PERSBERICHT

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Afd. Voorlichting & Communicatie
Postbus 93138
2509 AC DEN HAAG
tel. 070-3440 713

25 oktober 1999

NWO creëert extra posities voor vrouwelijke aard- en levenswetenschappers

Het NWO-gebied Aard- en Levenswetenschappen gaat de komende tien jaar 7,5 miljoen gulden besteden om meer vrouwen op hoge vaste posities te krijgen. De ongelijkheid in de verdeling van de beschikbare posities tussen mannen en vrouwen is in de aard- en levenswetenschappen (biologie, geologie en oceanografie) groter dan gemiddeld voor alle wetenschapsgebieden. NWO-ALW hoopt met de maatregel te bereiken dat het vrouwelijke wetenschappelijk talent in de aard- en levenswetenschappen beter wordt benut.

Van het gereserveerde bedrag is zes miljoen gulden bedoeld voor het nieuwe programma Vrouwelijke Aard- en Levenswetenschappelijke UD's Extra (VALUE), een half miljoen is voor de herintreding van vrouwen in het onderzoek, na bijvoorbeeld het krijgen van kinderen. Eén miljoen gulden is gereserveerd als extra bijdrage aan het nieuwe NWO-stimuleringsprogramma voor vrouwen in de wetenschap, ASPASIA, waarbij vrouwelijke universitair docenten op grond van wetenschappelijke kwaliteit dingen op een positie als universitair hoofddocent, waarbij ze bovendien een extra onderzoeksproject krijgen toegewezen.

In het VALUE-programma kunnen de universiteiten in totaal 26 fulltime posities van universitair docenten omzetten in twee deeltijdposities met samen een omvang van 1,4 fte. Als minstens één van de twee deeltijdposities door een vrouw wordt ingenomen, kunnen de universiteiten in aanmerking komen voor vergoeding van de meerkosten gedurende vier jaar. De in te dienen onderzoeksplannen hiertoe beoordeelt NWO-ALW op kwaliteit en op de bereidheid van de universiteiten om de twee universitair docenten na de stimuleringsperiode in vaste dienst te nemen. Zo kan het percentage vrouwelijke universitaire docenten in de aard- en levenswetenschappen op minstens 20 procent worden gebracht. Met andere wetenschapsgebieden wordt overlegd op een gezamenlijke aanpak. NWO-ALW hoopt het programma in samenwerking met de universiteiten vorm te geven.

Terwijl het percentage vrouwelijke aio's bij de aard- en levenswetenschappen (respectievelijk 40 en 36 procent) nog boven het gemiddelde percentage vrouwelijke aio's (34 procent) ligt, zijn er in de aard- en levenswetenschappen relatief minder vrouwelijke universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren dan gemiddeld in de wetenschap. Nederland heeft in de aardwetenschappen geen enkele vrouwelijke hoogleraar of universitair hoofddocent, terwijl dit vakgebied ongeveer 65 hoogleraren en 65 universitair hoofddocenten telt. Tegenover het landelijke percentage van twintig procent vrouwelijke universitair docenten kennen de levenswetenschappen zestien procent vrouwen als universitair docent, de aardwetenschappen zeven procent.

NWO-ALW acht de tijd voor de emancipatieactie rijp nu de komende vijf tot tien jaar veel hoogleraren en universitair docenten met pensioen gaan. Uit een omvangrijker aanbod aan vrouwelijke universitair (hoofd)docenten zullen straks eerder enkelen doorstromen naar universitaire topposities.

Nadere informatie bij dr. A. van der Kooij (NWO-ALW), tel. 070 3440866, fax 070 3832173, e-mail kooij@nwo.nl.

99-33

Deel: ' NWO extra posities voor vrouwelijke wetenschappers '




Lees ook