Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie

PERSBERICHT

10-08-1999

"Toetsing levensbeeindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding"

NVVE WEL BLIJ MET WETSVOORSTEL MAAR INHOUD MOET BETER

De NVVE vindt dat een goede wet het mogelijk moet maken dat artsen straffeloos op zorgvuldige wijze een verzoek om levensbeeindiging honoreren. Onnodige drempels en onduidelijke procedures moeten daarbij vermeden worden. Dat is helaas niet overal gelukt: de zorgvuldigheidseisen zijn onnodig verscherpt, de schriftelijke wens van de patient heeft een te onduidelijke status gekregen en de toetsingscommissies vormen een overbodige schakel. Grote verwarring zal onstaan rondom de vraag welke patienten tot de zogenaamde "speciale categorieen" behoren en welke niet.

VERHEUGD
Eindelijk is het ontwerp van de lang verwachte Euthanasiewet ingediend bij de Tweede Kamer. Dat er na meer dan 25 jaar brede maatschappelijke discussie nu wetgeving komt voor de dood op eigen verzoek, ziet de NVVE als een belangrijke stap in de goede richting.

EISEN NIET ONNODIG VERSCHERPEN
Hier en daar zijn de zorgvuldigheidseisen voor de arts strenger geformuleerd dan de jarenlang bestaande medische en juridische praktijk. Zo moet het verzoek om de dood "vrijwillig, weloverwogen en duurzaam" zijn. Wij menen dat duurzaamheid al opgesloten ligt de weloverwogenheid; een doodsverzoek vanuit een opwelling of sombere bui is immers per definitie niet
weloverwogen. Nu duurzaamheid afzonderlijk genoemd wordt, vreest de NVVE dat deze eis een stapje terug betekent en tot vervelende discussies zal leiden. Volgens de tweede zorvuldigheidseis moet er een uitzichtloos en ondraaglijk lijden zijn. Tot nu toe werd fwel uitzichtloosheid (dat is vooral ter beoordeling van de dokter want het betekent min of meer dat er medisch
niets meer te doen is) fwel ondraaglijk (de beleving van de betrokkene, mede gelet op zijn medische situatie) voldoende geacht. Beide criteria opgeteld betekent dus opnieuw een stap terug. Een derde zorgvuldigheidseis is dat de dokter een onafhankelijke collega moet raadplegen die de patint heeft gezien. Dat laatste is nieuw en tot dusver eigenlijk alleen een eis wanneer het om een niet-lichamelijk lijden gaat. Opnieuw een verscherping dus.

DE SCHRIFTELIJKE WENS: STATUS MOET BETER OMSCHREVEN De schriftelijk euthanasieverklaring krijgt een wettelijke status, maar deze is veel te vrijblijvend. Het voorstel zegt dat, wanneer iemand niet meer instaat is zijn wil te uiten, maar wel een schriftelijke euthanasieverklaring heeft, "de arts gevolg kan geven aan dit verzoek tenzij hij gegronde redenen heeft het verzoek niet in te willigen". Dit is een veel te algemeen geformuleerde clausule waarmee teveel aan de verklaring wordt afgedaan. Volgens de NVVE had er moeten staan: "dan wordt dit schriftelijk
verzoek beschouwd als een vrijwillig en weloverwogen verzoek om de dood". Alleen ZO ontstaat rechtszekerheid over de waarde van de euthanasieverklaring.

TOETSINGSCOMMISSIES: EEN ONNODIGE DREMPEL
Verder regelt het wetsvoorstel van alles rond de regionale toetsingscommissies die het handelen van de arts gaan toetsen aan de zorgvuldigheidseisen. De NVVE ziet geen enkel voordeel in deze commissies maar alleen een extra schakel in de beoordelingsketen, want de Officier van Justitie kan altijd tot een eigen oordeel komen. De toetsingscommissies zijn bedoeld om de artsen hun euthanatisch handelen vaker dan nu te laten melden (nog steeds wordt ongeveer de helft niet gemeld). In een eerste indruk van het werk van deze commissies die sinds november 1998 in functie zijn, blijkt dat het doel niet lijkt te worden bereikt en dat zij dus eerder drempelverhogend dan drempelverlagend werken. De NVVE vindt bovendien dat het werk van de commissies (beoordelen of aan de eisen van niet-strafbaarheid is voldaan) op het gebied ligt van de strafrechtspraak, dat -zoals art 113 van de Grondwet zegt- exclusief opgedragen is aan de rechterlijke macht. Om deze redenen vindt de NVVE dat de toetsingscommissies zo spoedig mogelijk dienen te verdwijnen. Het "educatieve karakter" dat deze commissies moeten hebben, zal niet goed uit de verf komen: de commissies zijn verplicht om aan de officier van justitie alle inlichtingen te verstrekken die deze nodig heeft. De arts die in een open en eerlijk geprek over zijn handelen allerlei details verstrekt, kan zichzelf daarmee dus juridische ernstig schaden.

ONDUIDELIJKHEID OVER TAAKVERDELING TUSSEN CENTRALE EN REGIONALE COMMISSIES
Wat zijn "enkele bijzondere categorieen patienten" ? Grote onduidelijkheid blijft bestaan voor de arts die het leven beeindigt van een patient (met een eerder opgestelde euthanasieverklaring) die uiteindelijk het verzoek tot levensbeeindiging deed terwijl er mogelijk (ook) sprake was van een zich ontwikkelende dementie. Moet dit gemeld worden bij de regionale commissie of bij de Officier van Justitie of bij de nog op te richten centrale commissie ? Voor artsen en patienten zal deze procedurele onduidelijkheid veel ellende opleveren

nadere inlichtingen: NVVE 020- 6232178

Deel: ' NVVE Inhoud wetsvoorstel euthanasie moet beter '




Lees ook