Nederlands Instituut voor Ecologie


Persbericht, 18 november 2014

Over link vogelgriep en trekvogels vooral nog veel onduidelijk: onderzoek naar feiten hard nodig

Het is nog niet bewezen dat trekvogels de verspreiders zijn van de vogelgriep bij de huidige uitbraken in West-Europa. Toch duikt dit nu al als 'feit' op in de huidige discussie. "Het is in ieders belang om de verspreiding van vogelgriep echt goed uit te zoeken, en niet alleen bij de huidige gevallen. Anders kunnen er ook geen effectieve beschermende maatregelen genomen worden," zegt hoofd Vogeltrekstation Henk van der Jeugd van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

Trekvogels zijn een makkelijke zondebok. Ze trekken de hele wereld over en lijken de 'ideale kandidaat' voor de rol van vogelgriep-verspreider. Daarbij wordt vaak voorbij gegaan aan andere mogelijkheden. "Er is vooral nog veel onduidelijk over de verspreiding van vogelgriep en de besmettingsroutes bij pluimveebedrijven," aldus Van der Jeugd. Wat weten we? En vooral: wat weten we nog niet en moeten we nog uitzoeken?

Trekvogels: kan wel, hoeft niet
Onder wilde vogels zijn het vooral de watervogels zoals eenden, ganzen, zwanen, steltlopers en meeuwen die vogelgriep bij zich kunnen dragen. Een deel van deze soorten is trekvogel. Trekvogels zouden dus een rol kunnen spelen in de verspreiding van het virus. Maar dat wil niet zeggen dat trekvogels altijd de bron zijn van een vogelgriep-uitbraak. Omgekeerd kunnen tamme vogels ook wilde vogels besmetten.

Er is dus zorgvuldig onderzoek nodig. Een voorbeeld. Vorige maand werden de resultaten van NIOO-onderzoek bij wilde eenden - een van de soorten die het vaakst vogelgriep dragen - bekend. Deze laten zien dat trekkende wilde eenden waarschijnlijk pas in Nederland besmet raakten met vogelgriep en dus niet het virus invoerden in ons land. De grote najaarspiek valt wel samen met de aankomst van trekvogels, maar de trekkende eenden brengen het vogelgriepvirus waarschijnlijk niet mee. Ze lijken vooral vatbaarder voor de al in Nederland rondwarende virussen dan de Nederlandse eenden.

In dat geval waren het dus waarschijnlijk niet de trekvogels. Daarom moeten we voorzichtig zijn met algemene conclusies.

De ene vogelgriep is de andere niet
Er zijn vele subtypes van de vogelgriep: de H-tjes en de N-tjes. Sommige subtypes zijn heel algemeen, andere zijn zeldzamer. En allemaal vertonen ze een eigen dynamiek waarbij seizoenspatronen maar ook langjarige cycli in het voorkomen bij wilde vogels worden waargenomen. Dat maakt het ook moeilijk om één duidelijke conclusie te trekken. Bij de wilde eenden-studie van het NIOO ging het bijvoorbeeld om een ander subtype van de vogelgriep dan bij de uitbraak in Hekendorp. Het huidige subtype is pas in januari 2014 in Korea aangetroffen en werd niet eerder in Europa gezien. Dat maakt een lokale bron weer minder waarschijnlijk.

De huidige uitbraken: kleine zwaan de zondebok?
In Azië bleken een paar kleine zwanen een vogelgriep-virus bij zich te dragen dat overeenkomt met eerdere uitbraken in Zuid-Korea (H5N8). De kleine zwaan komt ook voor in Nederland, maar trekt niet uit Zuidoost Azië naar ons land. Zo'n trekroute bestaat überhaupt niet. Alleen via indirecte routes, contact van trekvogels uit verschillende streken op gezamenlijke stopplekken of broedgebieden, zou dit dan overgebracht moeten worden. Maar bijvoorbeeld in Yorkshire in Engeland, waar nu ook een uitbraak is bij een bedrijf, zijn er eigenlijk geen kleine zwanen te vinden. Dat is geen overwinteringsgebied meer van deze soort. Netto dus een niet al te waarschijnlijke route. Kortom: hoe zit het nu echt met de verspreiding van vogelgriep?

Als trekvogels een rol hebben gespeeld bij de huidige uitbraak dan is het veel waarschijnlijker dat het virus door een andere soort, en mogelijk meer dan één soort, hink-stap-sprong naar Nederland is gebracht. En als trekvogels het virus hebben binnengebracht, zouden we het nu moeten kunnen vinden in wilde vogels rondom het getroffen bedrijf.

Monitoren en onderzoeken
Het Vogeltrekstation van het NIOO wil de feiten verder onderzoeken rond vogelgriep en trekvogels. Monitoring van het vóórkomen van de virussen (met het Erasmus MC) en daarnaast onderzoek naar de bewegingspatronen van wilde vogels zijn nodig. Dit moet in samenwerking tussen virologen en ecologen plaatsvinden. Een eerste onderzoeksvoorstel is deze zomer al ter beoordeling voor financiering ingediend. Hierbij zullen eenden die in arctische gebieden broeden en lange afstanden af kunnen leggen precies gevolgd worden op hun trekroute - naast het vaststellen van de aanwezigheid van diverse virussen.
---
Het NIOO is met ruim 300 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het zoete water en het land. Sinds 2011 is het gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen.

Deel: ' Onduidelijkheid over link vogelgriep en trekvogels '




Lees ook