Rode Kruis Vlaanderen

Persbericht

'De notie van totale oorlog wordt slechts door 3 % van de ondervraagden aanvaard'
en andere opmerkelijke resultaten van het wereldwijde onderzoek 'Mensen over oorlog' van het Rode Kruis

Vandaag zijn de resultaten gekend van het project 'Mensen over oorlog' dat het Internationale Rode Kruis lanceerde naar aanleiding van de
50ste verjaardag van de Verdragen van Genève van 1949. Het doel van dit project is een beter respect voor de fundamentele humanitaire principes te bereiken. Aan de basis lag een wereldwijde consultatie waarbij het Rode Kruis, zowel burgers als strijders, aan het woord liet over de grenzen in oorlogstijd en hen liet discussiëren over de redenen waarom deze regels niet worden nageleefd.

Het Internationale Rode Kruis nam hiervoor het consultatiebureau Greenberg Research onder de arm. De consultatie gebeurde aan de hand van persoonlijke interviews, groepsdiscussies en een algemeen publiek opinie-onderzoek per land. In totaal werden meer dan 20.000 mensen uit
12 verschillende landen gehoord.

De consultatie bracht een schat aan informatie op over de complexe dilemma's waarmee mensen worden geconfronteerd temidden van gewapende conflicten. Er werden landenrapporten opgesteld en de resultaten werden per thema belicht: het onderscheid tussen strijders en burgers in conflicten en de nood deze laatsten te beschermen, tussenkomst van de internationale gemeenschap in conflicten, het lot van gevangenen en het verbod op foltering, de bescherming van vrouwen en kinderen.

Enkele opmerkelijke resultaten van de enquête

Eén van de in het oog springende resultaten is dat burgers een groter gevaar lopen in hedendaagse conflicten. Voor burgers wordt het steeds moeilijker uit de vuurlinie te blijven en geen partij te kiezen in het conflict. Ze worden gerekruteerd en gedwongen mee te strijden of de strijd te ondersteunen. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Opvallend is nochtans dat slechts 1 % van de ondervraagden het aanvaardbaar vindt om kinderen onder de 15 de wapens te laten opnemen. De meest geciteerde leeftijd was 18.

Hoewel de mensen die deelnamen aan de consultatie ernstig hebben geleden onder de situatie in hun land, heerst toch een strenge overtuiging dat er limieten zijn in gewapende conflicten. De notie van totale oorlog wordt slechts door 3 % van de ondervraagden aanvaard. Twee derde verdedigt de stelling dat bij een aanval alleen strijders mogen worden geviseerd en burgers met rust moeten worden gelaten. Het ontzeggen van de toegang tot voedsel, water, medische verzorging... is onaanvaardbaar. Toch is er in alle landen waar de consultatie plaatsvond een belangrijke minderheid (1/4) die wel aanvaardt dat burgers in gevaar worden gebracht bij militaire aanvallen. Wanneer burgers vrijwillige steun bieden aan de strijders en meer betrokken raken bij het gewapend conflict, brokkelen de regels die hen bescherming bieden meer en meer af.

Van de strijders wordt 1 op 6 geconfronteerd met gevangenschap. De percentages in de Bezette en Autonome Gebieden (40 %), Afghanistan (35 %) en Somalië (26 %) liggen aanzienlijk hoger. De behandeling van gevangenen wordt over het algemeen als slecht ervaren, foltering is geen uitzondering. Nochtans spreekt een overgrote meerderheid zich uit voor het principe dat gevangengenomen strijders recht hebben op een behoorlijke behandeling. Het inlichten van de familie over hun gevangenschap is één van de belangrijkste elementen hierin (96 %). Opvallend is verder dat strijders niet datgene wat in hun directe omgeving gebeurt als het meest pijnlijk ervaren, wel het gebrek aan informatie over het lot van hun familieleden en woonplaats.


95 % van de ondervraagden is het erover eens dat, indien regels worden geschonden, de daders moeten worden gestraft. Dit blijkt vooral in landen die recent werden geconfronteerd met een conflict. Wat betreft de verantwoordelijkheid voor bestraffing gelooft een meerderheid dat de eigen regering, rechtbanken, politici... dit moeten afhandelen.

Een meerderheid van de ondervraagden gelooft dat de internationale vredestroepen een positieve impact hebben gehad op het conflict (51 %), 14 % vindt dat het een negatieve impact had, 27 % is van mening dat dit geen enkel verschil maakte. Twee derde spreekt zich uit voor meer interventie van de internationale gemeenschap ten voordele van de burgerbevolking. In landen waar de nationale overheid geen grote steun geniet is de steun voor meer interventie veel hoger dan gemiddeld.

De overtuiging dat ook in oorlogstijd grenzen bestaan komt vooral voort uit een notie van menselijke waardigheid, religie en traditie of een persoonlijke gedragscode. Verwijzigingen naar regels van internationaal recht of de Verdragen van Genève komt pas op de vierde plaats. Slechts 39 % van de ondervraagden zegt ooit over de Verdragen van Genève gehoord te hebben. Dit percentage neemt wel aanzienlijk toe in conflicten die geïnternationaliseerd zijn.

Onderzoek in niet-conflictgebieden

Voor de campagne 'Mensen over oorlog' stapte het Rode Kruis met dezelfde vragenlijst naar 5 staten die de laatste decennia gespaard zijn gebleven van de gevolgen van conflicten: de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zwitserland. Zo kon het Rode Kruis nagaan of de ideeën in verband met conflicten gedeeld worden door mensen met en zonder directe conflictervaring.

In deze landen is er overal een belangrijke meerderheid die zegt dat strijders burgers in de mate van het mogelijke moeten ontzien. Deze overtuiging steunt hier vooral op mensenrechtenprincipes en persoonlijke code. Over de behandeling van gevangenen zijn de meningen verdeeld: een derde van de ondervraagden in de Verenigde Staten en in conflictgebieden verzetten zich niet tegen foltering van gevangenen. De kennis van de Verdragen van Genève is veel beter in de 5 niet- conflictlanden (tot 2/3). Daartegenover staat dat het vertrouwen in deze verdragen, als methoden om de escalatie van geweld in conflicten te beperken, groter is in de conflictgebieden.

De resultaten van 'Mensen over oorlog' kan je inkijken op de speciaal hiervoor gecreëerde website www.onwar.org.

Brussel, 10 november 1999

Deel: ' Onderzoek 'Mensen over oorlog' van het Rode Kruis '




Lees ook