SER


27 januari 1999

ONTWERPADVIES OVER ONVERZEKERBARE RISICO'S

In het ontwerpadvies onverzekerbare risico's buigt de SER-Commissie Sociale Zekerheid zich over de positie van personen met een gezondheidshandicap die in het bijzonder het Anw-hiaat of het WAO-hiaat(1) willen verzekeren. Waar gezonde mensen dergelijke verzekeringen in het algemeen kunnen afsluiten, kunnen personen met gezondheidsproblemen namelijk te maken krijgen met belemmeringen. Over hoeveel personen het hierbij kan gaan, kan op dit moment echter niet worden vastgesteld.

De commissie heeft zich afgevraagd of (en zo ja in hoeverre) genoemde hiaten ook voor personen met gezondheidsproblemen verzekerbaar zouden moeten zijn op de particuliere markt. Zij wijst daarbij op initiatieven van met name verzekeraars om de toegankelijkheid van Anw- of WAO-hiaatverzekeringen te vergroten. Daarbij gaat het om collectieve regelingen, waarmee ook personen met een gezondheidshandicap zich zonder medische selectie kunnen verzekeren.

Een deel van de commissie vindt het wenselijk dat de overheid deze zelfregulering stimuleert en zo nodig het beleid ter zake van onverzekerbare risico's intensiveert. Een ander deel van de commissie denkt hier anders over. Het ziet thans geen aanleiding voor een intensivering van het overheidsbeleid.

Dat staat in een ontwerpadvies(2) dat de raad op vrijdag 26 februari 1999 zal bespreken. De Commissie Sociale Zekerheid heeft het ontwerpadvies opgesteld onder voorzitterschap van prof.dr. A.H.J. Kolnaar. Aanleiding is een adviesaanvraag van 16 maart 1998 van de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het vraagstuk van onverzekerbare risico's.

Weinig gegevens
De thans beschikbare gegevens over het vraagstuk van onverzekerbaarheid, zoals dit zich in de praktijk voordoet, bieden maar in beperkte mate informatie. Wel wordt duidelijk dat vooral personen met gezondheidsproblemen bij het afsluiten van een verzekering tegen het risico van overlijden en arbeidsongeschiktheid te maken kunnen krijgen met verzekeringsbelemmeringen (zoals: weigering van de verzekering, een verhoogde premie of uitsluitingen).

Met name kan dit aan de orde zijn bij verzekeringen die de hiaten als gevolg van recente wijzigingen van de wettelijke nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen dekken, te weten de verzekering van het Anw- of het WAO-hiaat. Het ontwerpadvies is in het bijzonder op deze verzekeringen gericht.

Omdat deze hiaten het gevolg zijn van keuzes van de wetgever, heeft de commissie nadrukkelijk stilgestaan bij de vraag of verzekering van dergelijke hiaten wel wenselijk is. De conclusie is dat dit afhangt van diverse factoren.

Vergroting verzekerbaarheid Anw- en WAO-hiaat via zelfregulering De commissie stelt vast dat er diverse mogelijkheden zijn om de verzekerbaarheid van de genoemde hiaten te verbeteren. Daarbij dient de keuze voor een bepaalde oplossingsrichting in een evenwichtige verhouding te staan tot de aard en omvang van de individuele verzekeringsproblemen. In dit verband acht de commissie het van betekenis dat het WAO-hiaat inmiddels voor het merendeel van de werknemers met gezondheidsproblemen is afgedekt, doordat zij vallen onder een collectieve regeling in het kader van de arbeidsrelatie.

Intensivering overheidsbeleid wenselijk?
De vraag of thans - in aanvulling op dergelijke zelfregulering - een intensivering van het overheidsbeleid ter zake van onverzekerbare risico's wenselijk is, wordt binnen de commissie verschillend beantwoord.

Een deel van de commissie komt tot de conclusie dat een vergroting van de verzekerbaarheid van het Anw- en WAO-hiaat wenselijk is. Dit dient zo nodig gepaard te gaan met een intensivering van het overheidsbeleid inzake onverzekerbare risico's.

Wat het Anw-hiaat betreft, wijst het onder meer op de situatie waarin de nabestaande met een of meer kinderen komt te verkeren wanneer het (jongste) kind 18 jaar wordt. Op dat moment eindigt namelijk de Anw-uitkering.

De overheid zou de zelfregulering kunnen bevorderen, bijvoorbeeld door verzekeraars te stimuleren (binnen het kader van het mededingingsrecht) een gemeenschappelijk beleid te voeren gericht op een verdere vermindering van verzekeringsbelemmeringen. Denkbaar is verder de oprichting van een waarborgfonds, in overleg met en gesteund door de overheid. Als dit beleid geen of onvoldoende vruchten afwerpt, moeten verdergaande maatregelen worden overwogen, bijvoorbeeld in de sfeer van de reeds bestaande Anw-overgangsregeling voor personen met gezondheidsproblemen.

Wat het WAO-hiaat betreft, meent dit deel dat voor zover werknemers niet in de gelegenheid zijn hiervoor een dekking te krijgen, openstelling van het bestaande waarborgfonds (het zogeheten MAAV-waarborgfonds) overweging verdient. Wel zou de financiering aanpassing behoeven.

Een ander deel van de commissie komt tot de conclusie dat er thans geen aanleiding is voor een intensivering van het overheidsbeleid inzake onverzekerbare risico's. Ook de beschikbare gegevens over onverzekerbare risico's bieden thans onvoldoende basis om hieraan beleidsconsequenties te verbinden.

Wat het WAO-hiaat betreft wijst dit deel erop dat het merendeel van de werknemers met gezondheidsproblemen hiervoor desgewenst een dekking kan realiseren. Het heeft er verder vertrouwen in dat de verzekerbaarheid van dit hiaat door zelfregulering nog verder zal toenemen.

Ten aanzien van het Anw-hiaat acht dit deel van de commissie het van belang dat de wetgever sinds de inwerkingtreding van de Anw (1 juli 1996) reeds diverse malen maatregelen heeft getroffen om tegemoet te komen aan verzekeringsbelemmeringen van personen met gezondheidsproblemen. Deze maatregelen zullen nog op hun effectiviteit moeten worden bezien in het kader van de voor 2001 voorgenomen evaluatie. Dit deel vindt het wenselijk eerst de resultaten hiervan af te wachten.

Deel: ' Ontwerpadvies over onverzekerbare risico's '




Lees ook