Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek


Slechthorenden horen minder scherp

Biofysici aan de Vrije Universiteit hebben aangetoond dat problemen met het verstaan van spraak bij slechthorenden te maken hebben met de verwerking van de frequentiespectra van klanken, en niet zozeer van de duur van de klanken. Zij vergeleken hiervoor in een project van het NWO-Gebied Aard- en Levenswetenschappen de mate waarin goed- en slechthorenden kunstmatig verstoorde spraak kunnen verstaan. De resultaten kunnen van belang zijn voor het verbeteren van hoortoestellen.

De biofysici kwamen erachter dat slechthorenden nauwelijks extra problemen ondervinden als er kleine verstoringen in de frequenties van klanken in natuurlijke spraak worden aangebracht. Normaal horenden merken deze verstoringen wel sterk, net zoals iemand die haarscherp ziet ook onscherpe letters direct opmerkt. Bij steeds grotere verstoringen gaan de prestaties van de slechthorenden steeds meer op die van normaal horenden lijken. Hieruit blijkt dat de problemen van slechthorenden waarschijnlijk te maken hebben met de verwerkingen van de frequentiespectra van de geluidsklanken.

De biofysici bestudeerden in hun onderzoek de variaties in het frequentiespectrum en in de tijd van normale spraak. Vervolgens maakten zij simulaties waarin het verschil tussen de spectra van het signaal en de ruis kleiner was. Hierdoor verkleint het contrast tussen de spraak en de achtergrondruis (signaalruisverhouding). Door de prestaties van slechthorenden en normaal horenden bij de verschillende signalen te vergelijken, konden ze precies reconstrueren waar het verwerkingsprobleem bij slechthorendheid in schuilt. Overigens blijken er onder slechthorenden grote onderlinge verschillen te bestaan in de problemen met het verstaan van spraak.

Slechthorenden hebben problemen met het volgen van een gesprek in een rumoerige ruimte, zelfs als het geluid hard genoeg is. Ze horen het wel, maar verstaan het niet.

Tot nu toe was niet bekend waarom de slechthorenden de geluidsinformatie van de spraak niet goed verwerken. Er zijn twee soorten van slechthorendheid. Bij de eerste is er een verlies van de geleiding van geluid in het oor door bijvoorbeeld een gehavend trommelvlies of een verkalkt oorbeentje. Bij de tweede is er een mankement in het binnenoor of in de zenuwgeleiding. De fysiologische oorzaak van deze tweede soort slechthorendheid is nog niet opgehelderd.
Nadere informatie bij:

* drs. N.H. van Schijndel (VU)

* tel. (040) 2744154

* e-mail NH.vanSchijndel@azvu.nl

Deel: ' NWO Slechthorenden horen minder scherp '




Lees ook