expostbus51


MINISTERIE SZW

https://www.minszw.nl

MIN SZW: onderzoek naar verlofvormen in cao's

Nr. 99/37

11 maart 1999

Onderzoek Arbeidsinspectie naar verlofvormen in cao.s

Het percentage collectieve arbeidsovereenkomsten met een bepaling over zorgverlof bedraagt eind 1997 28 procent. Tien procent van de cao.s bevat eind 1997 een regeling voor langdurig onbetaald verlof. Het percentage cao.s met een bepaling over adoptieverlof is sinds 1990 ongeveer verdubbeld, tot 42 procent. In een kwart van de cao.s wordt de wettelijke regeling voor ouderschapsverlof uitgebreid.

Dit staat in het rapport .Verlofvormen in cao.s. van de Arbeidsinspectie, dat staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. In het rapport wordt geïnventariseerd welke afspraken over verlof er zijn vastgelegd in cao.s. Verder geeft het rapport inzicht in ontwikkelingen die zich op dit terrein hebben voorgedaan. Het onderzoek geeft de stand van zaken weer op 31 december 1997. De ontwikkelingen worden geschetst aan de hand van een vergelijking met eerder onderzoek uit 1990 en 1996.

Het cao-onderzoek is uitgevoerd op basis van een standaardsteekproef van 123 cao.s. De steekproef bestaat uit alle bedrijfstak-cao.s die van toepassing zijn op 5000 of meer werknemers en alle ondernemings-cao.s die van toepassing zijn op 2000 of meer werknemers. De cao.s voor de overheidssectoren zijn buiten beschouwing gelaten.

Zorgverlof is bedoeld voor het verzorgen of verplegen van een zieke partner, kinderen, naaste familieleden of andere mensen waarmee een emotionele band bestaat. Werkgevers en werknemers kunnen hierover in cao.s afspraken maken. Het percentage cao.s met een bepaling over zorgverlof is gestegen van 21 procent in 1990 tot 28 procent in 1997. Bij de helft van de cao.s met zorgverlof gaat het om betaald zorgverlof. De duur van het verlof loopt uiteen van 3 dagen tot en met 3 maanden.
Het percentage cao.s met een bepaling over langdurig onbetaald verlof is relatief
sterk toegenomen: van 2 procent in 1990 naar ongeveer 10 procent in
1997. In vier
cao.s wordt expliciet aangegeven dat een 'sabbatical period', opfrisverlof of heroriëntatie het doel van verlof kan zijn.

In ongeveer 42 procent van de cao.s zijn bepalingen over adoptieverlof gevonden. In 1990 was dit de helft minder: ongeveer 21 procent. Adoptieverlof is bijvoorbeeld bedoeld om het kind uit het buitenland op te halen. Het gaat in bijna alle gevallen om betaald adoptieverlof. In de meeste cao.s met een bepaling over adoptieverlof gaat het om een verlof van twee dagen. In 1990 kwam in ongeveer 4 procent van de cao.s adoptieverlof van 3 en meer dagen voor. In 1997 is dat percentage gestegen tot ongeveer 23 procent.

De wettelijke regeling calamiteitenverlof bepaalt dat werknemers in bepaalde situaties tijdelijk betaald vrijaf mogen nemen als de werknemer door zeer bijzondere, buiten zijn schuld ontstane omstandigheden verhinderd is arbeid te verrichten. In 11% van de cao.s wordt hiervan ten nadele van de werknemer afgeweken en is een bepaling opgenomen over onbetaald calamiteitenverlof.
Het percentage cao.s waarin een bepaling is opgenomen over (betaald of onbetaald) calamiteitenverlof is sinds 1990 meer dan verdubbeld: van 21 procent in 1990, naar 41 procent in 1996 tot ongeveer 50 procent in
1997. In alle cao.s met een bepaling over calamiteitenverlof gaat het om onvoorziene verzorgingstaken in verband met ziekte van de partner, kinderen of andere familieleden. In 7 procent van de cao.s heeft het calamiteitenverlof tevens betrekking op andere noodgevallen, zoals een gesprongen waterleiding of een verstopte riolering.

De wettelijke regeling ouderschapsverlof geeft beide ouders of verzorgers recht op tijdelijk onbetaald verlof gedurende 13 maal de wekelijkse arbeidsduur. In ongeveer 25 procent van de cao.s wordt deze wettelijke regeling uitgebreid. In 1996 was dit nog het geval in 32 procent van de cao.s. De uitbreiding heeft zowel betrekking op de duur als op de betaling van het verlof. Ruim 4 procent van de cao.s regelt een (gedeeltelijke) betaling van het ouderschapsverlof.

Ongeveer 91 procent van de cao.s bevat een bepaling over kraamverlof voor partners. Het recht op kraamverlof is wettelijk vastgelegd, maar de duur en de betaling ervan kan in cao.s worden geregeld. Het kraamverlof is oorspronkelijk niet zozeer bedoeld voor zorgtaken, maar voor het vervullen van de aangifteplicht bij de burgerlijke stand. In nagenoeg alle cao.s met een bepaling over kraamverlof gaat het om betaald
verlof. Bijna 57 procent van de cao.s met een bepaling over kraamverlof kent een
verlof van 2 dagen. Ruim 12 procent van de cao.s kent een kraamverlof van meer dan 2 dagen.

Ongeveer 17 procent van de cao.s kent een verlofspaarregeling waarbij vakantiedagen en/of adv-dagen opgespaard kunnen worden en op een later tijdstip ingeruild voor een (langere) periode van verlof. In het grootste deel van deze cao.s is aangegeven waarvoor gespaard kan worden, namelijk prepensioen, loopbaanonderbreking, zorgverlof, extra ouderschapsverlof en scholing.

Twaalf procent van de cao.s kent een terugkeerregeling voor vrouwen die na het krijgen van een kind hun baan hebben opgezegd. De terugkeerregeling houdt in dat de ex-werkneemster een voorkeurspositie krijgt bij sollicitaties. In bijna alle gevallen wordt een termijn genoemd waarbinnen de terugkeer moet plaatsvinden. Die varieert van 2 tot 4 jaar.

De Arbeidsinspectie heeft ook het aantal vakantiedagen in cao.s onderzocht. Gebleken is dat het gemiddeld aantal basisvakantiedagen ligt op 24,5 dagen per jaar. In 47 procent van de cao.s komen extra vakantiedagen voor jongeren tot 21 jaar voor, terwijl in 86 procent van de cao.s extra vakantiedagen voorkomen voor oudere werknemers (60 jaar en ouder).


11 mrt 99 14:14

Deel: ' Onderzoek Arbeidsinspectie naar verlofvormen in cao's '




Lees ook