Politiebericht

Korps: Utrecht, plaats: Utrecht 18-06-99

Vrijwillig DNA-onderzoek onder 110 mannen/
Politie en Openbaar Ministerie onderzoeken DNA in onderzoek naar serieverkrachter.

Geen verdachte.

Politie en Openbaar Ministerie in Utrecht zijn gestart met een vrijwillig DNA-onderzoek onder 110 mannen. Deze mannen zijn geselecteerd uit een groep van 1.750 mannen die genoemd werden in het onderzoek naar de Utrechtse serieverkrachter. Van deze 110 mannen kon niet op andere wijze worden vastgesteld dat zij niets met deze zaak te maken hadden. De mannen zijn niet aangemerkt als verdachte.

Opsporingsonderzoek.

Geconcentreerd in de periode van 9 augustus 1995 tot en met 20 februari 1996 en op 15 december 1996 vonden er in het groene gebied tussen de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrecht en Zeist zes verkrachtingen en twaalf pogingen daartoe plaats. Deze delicten zorgden destijds voor een grote maatschappelijke onrust.

Het opsporingsonderzoek leverde in totaal 10.500 informaties op die in de loop van de tijd allemaal dubbel zijn nagetrokken. In deze informaties werden 1.750 mannen als mogelijke verdachte genoemd. Het grootste deel van deze mannen kon, na onderzoek en verhoor, worden uitgesloten als mogelijke verdachte. In 110 gevallen kon op deze wijze geen zekerheid worden verkregen.

De dader heeft op enkele plaatsen sporen achtergelaten waaruit het Gerechtelijk Laboratorium zijn zogenaamde DNA-profiel (de genetische vingerafdruk) heeft vastgesteld. Door dit profiel te vergelijken met het DNA-profiel van de 110 mannen is het mogelijk deze mannen uit te sluiten als mogelijke dader. Eerder zijn reeds 1670 biologische sporen, die afkomstig waren van andere in Nederland in de jaren 1987 tot 1997 gepleegde zedendelicten en die lagen opgeslagen bij het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk, geanalyseerd en vergeleken met het DNA-profiel van de dader. Dit leverde geen overeenkomst op.

De Officier van Justitie heeft middels een brief de 110 mannen verzocht medewerking aan het onderzoek te verlenen. Inmiddels hebben reeds 69 mannen op dit verzoek gereageerd. Slechts twee personen hebben tot nu toe geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Het vrijwillige onderzoek zal naar verwachting medio juli 1999 worden afgerond. De mannen die weigeren mee te werken aan het onderzoek worden daardoor geen verdachte. Wel zal getracht worden deze mannen door nader onderzoek alsnog uit te sluiten als mogelijke dader.

Wangslijm.

Voor het vaststellen van het DNA-profiel van de mannen wordt door een arts met behulp van wattenstokjes van beide wangen wat wangslijm afgenomen. Dit is pijnloos en neemt slechts enkele minuten in beslag. Vervolgens wordt aan de hand van dit wangslijm door het Gerechtelijk Laboratorium het DNA-profiel vastgesteld en vergeleken met dat van de dader. Het wangslijm en het daaruit vastgestelde DNA-profiel worden, als blijkt dat de betrokkene niet de dader is, vernietigd.

Contra-expertise.

Wanneer door middel van dit vrijwillige DNA-profielenonderzoek een overeenkomst met het DNA-profiel van de dader wordt gevonden, dan wordt de betrokkene daarvan op de hoogte gesteld en aangehouden. De verdachte kan dan binnen veertien dagen verzoeken om een contra-expertise te doen verrichten.

Deel: ' OM onderzoekt DNA in onderzoek naar serieverkrachter '




Lees ook