NVVS: CVZ-advies groot gevaar voor seksualiteitshulpverlening in 2014


WORMERVEER, 20131203 -- Als per 1 januari 2014 het ‘Advies Geneeskundige Geestelijke Gezondheidszorg, deel 2’ van de CVZ van kracht wordt, dreigt seksualiteitshulpverlening voor een grote groep mensen kostbaar, ontoereikend of zelfs onbereikbaar te worden. Volgens de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) vormt opvolging van dit advies een bedreiging voor de praktische uitvoering van de behandeling van seksuele disfuncties. De NVVS ziet het advies dan ook als groot gevaar voor de seksuologische specialistische zorg en de seksuele gezondheid in Nederland.

Behandeling seksuele disfuncties uit Basis GGZ

De gevolgen van het CVZ-advies komen er in het kort op neer dat patiënten met seksuele disfuncties in 2014 niet meer in de Basis GGZ kunnen worden behandeld door seksuologen-NVVS. In de gespecialiseerde GGZ zullen zij alleen voor behandeling terecht kunnen als hun seksuele problemen samenhangen met psychische stoornissen. Seksuele disfuncties kennen echter vele oorzaken, zoals stress, relationele en andere sociaal-psychische problemen, maar kunnen bijvoorbeeld ook ontstaan ten gevolge van chronische ziekten of het ouder worden. Mensen die als gevolg daarvan seksuele problemen ervaren, zullen in 2014 zelf voor hun seksualiteitshulpverlening moeten betalen als het CVZ-advies in de praktijk wordt opgevolgd, of vallen buiten de boot.

25 % mannen en 20% vrouwen ervaart seksuele dysfunctie

Seksualiteitshulpverlening is allerminst overbodig in Nederland. Uit recente cijfers blijkt dat het voor de meeste mensen nog steeds lastig is om een seksueel probleem te (h)erkennen en vervolgens op zoek te gaan naar professionele hulp. Een seksuele disfunctie - als bijvoorbeeld een erectiestoornis, geen verlangen naar seks, voortijdig klaarkomen of pijn bij het vrijen – komt in Nederland voor bij 1 op de 4 vrouwen en 1 op de 5 mannen. Van hen heeft 14% behoefte aan hulp, waarvan op dit moment slechts 6% deze ook daadwerkelijk krijgt.

CVZ-advies beperkt toegankelijkheid seksualiteitshulpverlening

Opvolging van het CVZ-advies verhoogt om verschillende redenen de drempel naar  seksualiteitshulpverlening. Ten eerste omdat de behandeling van seksuele disfuncties in de eerste lijn in 2014 niet meer zal worden vergoed, omdat zorgverzekeraars “seksuologische hulpverlening” als zodanig niet kunnen inkopen. Mensen zullen de kosten van deze zorg - die onder de zorgverzekeringswet valt - dan zelf moeten betalen. Ten tweede omdat uitvoering van het CVZ-advies de doorverwijzing naar adequate hulpverlening bemoeilijkt. De suggestie in het CVZ-rapport dat seksuele disfuncties door de huisarts kunnen worden behandeld is namelijk niet realistisch. De huisarts kan veel voorkomende vragen beantwoorden en eenvoudige seksuele problematiek behandelen. Maar voor het behandelen van seksuele disfuncties is bij de huisarts onvoldoende kennis, tijd en professionaliteit.

CVZ-advies staat haaks op beleid Minister

Uitgaande van het CVZ-advies zullen huisartsen genoodzaakt zijn mensen te verwijzen naar de medisch specialistische zorg of – als er ook een psychische stoornis speelt - naar de gespecialiseerde GGZ. Gynaecologen en urologen zijn echter te duur en - in tegenstelling tot seksuologen-NVVS - niet opgeleid in seksualiteitshulpverlening. Bovendien is de financiering van de poliklinieken seksuologie in ziekenhuizen nog altijd niet goed geregeld. En voor de gespecialiseerde GGZ is het onduidelijk wat het CVZ-advies praktisch betekent voor behandeling van cliënten met seksuele disfuncties en slachtoffers van seksueel misbruik en/of geweld.

Volgens de NVVS staat opvolging van het CVZ-advies als zodanig haaks op het substitutiebeleid van de Minister, dat er naar streeft de juiste zorg op de juiste plek te creëren. Patiënten krijgen hierdoor niet de specialistisch seksuologische zorg die zij nodig hebben. In reactie op de zogenaamde “Buitenhofoproep” heeft de NVVS haar zorg schriftelijk kenbaar gemaakt aan Minister Schippers en voorgesteld het advies van het CVZ grotendeels naast zich neer te leggen. Op 28 oktober jl. heeft zij per brief gereageerd, waarbij zij echter niet inging op de uitspraken van het CVZ met betrekking tot de seksuele stoornissen.

De tijd dringt!

Omdat Zorgverzekeraars verwijzen naar het CVZ-advies kunnen er voor 2014 geen afspraken gemaakt worden de vergoeding van seksuologische zorg. Op 17 november jl. heeft de NVVS de Minister dan ook per brief om een gesprek op korte termijn gevraagd. Dit met als doel duidelijkheid te krijgen over de geldigheid van de uitspraken in het CVZ-rapport. Samen met de Expertgroep Seksuele Gezondheid van het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG), de Nederlandse Vereniging voor GezondheidszorgPsychologie (NVGzP) en Rutgers WPF dringt de NVVS er bij de Minister op aan de bestaande behandeling van patiënten van seksuele disfuncties op zijn minst in stand te houden. Tot op heden hebben wij hierop geen reactie van haar ontvangen, terwijl de tijd dringt.


Deel: ' NVVS CVZ-advies groot gevaar voor seksualiteitshulpverlening in 2014 '




Lees ook