Ministerie van Financien

Titel: Onderzoek DNB naar verwerkingsduur van overboekingen en valutering



DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BGW 99/2711-M

23 december 1999

Onderwerp

Onderzoek DNB naar verwerkingsduur van overboekingen en valutering


1. Inleiding

Bij brief van 5 augustus jongstleden heb ik u geïnformeerd over mijn verzoek aan DNB om een onderzoek te verrichten naar de verwerkingsduur van overboekingen bij banken, in het licht van de informatie die banken verstrekken in hun zogeheten valuteringsfolders.Tevens heb ik bij die gelegenheid toegezegd u te zullen informeren over de uitkomsten van dat onderzoek. Nu DNB haar werkzaamheden heeft afgerond, wil ik bij deze mijn toezegging gestand doen. Het onderzoeksrapport is als bijlage toegevoegd.


2. Bevindingen DNB

Uit het onderzoek van DNB treedt een genuanceerd beeld naar voren, waarbij ten aanzien van de onderzochte aspecten in het algemeen sprake is van adequate dienstverlening door banken, maar waarbij tevens geldt dat de transparantie rond betaaldiensten op onderdelen voor verbetering vatbaar is. De afspraken die banken in het nationale betalingscircuit hebben gemaakt omtrent uitwisseling en verrekening, leiden ertoe dat er in de praktijk een maximale verwerkingsduur bestaat. Het onderzoek laat zien dat de verwerkingsduur bij een binnenlandse overboeking tussen rekeninghouders die bij dezelfde bank bankieren meestal één en soms twee werkdagen bedraagt. Voor de verwerkingsduur bij een binnenlandse interbancaire overboeking geldt onder normale omstandigheden een verwerkingsduur tussen de één en vier (bij uitzondering vijf) werkdagen. Binnen dit maximum vergen de circuit-overschrijdende overboekingen, dat wil zeggen betalingen tussen het Postbank- en het BGC-Interpay-circuit, een langere verwerkingsduur door benodigde conversies. Gegeven de voorzienbare aanpassingen in het betalingsverkeer zal echter ook de verwerkingsduur van circuit-overschrijdende betalingen in de toekomst kunnen afnemen. Overigens stelt DNB dat haar bevindingen omtrent de verwerkingsduur van betalingen overeenkomen met de uitkomsten van een soortgelijk onderzoek van de Consumentenbond, indien de resultaten daarvan worden gecorrigeerd aan de hand van de effecten van weekenddagen en feestdagen, en aan de hand van valuteringsgegevens van banken.

De beschikbare informatie over valutering wordt door DNB in het algemeen voldoende geacht, althans voor klanten die in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Hierbij past de kanttekening dat de actieve informatieverstrekking aan het publiek niet in de praktijk is onderzocht. Daardoor is niet vastgesteld of het informatiemateriaal van de banken voldoende terecht komt bij de consument. Daarnaast blijkt dat begrippen als doorlooptijd, verwerkingsduur, uitwisselingsduur, valutering, boekdatum, valutadatum en rentedatum door verschillende partijen op een eigen manier worden gedefinieerd en gebruikt, hetgeen verwarring blijkt te veroorzaken over de feitelijke gang van zaken. Met het oog op het verbeteren van de transparantie ten aanzien van betaaldiensten doet DNB in haar eindrapportage daarom een drietal aanbevelingen:

* de banken en hun representatieve organisatie wordt geadviseerd meer publiciteit te geven aan de maximale verwerkingsduur van interbancaire betalingen (van één tot vier dagen), bijvoorbeeld door in de richting van de consument aan te geven dat een in het weekend geposte opdracht nog voor het volgende weekend is bijgeboekt, ongeacht de betrokken banken;

* banken zouden vergelijkbare informatie op de afschriften moeten vermelden, in elk geval de boekingsdatum;

* voor de valuterende banken geldt dat de transparantie ten aanzien van de valutering van individuele betalingen, indien de valutadatum wordt bepaald op grond van gegevens die de klant niet kent, gebaat is bij afzonderlijke vermelding van deze valutadatum.


3. Vervolgstappen naar aanleiding van het onderzoek

Het geheel overziend denk ik dat het onderzoek van DNB belangrijke inzichten biedt in de markt voor betaaldiensten. Interessant is vooral de conclusie dat de valuteringsfolders een belangrijke bijdrage leveren aan de transparantie van de markt voor betaaldiensten, maar dat tegelijkertijd als gevolg van verschillen in gehanteerde definities onduidelijkheid bestaat over de feitelijke mate van valutering. Ik onderschrijf de conclusies en de aanbevelingen van DNB, en zal in het verlengde daarvan trachten te bewerkstelligen dat banken in elk geval de boekingsdatum standaard op de rekeningafschriften vermelden. Daarnaast geldt voor de valuterende banken dat naast de boekingsdatum standaard ook de valuteringsdatum zou moeten worden vermeld. Dit zou met het oog op een goede vergelijkbaarheid gelijkelijk moeten gelden voor alle valuterende banken.

Belangrijke kanttekening daarbij, zo merkt ook DNB op, is overigens dat voor deze wijzigingen een redelijke implementatietermijn in acht zou moeten worden genomen. Het gaat immers om wijzigingen in belangrijke bedrijfsprocessen, die bij de invoering ervan grote nauwkeurigheid vergen, en dus ook tijd kosten. Daar komt bij dat het bankwezen aan de vooravond staat van een uitgebreid geheel aan herzieningen dat gedurende de komende tijd moet worden doorgevoerd in de infrastructuur van het betalingsverkeer, onder meer ten behoeve van de invoering van de euro. Mij staat daarom een aanpak voor ogen waarbij het bankwezen in de gelegenheid wordt gesteld zelf het implementatiemoment te kiezen dat zich het best in deze herzieningen laat inpassen. Uiteraard is het tegelijkertijd wel de bedoeling dat de implementatietermijn afzienbaar blijft. Mijn gedachten gaan er derhalve naar uit, dat rond de invoering van de euro in het massale girale betalingsverkeer ook de hier aangegeven transparantie in het betalingsverkeer zou moeten zijn bewerkstelligd. Ik zal daartoe contact opnemen met de NVB om de hier weergegeven aanpak aan de banken over te brengen.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,


- EINDRAPPORTAGE -

Onderzoek naar de verwerkingsduur van overboekingen en naar valutering in het Nederlandse betalingsverkeer

De Nederlandsche Bank NV

Amsterdam

November 1999

ir. S.L. Lelieveldt

drs. M.A. Santema


1. Inleiding

Op 5 augustus 1999 heeft de Minister van Financiën aan de Nederlandsche Bank gevraagd om een analyse te maken van de verwerkingsduur van overboekingen, met bijzondere aandacht voor de door banken gehanteerde valuteringsmethoden en de informatie die hierover wordt verstrekt in de valuteringsfolders. Directe aanleiding voor dit verzoek vormden de medio dit jaar gepubliceerde bevindingen van een onderzoek van de Consumentenbond naar de verwerkingsduur en valutering bij overschrijvingen. De brief van de Minister aan de Bank, met daarin een nadere omschrijving van het doel van het onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd.

Gelet op haar verantwoordelijkheid voor het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer heeft de Bank toegezegd het gevraagde onderzoek uit te zullen voeren. Hiertoe heeft zij per brief van 5 september 1999 aan de Consumentenbond, de Nederlandse Vereniging van Banken, Interpay Nederland en zeven financiële instellingen verzocht om op vrijwillige basis medewerking te verlenen aan een onderzoek, dat conform het verzoek van de Minister ten doel had om de feitelijke situatie weer te geven en niet zozeer om beoordelingen en waarderingen toe te kennen aan deze situatie. Bij alle genoemde partijen is een grote bereidheid geconstateerd om aan het onderzoek mee te werken.

De gedetailleerde opzet van het onderzoek is weergegeven in bijlage 2 bij dit rapport. De onderzoeksresultaten worden hieronder gepresenteerd, waarbij achtereenvolgens wordt ingegaan op:


- het begrippenkader,


- de verwerkingsduur,


- valutering in de praktijk,


- de informatievoorziening aan klanten,


- het consumentenperspectief,


- de conclusies en aanbevelingen.


2. Het begrippenkader

Gezien de verschillende definities die vooral ten aanzien van valutering in omloop zijn, is in het onderzoek en in de gesprekken nadrukkelijk aandacht besteed aan de inrichting van het verwerkingsproces voor betaalopdrachten en de daarbij behorende begrippen. Dit heeft geleid tot het begrippenkader in figuur 1 op de volgende pagina. Hierbij moet de opmerking worden geplaatst dat voor een goede leesbaarheid, de interbancaire processen in deze figuur vereenvoudigd zijn weergegeven. Een meer gedetailleerde weergave van deze processen, waarbij ook wordt ingegaan op de verschillen in werkwijze tussen banken onderling, is te vinden in bijlage drie.

Het begrippenkader in figuur 1, geeft de verschillende stadia van het verwerkingsproces van een interbancaire betaling weer, waarbij voor elke stap in het proces is vastgesteld welke datum daarbij hoort en welke definitie hierop gebaseerd kan worden. Zo is uitwisselingsduur gedefinieerd als de tijd tussen afboekingsdatum van de betaler en de bijboekingsdatum van de begunstigde. Verwerkingsduur is gedefinieerd als de tijd tussen de ontvangst van een opdracht door de bank en het moment van bijboeking op de rekening van de begunstigde. Het begrip doorlooptijd is een iets ruimer begrip en omvat de tijd tussen het verzenden van een betalingsopdracht en het moment van bijboeking op de rekening van de begunstigde.

De begrippen uitwisselingsduur, verwerkingsduur en doorlooptijd hebben direkt te maken met de snelheid van afhandeling van een interbancaire betaling. Het begrip valutering daarentegen, gedefinieerd als het hanteren van een andere dan de boekdatum bij de renteberekening over gedebiteerde en gecrediteerde bedragen, houdt geen verband met de snelheid van verwerking. Renteberekening is namelijk een proces dat de boeking niet vertraagt. Uitgangspunt bij die renteberekening kan de boekingsdatum zijn of de vereffeningsdatum.

Onderkend wordt dat er andere definities van valutering bestaan, zoals:


- het van een valutadatum voorzien,


- de methode voor het vaststellen van de datum die geldt voor het beginnen of het

eindigen van de renteberekening,


- het buiten de renteberekening houden van geld.

Aangezien deze definities echter in algemene zin betrekking hebben op het al dan niet berekenen van rente, hetgeen bij elke bank voorkomt, worden ze minder bruikbaar geacht voor de discussie over renteberekening bij het doen van overboekingen in het betalingsverkeer. Aan de geformuleerde, meer specifieke definitie, wordt daarom de voorkeur gegeven.

In de praktijk zullen niet alle in de figuur genoemde data voor betrokkenen bekend zijn. De betalende klant kent de datum van het posten van de opdracht en kan op zijn afschrift vervolgens kennis nemen van hetzij de afboekingsdatum, hetzij de valutadatum van afboeking. Voor de ontvangende klant geldt dat deze alleen zicht heeft op de bijboekingsdatum of de valutadatum van bijboeking en de datum waarop het afschrift geprint c.q. ontvangen is. Voor de bij de transactie betrokken banken geldt dat ze zicht hebben op het traject van de eigen verwerking inclusief vereffening. In feite overziet dus elk van de betrokken partijen maar een deel van het totale proces.

Van belang is ook dat elke bank een eigen beleid heeft m.b.t. terminologie en informatie die aan klanten wordt verstrekt. Als gevolg hiervan zijn drie termen in gebruik, te weten: boekdatum, rentedatum en valutadatum. Het gebruik van één van deze termen is echter geen indicatie voor het al dan niet valuteren van een bank. In sommige situaties is het daarnaast mogelijk dat een valutadatum samenvalt met de feitelijke boekdatum. Als dus een studie wordt gedaan naar verwerkings- of uitwisselingsduur van overboekingen betekent dit dat de informatie op rekening-afschriften niet ongecorrigeerd als uitgangspunt voor de meting kan dienen. Indien het afschrift een valuta- of rentedatum vermeldt, dan is aanvullende informatie nodig om te weten of die datum al dan niet gelijk is aan de boekingsdatum van die betaling.

Tenslotte speelt een rol of in werkdagen of in kalenderdagen wordt gerekend. Waar de verwerkingsduur in werkdagen gelijk blijft, heeft de tussenkomst van het weekend (of eventuele feestdagen) tot gevolg dat de verwerkingsduur en uitwisselingsduur in kalenderdagen twee dagen langer wordt (of één in geval van een tussenliggende feestdag). Voor dit effect kan men bij de bepaling van gemiddelde verwerkings- en uitwisselingsduur corrigeren.


3. De verwerkingsduur

In figuur 1 is te zien dat de verwerkingsduur van overboekingen bepaald wordt door de voorbewerking die nodig is om een overboeking boekingsgereed te maken en vervolgens door lengte van de uitwisselingsduur. Voor de handgeschreven opdrachten1 geldt bij de geïnterviewde instellingen een voorbewerkingstijd van één dag, met daarbij de aantekening dat in piekperiodes een overloop naar de volgende dag mogelijk is. Te denken is hier met name aan momenten tegen het einde van een maand of aan het begin van de daaropvolgende maand.

Naast de tijd benodigd voor de voorbewerking van opdrachten, is de uitwisselingsduur van belang. Voor het merendeel van de instellingen geldt in dit verband dat bij overboekingen tussen rekeningen bij dezelfde instelling de afboeking plaatsvindt op dezelfde dag als de bijboeking. De minimale verwerkingsduur is dan 1 dag, te weten de dag van de voorbewerking van de boeking.

Tabel 1: Weergave van de maximale verwerkingsduur

van handgeschreven overschrijvingsopdrachten2

Opdracht door bank ontvangen op:

Opdracht uiterlijk bijgeboekt op:

maandag

donderdag

dinsdag

vrijdag

woensdag

maandag

donderdag

dinsdag

vrijdag

woensdag

Tabel 2: Weergave van de maximale verwerkingsduur

van pinbetalingen

Betaling gedaan op:

Opdracht bijgeboekt op:

maandag

woensdag

dinsdag

donderdag

woensdag

vrijdag

donderdag

maandag

vrijdag

dinsdag

zaterdag

dinsdag

zondag

dinsdag

Tabel 3: Weergave van de maximale verwerkingsduur

van elektronische overboekingen

Betaling verzonden op:

Opdracht bijgeboekt op:

maandag

woensdag

dinsdag

donderdag

woensdag

vrijdag

donderdag

maandag

vrijdag

dinsdag

zaterdag

dinsdag

zondag

dinsdag

Zodra de overboeking naar een rekening bij een andere bank gaat, is tijd gemoeid met de uitwisseling van transactie-informatie en de vereffening van de hieruit voortvloeiende betalingen tussen de betrokken banken. Daarbij geldt dat over het algemeen de transacties tussen banken met een op dezelfde basis ingerichte verwerkingssystematiek sneller afgewikkeld kunnen worden dan de zogeheten circuit-overschrijdende transacties. Op de details en oorsprong van deze verschillen wordt in bijlage drie ingegaan.

In meer algemene zin geldt voor de onderzochte betaalopdrachten de verwerkingsduur zoals weergegeven in de tabellen 1 tot en met 3, waarin de maximale tijdlijn is weergegeven. Dit betekent derhalve dat de tijdlijn ook korter kan zijn. De mate waarin de verwerkingsduur korter is, hangt daarbij af van de wijze waarop de banken met hun interne verwerkingsproces aansluiten op het interbancaire uitwisselingsproces.

De reden dat gesproken kan worden van maximale tijdlijnen, is gelegen in het feit dat de afspraken tussen de banken ook een maximale tijdlijn kennen. De essentie van deze afspraken, gemaakt in het kader van het Nationaal BetalingsCiruit (NBC), is dat interbancaire opdrachten centraal worden ingebracht, waarna binnen een gemaximeerde termijn vereffening en uitwisseling van informatie plaatsgevonden moet hebben. Geen van de betrokken partijen heeft in de gesprekken aangegeven dat deze termijn door hen of door anderen wordt overschreden.

De in de tabel weergegeven uitkomsten zijn in lijn met wat de Minister van Financiën in maart 1996 op eerdere Kamervragen over dit onderwerp heeft geantwoord, te weten: Afhankelijk van het aantal betrokken banken, de betrokkenheid van de Postbank, met een eigen betalingscircuit, het moment van binnenkomst van een opdracht (bijvoorbeeld net voor het weekend), en met name het soort betalingsopdracht kan een overschrijving 1 tot 4 a 5 dagen duren, waarbij de Minister voorts de verwachting uitsprak dat het NBC zou leiden tot een verkorting van de tijdlijn voor circuitoverschrijdende betalingen.

Overigens is voor de klant het begrip doorlooptijd van overboekingen wellicht relevanter dan de verwerkingsduur of uitwisselingsduur. Indien een klant zou beginnen te tellen vanaf het moment van posten van een opdracht is de totale doorlooptijd van de overboeking voor de klant gelijk aan de termijn welke benodigd is voor transport, plus de maximale verwerkingsduur. In dit verband is het van belang dat vrijwel alle betrokken instellingen gemeld hebben dat in het afgelopen jaar de postbezorging niet vlekkeloos is verlopen, in verband met de wijzigingen welke in het logistieke proces bij TNT Post Groep zijn ingevoerd. Het is dan ook niet ondenkbaar dat klanten een langere doorlooptijd kunnen hebben ervaren voor handgeschreven opdrachten, terwijl de feitelijke verwerkingsduur gelijk is gebleven.


4. Valutering in de praktijk

Het al dan niet toepassen van valutering is een individuele beleidskeuze van banken. De banken die het instrument hanteren geven aan dit te doen ter dekking van de kosten die met het betalingsverkeer gepaard gaan. De toepassing van de in de folders aan klanten gepresenteerde valuteringsregels wordt gewaarborgd doordat deze berust op de geautomatiseerde toepassing van de valuteringstabel in de systemen van de banken. De adequate uitvoering hiervan wordt periodiek gecontroleerd.

Uit de gevoerde gesprekken kwam naar voren dat indien bij interbancaire betalingen valutering wordt toegepast, het ijkpunt van waaraf de valutering wordt berekend de dag is waarop de betrokken bank het geld zelf overdraagt aan, respectievelijk ontvangt van, de andere bank. Voor pinbetalingen en elektronische overboekingen geldt daarbij voor een aantal banken dat, in tegenstelling tot bij de andere betaalvormen, de zondag als valutadag wordt gerekend.

Een aantal instellingen past de valuteringsregels overigens niet toe bij overboekingen tussen rekeningen van dezelfde rekeninghouder bij de instelling. Daarbij is in de gesprekken evenwel de kanttekening gemaakt dat de adequate werking van die functionaliteit berust op de vraag of die ene rekeninghouder hetzelfde klantidentificatienummer in de achterliggende administratie heeft.


5. De informatievoorziening aan klanten

Elke bank heeft een folder over valutering. Daarnaast is per bank op verschillende wijze vormgegeven aan ondersteunende communicatie voor klanten en voor personeel dat de klanten over dit onderwerp te woord staat. Zo is gebruik gemaakt van mailings, nieuwsbrieven, aanvullende inlegvellen enzovoorts. Als gevolg hiervan kan, in lijn met het oordeel van de Minister van Financiën in zijn brief3 over dit onderwerp aan de Tweede Kamer, geconcludeerd worden dat de informatievoorziening m.b.t. valutering voldoende is, in elk geval voor die klanten die hierin geïnteresseerd zijn. Daarnaast kan, onder verwijzing naar de bovenstaande paragraaf, ook gesteld worden dat de naleving hiervan, door het gebruik van geautomatiseerde systemen, optimaal gewaarborgd is.

Voor wat betreft de informatievoorziening m.b.t. verwerkingsduur van opdrachten c.q. doorlooptijden voor klanten dient zich een meer divers beeld aan. Daarbij is het van belang een onderscheid te maken tussen informatievoorziening vooraf (ex-ante) of na de betaling (ex-post). Bij de ex-ante informatie-verschaffing gaat het om het geven van een indicatie m.b.t. te verwachten doorlooptijden bij de uit te voeren transacties. De ex-post informatievoorziening betreft met name de informatie over de gedane transacties.

De ex-ante informatieverschaffing over de verwerkingsduur van betalingen loopt bij de verschillende instellingen uiteen. Slechts een enkele instelling heeft hierbij een aparte folder over dit onderwerp. Voor alle instellingen geldt echter dat zorggedragen wordt voor briefing en opleiding van het personeel dat de klantcontacten heeft. Desgevraagd zullen de klanten exacte informatie krijgen over de verwerkingsduur van opdrachten die binnen de instelling worden afgehandeld en een indicatie van de verwerkingsduur van opdrachten die naar een andere bank gaan. Een garantie op de bijboekingsdatum zal hierbij, gezien de verschillende verwerkingssystematieken van betrokken instellingen, bij de gewone overboekingen niet worden gegeven. Mocht de klant echter behoefte hebben aan een gegarandeerde en spoedige verwerking, dan mag verwacht worden dat het personeel de klant wijst op het bestaan van de (getarifeerde) spoedtransactie, met gegarandeerde verwerkingsduur.

In aanvulling op de genoemde briefings aan personeel heeft menige instelling de snellere doorlooptijd, te weten 1 dag sneller dan bij de handgeschreven opdracht, van moderne elektronische betaalvormen opgenomen in de schriftelijke communicatie (mailings, folders, nieuwsbrieven) aan de klant. Ook voor deze informatievoorziening geldt dat geen expliciete uitspraken of toezeggingen worden gedaan m.b.t. de totale of maximale doorlooptijd van een transactie indien daarbij een andere bank betrokken is.

Onder de ex-post beschikbare informatie bevat het rekeningafschrift van de klant de formele kennisgeving van de verwerking van de betalingsopdracht. Omdat vrijwel alle instellingen deze afschriften één of meer weken aanhouden alvorens tot verzending over te gaan, blijkt de klant in de praktijk vaak ook gebruik te maken van andere methoden om, via het opvragen van het saldo, te weten te komen of een transactie is uitgevoerd. Van deze mogelijkheid wordt veelvuldig gebruik gemaakt in de vorm van saldoinformatie door middel van geldautomaten, telebankierpakketten en voice-response systemen.

Voor de informatievoorziening aan klanten is voorts de frequentie van toezending van afschriften van belang. De meeste banken hebben het beleid dat dagafschriften standaard eenmaal per twee weken worden verstuurd (met, op verzoek, veelal de mogelijkheid van wekelijkse toezending zonder extra kosten). Alhoewel op het rekeningafschrift bij iedere afzonderlijke transactie een boekings- danwel valuta- of rentedatum wordt vermeld kan de datum van het dagafschrift, danwel de dag waarop het dagafschrift wordt ontvangen, door de klant worden ervaren als het moment waarop de opdracht is uitgevoerd.

Hoewel het niet eenvoudig is om voor de klantcontacten aan te geven welk deel betrekking heeft op het betalingsverkeer, geven de onderzochte banken aan op centraal niveau slechts weinig expliciete vragen en klachten te ontvangen m.b.t. de verwerkingsduur of valutering van betaalopdrachten. De indruk bestaat zelfs dat genoemde vraagstukken bij de gemiddelde klant eigenlijk niet spelen.


6. Het consumentenperspectief

Een in opdracht van de Consumentenbond uitgevoerd onderzoek naar het betaalgedrag van huishoudens (Swoka, 1996), wijst uit dat de dienstverlening van banken op dit gebied gewaardeerd wordt met een ruime 7 ½. Er is een grote mate van bankentrouw in de loop van de tijd. Voorts is men in het algemeen vrij positief over de gebruiksaspecten bij de overschrijving.

Uit diverse publikaties en ook in de gevoerde gesprekken is gebleken dat de dienst betalingsverkeer gezien kan worden als een dissatisfier. Dit betekent dat bij een goed funktionerend produkt daar door de klanten nauwelijks aandacht aan wordt besteed, maar dat ze alleen reageren als er iets mis gaat. Zolang er sprake is van een dienst zonder fouten is er voor de klant geen aanleiding om diep in te gaan op de precieze produktkenmerken. Gevolg is dat het beeld dat de klant heeft m.b.t. de produktkenmerken van de betaalrekening niet altijd overeenkomt met de werkelijke produktkenmerken. Zo bleek in het onderzoek van Swoka dat ruim één derde van de huishoudens het m.b.t. al dan niet valuteren, bij het verkeerde eind had. Evenzeer bleek uit ander onderzoek (Mulder, 1997) na de afschaffing van tarieven in het betalingsverkeer dat een substantieel deel van de klanten nog steeds veronderstelde getarifeerd te worden. Een en ander noopt dan ook tot voorzichtigheid bij het beoordelen van de door klanten ervaren kenmerken van het betalingsverkeer.

Voor wat betreft de inhoud van het Consumentenbond onderzoek van medio dit jaar geldt dat de 253 metingen betrekking hadden op het verschil tussen de afboekingsdatum en de bijboekingsdatum (de uitwisselingsduur) en het aspect valutering. Een scheiding naar uitwisselingsduur enerzijds en valutering anderzijds heeft daarbij niet plaatsgevonden. Voorts is slechts ten dele rekening gehouden met het effect van weekenden en feestdagen.

Wordt de door de Consumentenbond gepubliceerde tabel, voor zover mogelijk, gecorrigeerd aan de hand van de valuteringsgegevens van de banken en de effecten van feest- en weekenddagen, dan blijven de uitkomsten binnen de in tabel 1 geschetste maximale verwerkingsduur, met voor combinaties van individuele banken een verwerkingsduur die gerelateerd is aan de mate waarin hun verwerkingsprocessen qua systematiek op elkaar aansluiten. Voor toekomstig onderzoek lijkt het dan ook van belang om op het effect van weekenden en feestdagen te corrigeren. Daarnaast is van belang om, gegeven deze kenmerken van het betalingsverkeer, te zorgen dat de steekproefgrootte in het onderzoek voldoende groot is, opdat meer generaliserende uitspraken m.b.t. het betalingsverkeer van specifieke instellingen met een voldoende mate van betrouwbaarheid gedaan kunnen worden.


7. Conclusies

Uit het door de Nederlandsche Bank uitgevoerde onderzoek naar de (transparantie van) de verwerkingsduur van overboekingen en naar de (transparantie van) valutering kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

Begrippenkader

De begrippen doorlooptijd, verwerkingsduur, uitwisselingsduur, valutering, boekdatum, valutadatum, rentedatum worden door verschillende partijen op een eigen manier gedefinieerd en gebruikt, hetgeen verwarring blijkt te veroorzaken over de feitelijke gang van zaken.

Verwerkingsduur

De verwerkingsduur (de periode tussen het in bewerking nemen van een betalingsopdracht en de bijschrijving op de rekening van de begunstigde) wordt zowel bepaald door de wijze waarop de banken hun interne verwerkingsprocessen hebben georganiseerd als, bij interbancaire overboekingen, door de overeengekomen interbancaire procedures. Omdat genoemde verwerkingsprocedures per bank uiteenlopen is er geen standaard verwerkingsduur die voor iedere bank hetzelfde is.

Er zijn interbancaire afspraken gemaakt over de tijd die het interbancaire traject maximaal duurt. Dit leidt in de praktijk tot een maximale verwerkingsduur voor opdrachten van rekeninghouders, zoals aangegeven in tabel 1 in dit rapport.

In de praktijk van dit moment bedraagt de verwerkingsduur bij een binnenlandse interbancaire overboeking onder normale omstandigheden tussen de één en vier (bij uitzondering vijf) werkdagen. Dit betekent dat een in het weekend geposte opdracht nog diezelfde week zal zijn bijgeschreven bij de begunstigde, ongeacht bij welke bank de opdrachtgever en de begunstigde hun rekeningen aanhouden. Voor tijdens de week ingezonden opdrachten geldt dat een weekend-effect kan optreden. De klant kan, desgewenst, met dit gegeven bij het inzenden van zijn betalingsopdrachten rekening houden.

Valutering en naleving daarvan

Of, en in welke mate, wordt gevaluteerd is afhankelijk van het beleid van de individuele banken. Indien er wordt gevaluteerd liggen de valuteringsregels vast in geautomatiseerde systemen, hetgeen een optimale naleving waarborgt.

Informatievoorziening valutering

Ten aanzien van de informatieverschaffing aan klanten (transparantie) geldt dat alle banken sedert voorjaar 1999 een folder beschikbaar hebben waarin hun beleid met betrekking tot valutering wordt uiteengezet. Daarnaast is per bank op verschillende wijze vormgegeven aan ondersteunende communicatie voor klanten en voor personeel. Geconcludeerd kan worden dat de informatievoorziening over dit onderwerp voldoende is, in elk geval voor die klanten die hierin geïnteresseerd zijn.

Informatievoorziening verwerkingsduur

Voor de verwerkingsduur van betalingen binnen instellingen is voldoende ex-ante informatie inclusief foldermateriaal beschikbaar. Met betrekking tot de verwerkingsduur van betalingen tussen instellingen ontbreekt schriftelijk documentatiemateriaal. Op de noodzaak tot het, in aanvulling op de huidige bij banken beschikbare informatie, opstellen van additionele documentatie over de verwerkingsduur bij interbancaire overboekingen tussen specifieke instellingen, is in het verband van dit onderzoek niet uitputtend ingegaan. Aangezien banken regelmatig wijzigingen aanbrengen in de inrichting van verwerkingsprocessen, zou dit betekenen dit dat de nodige kosten gepaard gaan met het actueel houden van documentatie op dit gebied. Het beperkte aantal klachten en vragen m.b.t. genoemd onderwerp, zeker wanneer gerelateerd aan het aantal transacties en het beperkt en dalend aandeel van overschrijvingen in het betalingsverkeer, suggereert dat de kosten niet lijken op te wegen tegen de baten.

Uitgaande van de ex-post op de afschriften van de klanten voor een bepaalde opdracht vermelde informatie is het, in combinatie met de beschikbare valuteringsinformatie, mogelijk een schatting te maken van de feitelijke boekdatum van de af- en bijschrijving. Indien dit wordt gedaan voor het door de Consumentenbond uitgevoerde praktijkonderzoek, blijken de uitkomsten daarvan, indien ook gecorrigeerd voor feestdagen, overeen te komen met de bevindingen van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de maximale verwerkingsduur.


8. Aanbevelingen

* De bestaande afspraken voor de uitwisseling en vereffening van interbancaire betalingen leiden in de praktijk tot een maximum verwerkingsduur van vier (bij uitzondering vijf) werkdagen. De banken en hun representatieve organisatie wordt geadviseerd aan deze informatie meer publiciteit te geven teneinde de transparantie met betrekking tot de verwerkingsduur en de doorlooptijd te vergroten. Meer concreet zou bijvoorbeeld richting de consument kunnen worden aangegeven dat een in het weekend geposte opdracht nog voor het volgende weekend bijgeboekt is, ongeacht de betrokken bank.


* De transparantie ten aanzien van de feitelijke verwerkingsduur voor individuele betalingen is gebaat bij de vermelding van vergelijkbare informatie op de afschriften. Daartoe verdient het aanbeveling dat iedere bank op haar afschriften de bij een transactie behorende datumgegevens vermeldt. In dat kader is de boekingsdatum, dat wil zeggen de datum waarop de klant de beschikkingsmacht over het geld verkrijgt, het meest relevant.


* Voor de valuterende banken geldt dat de transparantie ten aanzien van de valutering van individuele betalingen, indien de valutadatum wordt bepaald op grond van gegevens die de klant niet kent, gebaat is bij afzonderlijke vermelding van deze valutadatum.

Waar de implementatie van de aanbevelingen neer zou komen op een ingrijpende aanpassing van het verwerkings- en uitvoerproces bij individuele banken, zou sprake kunnen zijn van een lange periode van voorbereiding, testen en invoering. Daarom lijkt het omwille van een zo efficiënt mogelijke implementatie aan te raden dergelijke aanpassingen, indien technisch mogelijk, te combineren met reeds geplande, soortgelijke aanpassingen.

Opgemerkt wordt tenslotte dat, aangezien de interbancaire verwerkingsstructuur de komende jaren vermoedelijk ingrijpende wijzigingen zal ondergaan, onder andere door de invoering van meer real-time en op bruto-vereffening geörienteerde verwerkingsprocessen, verdergaande aanbevelingen op dit moment niet opportuun worden geacht.

Amsterdam

November 1999

DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag


-

BGW 99/1781-M

5 augustus 1999

Onderwerp

Onderzoek Consumentenbond naar de verwerkingsduur van overboekingen bij banken, in relatie tot de gehanteerde valuteringsmethode

Sinds 1 april jongstleden verstrekt het Nederlandse bankwezen folders aan consumenten, waarin wordt toegelicht op welke wijze de banken valutering benutten als instrument ter dekking van de kosten van het betalingsverkeer. Achtergrond van deze zelfregulering van het bankwezen is de door mij nagestreefde transparantie van het betalingsverkeer, ten behoeve waarvan onlangs artikel 85a in de Wtk 1992 is opgenomen. In de brief die ik over dit onderwerp aan de Tweede Kamer heb gestuurd (brief van 31 mei 1999, BGW99/1254-M), heb ik aangegeven dat het voorlichtingsmateriaal van de banken in eerste instantie als voldoende werd beoordeeld, maar dat ik alert zou blijven op eventuele knelpunten ten aanzien van de feitelijk bereikte transparantie. Achtergrond hiervan was onder meer dat het voorlichtingsmateriaal destijds pas kort beschikbaar was, zodat een meer definitief oordeel nog niet kon worden gegeven. Ik heb in mijn brief tevens verwezen naar de Consumentenbond, die wellicht knelpunten zou kunnen signaleren in het kader van een onderzoek naar de feitelijke verwerkingsduur van overboekingen bij banken.

Inmiddels is gedurende enige maanden ervaring opgedaan met de valuteringsfolders, en zijn ook de eerste bevindingen gepubliceerd van het onderzoek door de Consumentenbond. Deze lijken erop te wijzen dat overboeking bij sommige banken in de praktijk een groter aantal dagen in beslag neemt dan de informatie in de valuteringsfolders doet vermoeden. Ofschoon de Consumentenbond aangeeft haar onderzoek nog niet te hebben afgerond, meen ik dat met deze voorlopige uitkomsten en de inmiddels opgedane ervaringen, voldoende materiaal beschikbaar moet zijn voor bredere evaluatie van de materie.

Tegen deze achtergrond heb ik aan DNB verzocht of zij - in het licht van de bijzondere aandacht die zij wenst te besteden aan de positie van de consument op de bancaire markt - een meer omvattende analyse wil maken van de verwerkingsduur van overboekingen, met bijzondere aandacht voor de door banken gehanteerde valuteringsmethoden, en de informatie die hierover wordt verstrekt in de valuteringsfolders. Doel van het onderzoek is na te gaan in hoeverre

de valuteringsfolders van banken daadwerkelijk bijdragen aan de nagestreefde transparantie van het betalingsverkeer. Mocht DNB op grond van haar onderzoek signaleren dat de nagestreefde transparantie (waaronder begrepen de naleving van wat banken publiceren) vooralsnog in onvoldoende mate wordt bereikt, dan luidt het verzoek tevens om

daarvan de achterliggende oorzaken in kaart te brengen, alsmede te adviseren over mogelijkheden om te bewerkstelligen dat de gewenste transparantie alsnog wordt gerealiseerd. Ik heb DNB verzocht om in haar onderzoek de opvattingen en ervaringen te betrekken van zowel het bankwezen als de Consumentenbond, en mij nog dit najaar verslag te doen van haar bevindingen. Zodra het onderzoek is afgerond, zal ik de Tweede Kamer ter zake nader informeren.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

Bijlage 2: Onderzoeksopzet

Uitgangspunten

De uitgangspunten bij het onderzoek zijn geweest:


- legitimiteit van valutering staat niet ter discussie,


- informatie verzamelen aan de hand van bronnenonderzoek en gesprekken,


- beperking tot het beschrijven van de situatie,


- deelname aan gesprekken op basis van vrijwilligheid,


- geaggregeerde rapportage van de resultaten,


- verificatie van conceptrapportage door gesprekspartners,

Vraagstelling

Naast een kwalitatieve en kwantitatieve inventarisatie van de kenmerken van het betalingsverkeer, is voor een drietal betaalstromen nagegaan:


- wat de verwerkingsduur is,


- wat over de verwerkingsduur aan consumenten gecommuniceerd wordt,


- of er hierbij sprake is van valutering,


- wat over valutering aan de consumenten gecommuniceerd wordt.

De onderzochte betaalstromen zijn: de overboeking, de pinbetaling en de elektronische overboeking door middel van telebankieren.

Gesprekken

De Bank heeft afzonderlijke gesprekken gevoerd met de Consumentenbond, de Nederlandse Vereniging van Banken, met zeven banken en met Interpay Nederland. De Consumentenbond is in het gesprek gevraagd om een toelichting te geven op de werkwijze met betrekking tot het onderzoek waarvan de eerste resultaten in de Consumenten Geldgids van juli/augustus zijn gepubliceerd. Met de Nederlandse Vereniging van Banken is gesproken omdat deze overkoepelende organisatie voor het bankwezen een coördinerende rol heeft gespeeld bij het opstellen van de bancaire folders over valutering die eerder dit jaar zijn gepubliceerd. Met de banken is overleg gevoerd omdat de uitwisselingsduur bij het verwerken van betalingsopdrachten de directe aanleiding vormde voor het verzoek van de Minister aan de Bank. De betrokken banken waren de zes banken die in het onderzoek van de Consumentenbond werden genoemd, te weten ABN AMRO, ING Bank, Postbank, Rabobank, SNS Bank en VSB Bank, alsmede, ter vergelijking, een bank die vooral buiten de Randstad opereert, de Frieslandbank. Het gesprek met Interpay tenslotte is gevoerd omdat deze organisatie als interbancair verwerkinginstituut een centrale rol speelt in de uitwisseling en vereffening van het betalingsverkeer waarbij meer dan één bank betrokken is.

Geraadpleegde literatuur

Aders, J.H.J., Marketing van betaaldiensten, Amsterdam, NIBE, 1984.

Advokaat, H.G., Have, J. van der and F.L. Pauwels, Retailbanking in Nederland, Amsterdam, NIBE, 1972.

Baggerman, A, Verhoeven, P.J.L en H.M.L. van Dijk, Betaalgedrag van huishoudens 1992-1993, Onderzoeksrapport 164, SWOKA, Amsterdam, 1994.

Mot, E.S., Cramer, J.S. en E.M. van der Gulik, De keuze van een betaalmiddel, Amsterdam, SEO, februari 1989.

Mulder, P, Particuliere klanten onwetend over afschaffen betaaltarieven, Bank en Effectenbedrijf, maart 1997, pp 24-25.

Peekel, M. en J.W. Veluwenkamp, Het girale betalingsverkeer in Nederland, Deventer, 1984.

Smink, C. / Dijk, H. van (co-autr) / Instituut voor Consumentenonderzoek (verantw), Betaalgedrag van huishoudens 1992-1993-1994-1996, SWOKA, 's-Gravenhage, 1996

Wolf, H. , Betalen via de Bank. Amsterdam: NIBE, 1983.

Bijlage 3: Interbancaire verwerkingsprocessen

In het begrippenkader (figuur 1) is aangegeven dat banken bij een betaling tussen klanten die bij een verschillende bank bankieren zowel transactie-informatie uitwisselen als de hieruit voortvloeiende vorderingen vereffenen. Hoewel in dit rapport niet ingegaan wordt op de details van deze processen, wordt een aantal belangrijke uitgangspunten en basisgegevens kort toegelicht.

Alhoewel iedere bank in de loop der tijd zijn eigen infrastructuur heeft ontwikkeld voor het uitvoeren van het betalingsverkeer van haar rekeninghouders hebben de banken in hun strijd om marktaandeel met de toenmalige Postcheque en Girodienst (PCGD) besloten tot de oprichting van een gezamenlijk verwerkingsinstituut, de BankGiroCentrale (BGC) tegenwoordig onderdeel van de Interpay organisatie, om de uitwisseling en de verevening van hun onderlinge betalingsverkeer zo efficient mogelijk te laten verlopen. Dit heeft geleid tot een zekere mate van standaardisatie; zo hebben de aan de BGC deelnemende banken gekozen voor een uniforme rekeningnummerstructuur. Daarnaast is reeds in de jaren zeventig onderkend dat uit maatschappelijk oogpunt ook het betalingsverkeer tussen de in de BGC samenwerkende banken en de Postbank, als opvolger van de PCGD, efficiënter moest worden ingericht. Daartoe zijn in het kader van het Nationaal Betalingscircuit (NBC) afspraken gemaakt die hebben geresulteerd in een versnelling van het overboekingsverkeer tussen de aan de BGC-verevening deelnemende banken en de PCGD (vanaf 1986: Postbank), het zogenoemde circuitoverschrijdende verkeer.

Bij deze NBC-afspraken, die nog steeds van kracht zijn, is uitgangspunt geweest dat de eigen kenmerken van de betaalsystemen van de verschillende partijen behouden konden blijven. Dit betekent dat er geen verplichting is tot harmonisatie van bijv uiteenlopende rekeningnummer-systemen (zevencijferig versus negencijferig), verwerkingsmethodes (vermelden van een omschrijving bij de betaling op het afschrift of door toezending van het origineel als bijlage), controlemethodes (controle op bestaan van rekeningnummer versus controle op juistheid van combinatie naam/nummer) of boekingstijdstippen (bijwerken van de saldi van rekeninghouders in de avond of in de nacht van de volgende dag). Het gevolg hiervan is evenwel dat een betaling van aan de BGC-verevening deelnemende banken naar de Postbank, of omgekeerd, door benodigde additionele werkzaamheden (naam-nummercontrole c.q. het bijtoetsen van informatie t.b.v. vermelding op rekeningafschriften) structureel meer tijd vergt dan een betaling tussen twee aan de BGC-verevening deelnemende banken. Overigens geldt ook voor betalingen tussen rekeninghouders bij aan de BGC-verevening deelnemende banken dat de verwerkingsduur bepaald wordt door werkwijzes en procedures die per bank uiteen lopen en die daarmee kunnen leiden tot verschillen in doorlooptijd van de overboeking.

Deel: ' Onderzoek DNB verwerkingsduur overboekingen en valutering '




Lees ook