Nieuw-Vlaamse Alliantie


PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN MINISTER MARLEEN VANDERPOORTEN VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS EN VORMING woensdag 5 februari 2003

Onderwijsdecreet XIV goedgekeurd in Vlaams Parlement

Deze middag keurde de plenaire vergadering van het Vlaams parlement meerderheid tegen minderheid het
onderwijsdecreet XIV (ODXIV) goed. Dit verzameldecreet beslaat meer dan 300 artikels en handelt over alle niveaus van het Vlaams onderwijs.

Enerzijds speelt dit decreet in op een aantal
maatschappelijke veranderingen door bijvoorbeeld de autonomie van de scholengemeenschappen te verhogen, alle officiële scholen een open karakter te geven, de
rechtspositie van het personeel over de niveaus heen te harmoniseren, een deel van de CLB-werking
netoverschijdend uit te bouwen, de samenwerking tussen de netten beter mogelijk te maken en in het kader van de inburgering de uren NT2 exclusief aanwendbaar te maken voor NT2.

Anderzijds bevat het ODXIV ook een aantal technisch- organisatorische maatregelen zoals de verhoging van de middelen voor onderwijs aan kinderen die opgenomen zijn in de kinderpsychiatrie, de verhoging van de
werkingsbudgetten van het basisonderwijs, de verbetering van de rechtspositie van het personeel in de Brusselse kinderdagverblijven, de afstemming van het CLB-decreet op het gelijke onderwijskansendecreet en de harmonisering van de studiebewijzen van het leerplicht- en
volwassenenonderwijs.

Bij elk van deze maatregelen vindt U hieronder wat meer uitleg:

1. Maatschappelijke vernieuwingen

A. De autonomie van de scholengemeenschappen wordt verhoogd

OD XIV biedt scholengemeenschappen de mogelijkheid om rond een aantal thema's een reëel beleid te voeren. Principieel wordt ervoor geopteerd dat
scholengemeenschappen eindbeslissingen kunnen nemen.

Welke eindbeslissingsbevoegdheden worden er zo in het decreet toegekend. Scholengemeenschappen krijgen de mogelijkheid om eindbeslissingen te nemen omtrent:


- de verdeling van hun extra uren-leraar over de afzonderlijke instellingen ;

- de verdeling van de puntenenveloppe, bestemd voor het ondersteunend personeel, die rechtstreeks aan de scholengemeenschappen wordt toegekend ;

- de voordracht van niet-voorangsgerechtigde
kandidaten voor opname in de vervangingspool.
Scholengemeenschappen krijgen ook de bevoegdheid om de hun toegewezen kandidaten toe te wijzen aan een ankerschool;

Scholengemeenschappen worden slagkrachtige
samenwerkingsverbanden. ODXIV draagt daarom bij tot de creatie van een reëel middenkader op het niveau van de scholengemeenschap.

Aan scholengemeenschappen worden in eerste instantie middelen toegekend i.f.v. de bezoldiging van ICT-
coördinatoren.

In tweede instantie krijgt elke scholengemeenschap jaarlijks 120 punten boven op haar organieke
puntenenveloppe. Ten slotte ontvangen de
scholengemeenschappen nog een extra puntenenveloppe, gesteund op het totaal aantal leerlingen. De
scholengemeenschap kan deze punten naar keuze aanwenden i.f.v. de vorming van een middenkader. Zij kan bvb. de algemeen directeur, de coördinerend directeur of een ander personeelslid vrijstellen van zijn school- of klasopdracht. De extra middelen kunnen ook worden
gebruikt voor het ondersteunend personeel.

B. Alle officiële scholen krijgen een open karakter

Openbare besturen, zoals gemeentescholen en provinciale scholen, zijn onderworpen aan het beginsel van de
benuttigingsgelijkheid. Dit wil zeggen dat zij in rechte én in feite open moeten staan voor alle leerlingen, ongeacht hun levensbeschouwelijke achtergrond. Daarom schrijft het decreet voor dat officiële scholen een open karakter aan de dag leggen: in hun werking mogen geen elementen besloten liggen waar bepaalde ideologische, filosofische of levensbeschouwelijke groepen zich niet mee kunnen verzoeken. Dit open karakter moet blijken uit het project en het reglement van de scholen, maar ook uit de leerplannen, het schoolwerkplan, de gebruikte
schoolboeken en de begeleidingsdienst. De regeling uitgetekend door het decreet geldt voor alle officiële scholen van het leerplichtonderwijs.

De maatregel houdt verder in dat alle officiële scholen voortaan aangesproken kunnen worden om de vrije keuze te verzekeren (daarvoor dienen ze wel begeleid te worden door een officieel CLB).

C. De rechtspositieregeling van het onderwijspersoneel wordt vereenvoudigd en geharmoniseerd

Het decreet wil de bestaande rechtspositieregeling over de niveaus heen harmoniseren en vereenvoudigen. Om die reden wordt de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) ingevoerd in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Het voorrangssysteem van de TADD bestaat nu reeds in het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en de CLB's.

Het statuut van tijdelijke personeelsleden wordt door het TADD-stelsel aanzienlijk verbeterd. Een personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur in een vacante betrekking heeft werkzekerheid over de schooljaren heen. Zo wordt het onderscheid met vastbenoemde personeelsleden een stuk kleiner.

Het recht op een TADD vereenvoudigt de voorrangsregeling en maakt het concept transparant voor alle
personeelsleden. De invoering van de maatregel zorgt er bovendien voor dat er nog slechts één voorrangsregeling bestaat. Gelet op het personeelsverloop tussen de
verschillende niveaus is dit van groot belang.

D. Aspecten van de werking van de CLB's worden netoverschrijdend uitgebouwd

Vanaf 1 januari 2003 wordt voor een eenmalige periode van drie jaar een netoverschrijdend experiment opgestart. In één welbepaalde regio wordt een onafhankelijke
informatiedienst opgericht die op een gestructureerde wijze aan leerlingen informatie verstrekt over de
structuur van het onderwijs, het onderwijsaanbod, de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, de welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. Een lokale
overheid staat in voor de coördinatie, het administratief beheer en de voortgangsbewaking.

Verder wordt vanaf 1 september 2003 de net- en
disciplineoverschrijdende samenwerking binnen de CLB- sector gecoördineerd door een
'internettensamenwerkingscel'. Deze cel zal bestaande netoverschrijdende samenwerking verder uitbouwen i.f.v. o.a. het uitwerken van modellen van "good practices". De netoverschrijdende samenwerking die bvb. via de
tijdelijke decretale stuurgroep tot stand is gekomen, kan op deze manier worden gecoördineerd.

De cel zal ook een coördinerende en innoverende rol opnemen bij de ontwikkeling van nieuwe
samenwerkingsprojecten. Op die manier kunnen know-how en informatie worden gestroomlijnd.

E. Netoverschrijdende samenwerking vereenvoudigen

Tot nu toe was het overdragen van uren tussen secundaire scholen van verschillende netten enkel mogelijk binnen een netoverschrijdende scholengemeenschap. ODXIV breekt deze mogelijkheid open. De overdracht van uren tussen scholen van verschillende netten wordt principieel mogelijk gesteld. Dit geeft lokale schoolbesturen (zie Gent) de mogelijkheid om een effectieve
netoverschrijdende samenwerking uit te bouwen.

F. Inburgering: extra taallessen

Bij de behandeling in de commissie Welzijn en de
commissie Onderwijs van het ontwerp inburgeringsdecreet is duidelijk geworden dat de organisatie van het aanbod Nederlands tweede taal (NT2) veel efficiënter moet worden gemaakt.

Om die reden stelt ODXIV dat de uren die worden
gegenereerd door de cursisten Nederlands tweede taal ook daadwerkelijk voor deze taallessen moeten worden
gebruikt. Normaal kan een centrum vrij bepalen wat met de uren die gegenereerd werden, tijdens een bepaalde periode gebeurt.

2. Technisch-organisatorische maatregelen

A. Het decreet treft een aantal reeds lang
noodzakelijke maatregelen

De geldelijke en administratieve rechtspositie van de personeelsleden van de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig
hoofdstedelijk gebied Brussel is reeds lang
problematisch. Het decreet lost de bestaande problemen op door duidelijk aan te geven dat de personeelsleden die momenteel titularis zijn van een betrekking en 720 dagen dienstanciënniteit hebben, met ingang van 1 januari 2003 worden vast benoemd. Vanaf 1 januari 2003 worden nieuwe personeelsleden contractueel geworven.

Jongeren die omwille van een psychiatrische behandeling in een dienst voor neuropsychiatrie (k-dienst) zijn opgenomen, worden momenteel slechts beperkt door de onderwijsregelgeving gevat. De k-diensten van Antwerpen en Leuven worden bediend door de ziekenhuisscholen. De andere k-diensten nemen met eigen middelen zelf
initiatieven om op één of andere wijze onderwijs te verstrekken aan de jongeren. Het decreet voorziet daarom een afzonderlijk budget voor de organisatie van het onderwijs door de k-diensten.

B. Het decreet verhoogt het werkingsbudget van het basisonderwijs

Het decreet voegt vanaf het schooljaar 2002-2003 een bedrag van 19.83 miljoen euro (800 miljoen Belgische frank) toe aan de werkingsmiddelen van het basisonderwijs (uitvoering CAO VI).

Deze verhoging, samen met deze die reeds gebeurde in uitvoering van CAO V (12, 4 miljoen euro), zal vanaf het schooljaar 2003-2004 worden gebruikt voor de uittekenen van administratieve kernen in het basisonderwijs. In het kader van de decretale bepalingen die de hertekening van het basisonderwijslandschap begeleiden, zullen alle administratieve personeelsleden worden ondergebracht in de decreten rechtspositie. Zo genieten zij een betere rechtsbescherming en komen ze ook voor het eerst in aanmerking voor vaste benoeming.

C. Maatregelen ten voordele van de basiseducatie

In 2002 werden de middelen voor de basiseducatie met 10% verhoogd. Bij regeringsbesluit werd het grootse aandeel van deze middelen verdeeld om bijkomende pedagogische armslag te verlenen aan de centra en om de
anciënniteitsproblematiek in de basiseducatie aan te pakken.

Naast deze maatregel verhoogt dit decreet de enveloppe van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de
Basiseducatie voor drie jaar. Het centrum krijgt daarbij de opdracht om een voorstel van modulaire structuur uit te tekenen en de centra voor basiseducatie te begeleiden bij de invoering ervan.

D. Het decreet stemt het CLB-decreet af op het decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I

Het CLB-decreet voorziet in een extra omkadering voor de taakbelasting door de aanwezigheid van kansarme
leerlingen. Deze extra middelen werden toegekend op basis van SIF+-criteria. Bij de totstandkoming van het decreet in 1998 waren immers nog geen algemeen aanvaarde criteria beschikbaar om kansarmoede binnen onderwijs te meten.

De gehanteerde verdeelsleutels voor de CLB's worden daarom afgestemd op de algemene onderwijsindicatoren die zijn opgenomen in het gelijke-onderwijskansendecreet. Scholen die recht hebben op een ondersteuningsaanbod ingevolge dit decreet, zullen ook extra omkadering genereren voor het CLB dat hen begeleidt.

Het totaal aantal omkaderingsgewichten bestemd voor de begeleiding van kansarme leerlingen stijgt daarbij van 120 naar 135. Tegelijk wordt gegarandeerd dat ten minste 20 extra omkaderingsgewichten worden toegekend voor de begeleiding van leerlingen en scholen gelegen in Brussel.

E. Harmonisering en vereenvoudiging van de
studiebewijzen in het leerplicht- en
volwassenenonderwijs

ODXIV regelt een vereenvoudiging en een harmonisering van de terminologie van de studiebewijzen binnen het
leerplicht- en volwassenenonderwijs. Omdat er vanuit de cursisten van het volwassenenonderwijs heel wat signalen kwamen dat men ongerust is over deze nieuwe benamingen werd het voorliggende ontwerpdecreet geamendeerd. Zo wordt er in een overgangsperiode een supplement
toegevoegd aan het studiebewijs waarop vermeld wordt hoe de vroegere benaming luidde en dat dit hetzelfde civiele effect heeft.

info : Jo De Ro, woordvoerder van minister
Vanderpoorten - tel. (0475) 98 33 73 -
(02) 553.99.23 - fax. (02) 553 99 19
e-mail: persdienst.vanderpoorten@vlaanderen.be

Deel: ' Onderwijsdecreet XIV goedgekeurd in Vlaams Parlement '




Lees ook