Utrecht: <Lees meer

Masterclass Organisatie Geïntegreerde Verloskundige Zorg van april - juni in Utrecht: Lees meer

VERANTWOORDING
Hierbij ontvang je de wekelijkse Nieuwsbrief Zorginnovatie van het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde. Wil je meer weten over een bericht? Neem dan contact op via zinieuwsbrief@umcutrecht.nl. Wil je de nieuwsbrief verspreiden onder collega's, doe dat. Je collega's kunnen zich ook inschrijven voor rechtstreekse toezending. In- en uitschrijven voor de nieuwsbrief, evenals het bijwerken van je inschrijfgegevens kan via de buttons onderaan de nieuwsbrief.

De nieuwsbrief is gericht aan relaties van het Julius Centrum: collega's binnen en buiten het Julius Centrum, pao- en keuzeblokstudenten, gastdocenten, stageverleners aan co-assistenten Sociale Geneeskunde, onderzoeksrelaties, subsidiënten en overigen die geïnteresseerd zijn in Utrechts onderwijs op het gebied van de Volksgezondheid en in onderzoek naar zorginnovaties, ketenzorg en transmurale zorg. De Nieuwsbrief verschijnt wekelijks op zondag of maandag. Eerdere edities tref je aan op www.juliusacademy.nl/nieuwsbriefzorginnovatie.

Heb je belangstelling voor nieuws over ketenzorg en zorginnovaties in het buitenland? Surf dan naar de website van het International Network of Integrated Care www.integratedcare.org. Wil je wetenschappelijke artikelen lezen over deze onderwerpen? Lees dan het peer reviewed internettijdschrift International Journal of Integrated Care op www.ijic.org. Dit is een gratis tijdschrift, dat online publiceert en is opgenomen in Pubmed. Ook submissions van conceptartikelen zijn welkom.

Opsteller van deze nieuwsbrief is:
Guus Schrijvers
Hoogleraar Public Health, in het bijzonder Structuur en Functioneren van de Gezondheidszorg
Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde
Universitair Medisch Centrum Utrecht
E-mail: a.j.p.schrijvers@umcutrecht.nl
Telefoon: 088 755 9356

Deel: ' Nieuwsbrief Zorginnovatie nummer 475, 19 februari 2012 '




Lees ook