Erasmus Universiteit Rotterdam

18 november 1999

Onderzoek naar effectiviteit overheidsbeleid basisonderwijs

De doelstellingen van landelijk onderwijsbeleid hebben vaak een hoog ambitieniveau.
Onderwijsbeleid kan echter pas goed worden uitgevoerd indien ambities en de randvoorwaarden goed op elkaar zijn afgestemd. Voor de uitvoering is de overheid aangewezen op de medewerking van schoolbesturen, directies en leerkrachten. Dit draagvlak voor het beleid is een belangrijke voorwaarde voor effectiviteit. Het PRINT/Comenius-project (voor bevordering computergebruik) bijvoorbeeld heeft niet op alle basisscholen tot dezelfde mate tot de inzet van computers geleid omdat onder meer de medewerking per school verschilde. Het onderzoek van Margot Oomens richtte zich met name op het basisonderwijs. Zij promoveert op donderdag 18 november 1999 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift Effectiviteit van onderwijsbeleid.

Centraal in het onderzoek staat de vraag naar factoren die van invloed zijn op de effectiviteit van onderwijsbeleid van de Nederlandse rijksoverheid gericht op het basisonderwijs.

Mevrouw Oomens is te rade gegaan bij tal van deskundigen, waaronder kamerleden, topambtenaren van OC&W, wetenschappers en leden van de Inspectie van het Onderwijs. De gegevens van de interviews zijn gebruikt om theoretische verklaringen toe te spitsen op het onderwijsveld. Deze verklaringen zijn toegepast op drie concrete beleidsprojecten: het PRINT/Comenius-project, het Instandhoudingsbeleid 1988 en Toerusting en bereikbaarheid. Voor elk van de drie beleidsprojecten is onderzocht in welke mate de doelstellingen ervan bereikt zijn en hoe de gerealiseerde mate van doelbereiking te verklaren is.

Het PRINT/Comenius-project heeft niet op alle basisscholen tot dezelfde mate van computergebruik geleid. De verschillen tussen scholen worden onder meer verklaard door de
leerling/computer-verhouding de bekwaamheden van het personeel en de mate waarin computergebruik volgens hen nuttig is.

Met name de computerkennis en vaardigheden van het personeel speelde een cruciale rol. Vergroting van deze bekwaamheden vraagt meer dan nascholing en ondersteuning. Het is onder meer van belang dat leerkrachten de tijd krijgen om zich de nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken.

Bij de overige door de promovenda onderzochte beleidsplannen bleek het plan Toerusting en bereikbaarheid in sterkere mate te zijn gerealiseerd dan het plan Instandhoudingsbeleid 1988. Een reden voor dit verschil is onder meer gelegen in het lagere ambitieniveau van de doelstellingen van het eerste project.

Deel: ' Onderzoek naar effectiviteit overheidsbeleid basisonderwijs '




Lees ook