PERSMEDEDELING ONDERWIJSBOND CNV

Zoetermeer, 7 april 2000

In Schooljournaal 12 zegt voorzitter Cees van Overbeek (Onderwijsbond CNV) dat het de hoogste tijd wordt voor een parlementair enquête om te onderzoeken wie er politiek verantwoordelijk is voor de malaise in het onderwijs. CNV-voorzitter Doekle Terpstra steunt hem hier in: ’De chaotische situatie in het onderwijs rechtvaardigt een parlementair onderzoek’.

Cees van Overbeek: Tijd voor parlementaire enquête 'Gênant', noemt Onderwijsbond CNV-voorzitter Cees van Overbeek, het gemak waarmee VVD-Kamerlid Cornielje het uitblijven van oplossingen voor het lerarentekort wijt aan de starre houding van de onderwijsbonden. Met moeilijkdoenerij over de komst van zij-instromers en het vasthouden aan het principe van last-in-first out denken de bonden volgens de VVD-parlementariër alleen aan hun leden en blokkeren ze een door de politiek aangereikte uitweg voor een oplossing van het lerarentekort. Van Overbeek: 'Cornielje is net zo medeverantwoordelijk voor de situatie waarin het onderwijs nu terecht is gekomen. Dat er nu zoveel geïnvesteerd moet worden in het onderwijs is mede het gevolg van het feit dat de kabinetten, met goedkeuring van het parlement, in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig, met de kop in het zand, uitsluitend hebben bezuinigd op onderwijs. De politiek verantwoordelijken waren niet bereid de reële effecten van die bezuinigingen op het onderwijs te onderkennen', windt Van Overbeek zich zichtbaar op. 'Er zijn parlementariërs geweest die zich ondergeschikt hebben gemaakt aan het kabinetsbeleid, totaal geen afwijkende of kritische opvattingen doordrukten. Maar toen zij zo achter hun eigen partij - en dan heb ik het over de grote vier - aanliepen en daarmee de kabinetten van de laatste twintig jaar in leven hielden, werden er wel miljarden uit het onderwijs weggesluisd. We zien nu de effecten. Het parlement zou de schuld voor de problemen ook bij zichzelf moeten zoeken. Nu krijgt de man voor de klas het voor zijn kiezen. Anders kan ik niet verklaren dat de werkdruk zo hoog blijft, dat de salarissen achterblijven bij die van de marktsector, dat er te weinig daadwerkelijke en noodzakelijke financiële acties worden ondernomen om de positie van het onderwijs maatschappelijk echt te verbeteren. Alleen in tijden van verkiezingen wordt met de mond beleden hoe noodzakelijk investeringen in het onderwijs zijn. Zodra een nieuw kabinet is geïnstalleerd hebben de regeringspartijen niet de moed daadwerkelijk consequenties te verbinden aan hun verkiezingsbeloften. Misschien wordt het tijd voor een soort parlementaire enquête om te onderzoeken wie er politiek verantwoordelijk is voor de malaise in het onderwijs. Aan de bonden ligt het niet. Die hebben altijd duidelijk randvoorwaarden gesteld als de politiek weer eens een plannetje had gesmeed. Ons geduld raakt op. Als Hermans niet met een beter cao-bod over de brug komt voorspel ik grote problemen.'

CNV-voorzitter Terpstra over Hermans: Veel gepraat en weinig wol 'Schoenmaker hou je bij je leest, en concentreer je op activiteiten waarvoor je bent ingehuurd, namelijk politiek bedrijven.' Dat is het weerwoord van CNV-voorzitter Doekle Terpstra richting VVD-parlementariër Clemens Cornielje, die Onderwijsbond CNV en AOb vorige week een ernstig tekort aan verantwoordelijkheidsgevoel toedichtte. Volgens de VVD'er hebben de beide onderwijsbonden alleen oog voor de belangen van hun leden en blokkeren ze daardoor mogelijke oplossingen voor het lerarentekort. Ook liggen de twee onderwijsbonden dwars bij pogingen van minister Hermans om het onderwijs, bijvoorbeeld door competentiebeloning, aantrekkelijker te maken. Terpstra: 'Als ik kijk naar de wijze waarop de politiek, regering en parlement, zich de laatste jaren richting onderwijs hebben gemanifesteerd, kan ik daar geen tien met een griffel voor geven. Met als voorlopig dieptepunt de besluiteloosheid van deze minister. Want als ik kijk naar wat Hermans tot nu toe heeft gedaan, kan ik dat niet positief beoordelen. Hij heeft relatief weinig laten zien. Veel gepraat en weinig wol. De politiek is sowieso veel te onduidelijk over de koers die gehanteerd wordt. De ene onderwijsvernieuwing is nog niet achter de rug of de volgende kondigt zich al weer aan. Ik kan me voorstellen dat men in het onderwijs door de bomen het bos niet meer ziet. Als werknemer zoek je op zo'n moment naar zekerheden, naar middelen om je aan vast te klampen. En dat zijn de cao en het functiegebouw. En niet zoiets als competentiebeloning. Dat is een ongewis avontuur en geen garantie dat de politiek het onderwijs de komende tijd met rust zal laten. Ik vind het onkies als Tweede Kamerleden de bonden daar op afrekenen. Dan ken je als politiek functionaris in onvoldoende mate de verhoudingen binnen het onderwijs en heb je niet in de gaten wat voor onrust je daar zelf hebt gecreëerd.' Terpstra steunt voorzitter Van Overbeek van de Onderwijsbond CNV in zijn oproep voor een parlementaire enquête naar de verantwoordelijken voor de gigantische problemen waar het onderwijs mee te kampen heeft. 'Het is misschien een modeverschijnsel om voor dit zware middel te pleiten, maar de chaotische situatie in het onderwijs zal zo'n onderzoek zeker rechtvaardigen. In onderwijs gaat ongelooflijk veel geld om en het bepaalt bovendien in grote mate de kwaliteit van de huidige en toekomstige samenleving. Ondertussen zijn er vele miljarden verkwist, en heerst er onzekerheid alom. Laat de politiek dat maar eens verantwoorden aan de samenleving.'

Voor nadere informatie: Kees van Kortenhof, tel (079) 320 20 40, gsm, 06 53

Deel: ' Onderwijsbond CNV Parlementaire enquête onderwijsmalaise '




Lees ook