BERICHT

Aan: Internetredacties & -journalisten, -nieuwsdiensten Nederland Betreft: Onderzoek "Internetjournalistiek in Nederland" Inhoud: Eerste rapportage surveyresultaten
Van: Mark Deuze, Amsterdam School of Communications Research ASCoR

Internetjournalisten in Nederland

Uit de survey onder Internetjournalisten in Nederland, gehouden gedurende augustus en september 1999, komt een beeld naar voren van een groep hoog opgeleide professionals, zich zeer bewust van het publieksgerichte karakter van het medium Internet en met een hoopvol oog gericht op de toekomst en de 'volwassenwording' van het beroep 'online journalist'. Dit is het resultaat van een eerste, voorlopige analyse van de eerste fase van het onderzoek "Internetjournalistiek in Nederland", uitgevoerd bij ASCoR.

In totaal 133 e-mail adressen van Internetjournalisten en -redacties, zoals deze op het Web te vinden waren , werden aangeschreven met het verzoek een uitgebreid vragenformulier in te vullen op een speciaal daarvoor gebouwde Website van het Anton Dreesman Instituut in samenwerking met ASCoR. Hiermee werden naar schatting 155 Internetjournalisten daadwerkelijk bereikt (de percentages hierna genoemd zijn afgerond en niet gecorrigeerd). In totaal 64 Journalisten gaven daadwerkelijk gevolg aan deze oproep; 30 journalisten van online dagbladen (47%), 13 van de omroep (20%), 4 van de tijdschriftsector (6%) en 17 van zogenaamde 'online only' journalistieke publikaties zoals ISP's en e-zines (27%). Deze percentages kunnen als representatief voor de Nederlandse journalistieke aanwezigheid (in termen van redactionele inhoud) op het World Wide Web (WWW) worden beschouwd.

De antwoorden van deze groep journalisten staan de volgende voorlopige constateringen toe:


- Men is hoog opgeleid: bijna 90% heeft een opleiding op HBO- of WO-niveau, waarvan 81% deze opleiding daadwerkelijk afrondde;


- De man/vrouw verdeling is toch nog teleurstellend ongelijk: 66% man, 33% vrouw;


- De leeftijd van de journalisten is verrassend conform het algemene beeld van 'de journalist' als typische dertiger: 52% valt in de categorie 26-35 jaar, 11% in de groep 16-25 jaar en 30% klikte op de categorie 36-45, hetgeen tegen de verwachtingen komende uit onderzoek in andere landen in gaat, daar waar de groep Netjournalisten eerder uit jongeren lijkt te bestaan;


- 37% van de journalisten werkt langer dan 5 jaar in het vak, waarmee aangenomen mag worden dat de meeste Internetjournalisten nog betrekkelijk weinig 'andere' journalistieke ervaring hadden toen zij voor het medium Internet kozen;


- 35% van de respondenten noemt online journalistiek als persoonlijke specialisatie tegenover 24% geen specialisatie en 24% dagbladjournalistiek, dit ondanks het gegeven dat gemiddeld de helft van alle journalisten zichzelf specifiek 'online journalist' noemt bij de vraag welke professionele 'titel' het beste bij hun zou passen;


- Maar liefst 78% van alle respondenten ziet de online journalistiek als een zich afzonderlijk en professioneel ontwikkelende tak van journalistiek, slechts 13% was het met deze stelling niet eens;


- Opvallend is, dat ondanks het feit dat specifieke opleidingen voor de Internetjournalist in ons land nog nagenoeg ontbreken, 35% van de journalisten aangeeft toch al een speciale cursus of opleiding gevolgd te hebben voor het vak; daarbij geeft 91% aan dat het aanleren en ontwikkelen van nieuwe technologische vaardigheden een noodzakelijke voorwaarde voor de online journalist is, hetgeen de wenselijkheid voor een dergelijke opleiding dan wel afstudeerrichting voor Internetjournalist in ons land onderstreept;


- De dagelijkse werkzaamheden lijken vooral te bestaan uit het lezen en beantwoorden van email, het zoeken en selecteren van informatie op het WWW en het bewerken van teksten voor de Interneteditie, daarentegen lijken puur technische of organisatorische taken minder deel uit te maken van het werk;


- Menigeen is het er over eens dat originele inhoud (dat wil zeggen inhoud specifiek dan wel uitsluitend geproduceerd voor het Web) de sterkte en het gehalte van Internetjournalistiek bepaalt: een kwart van de respondenten zegt (over het medium waarvoor zij werkzaam zijn) geen originele inhoud te produceren, de helft produceert minder dan 50% orginele inhoud en het laatste kwart produceert maar liefst 100% aan origineel materiaal;


- Opvallend is ook dat 77% van de respondent aangeeft fulltime als Internetjournalist te werken (tegen 17% parttime en 6% freelance);


- De gemiddelde Internetredactie bestaat op dit moment uit vier journalisten;


- Opmerkelijk is dat 44% van de journalisten die voor de Webedities van 'traditionele' media werken hun taken moeten verdelen tussen de reguliere editie en de online versie;


- Ook opmerkelijk is het hoge percentage journalisten die aangeven (tot op zekere hoogte) vrij te zijn in het nemen van redactionele beslissingen voor de online editie: 95%;


- De meeste omroepjournalisten die voor de Webedities werken, doen dit veelal in een gescheiden ruimte of zelfs gebouw (92%); bij kranten ligt dit percentage op 35%, hetgeen aansluit bij de ervaringen in andere landen zoals Engeland en de Verenigde Staten, waar in de vakliteratuur algemeen wordt erkend dat een geïntegreerde redactie beter werkt dan een gescheiden redactie;


- Tot slot is het opvallend dat de respondenten bijna unaniem vinden dat het je als Internetjournalist richten op een divers publiek, het bieden van een forum voor de uitwisseling van (nieuwe) ideeën en het opbouwen van een (virtuele) gemeenschap met dit publiek tot de belangrijkste rollen van de online journalist behoren, naast het aloude adagio van het nieuws zo snel mogelijk naar het publiek brengen; een dergelijke sterke publieksorientatie onderscheidt de (Nederlandse) Internetjournalist van uitspraken van collega's in de traditionele media in andere landen, waar vergelijkbaar onderzoek is gedaan.

Nogmaals moet hier benadrukt worden dat het hier om een voorlopige en onvolledige rapportage gaat. Een beter beeld zal worden verkregen na vergelijking en correctie van deze gegevens met data uit andere landen en de gegevens komende uit het nog bij ASCoR lopende onderzoek onder de gehele journalistieke beroepsgroep in Nederland. Daarnaast moet uit diepte-interviews en verder onderzoek blijken in hoeverre de journalisten dezelfde definities voor bepaalde kernbegrippen hanteren, zoals bijvoorbeeld 'originele inhoud', 'online journalist' of 'technische taken'; hiermee dient terdege rekening gehouden te worden om al te verregaande conclusies over de uitkomsten van dit onderzoek te voorkomen.

Voor meer informatie en toelichting bent U van harte welkom contact op te nemen met de verantwoordelijk onderzoeker Mark Deuze. Een uitgewerkt rapport over het onderzoek verschijnt medio 2000 in een speciale editie van De Journalist en wordt in verkorte vorm op 23 maart gepresenteerd tijdens een congres van de Universiteit Twente/TCW. Het volledige project verschijnt september 2001 als onderdeel van het proefschrift "Journalistiek in Nederland" bij ASCoR, als onderzoeksinstituut verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam.

De onderzoekers, Christina Dimoudi en Mark Deuze, willen U hierbij hartelijk bedanken voor Uw geduld en medewerking aan dit belangrijke en unieke onderzoek.

Met vriendelijke groet


______________________________________________________

Mark Deuze
Amsterdam School of Communications Research ASCoR
Oude Hoogstraat 24
1012 CE Amsterdam

mailto:deuze@pscw.uva.nl
Telefoon: 020-5253750
Website: http://home.pscw.uva.nl/deuze

______________________________________________________

Deel: ' Onderzoek naar Internetjournalistiek in Nederland '




Lees ook