expostbus51


MINISTERIE SZW

https://www.minszw.nl

MIN SZW: ontwikkelingen rond wet flexibiliteit

Nr. 99/75
29 april 1999

Ontwikkelingen rond Wet flexibiliteit en zekerheid worden nauwlettend gevolgd

Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben tot nu toe alert gereageerd op niet voorziene gevolgen van de Wet flexibiliteit en zekerheid. Op grond van schattingen van werkgevers trekken onderzoekers van TNO Arbeid en Research voor Beleid de conclusie dat tot nu toe ongeveer 80.000 flexwerknemers profijt hebben van de wet en dat circa 45.000 flexwerknemers negatieve gevolgen hebben ondervonden. Er zijn in ons land ongeveer 1 miljoen flexwerknemers.

Dit blijkt uit het onderzoek 'Eerste ervaringen met de Wet flexibiliteit', dat minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer gaat minister de Vries nader in op het onderzoek. Hij is met de onderzoekers van mening dat de problemen in de praktijk met de Wet flexibiliteit en zekerheid beperkt zijn en dat deze geen aanleiding zijn om het beleid bij te stellen. De uitkomsten van het onderzoek bieden een globale indicatie van de eerste gevolgen, twee maanden nadat de wet van kracht is geworden. Minister de Vries geeft aan ongewenste effecten van de wet op individuele werkgevers en werknemers serieus te nemen en ziet dan ook uitdrukkelijk aanleiding om de ervaringen met de wet in de praktijk nauwlettend te blijven volgen. Waar de uitwerking van de wet ongewenste gevolgen heeft, moeten de organisaties van (uitzend)werkgevers en -werknemers en de overheid gezamenlijk een oplossing zoeken. Over een jaar zal opnieuw onderzoek worden gedaan om de meer structurele effecten van de wet in kaart te brengen.

Het onderzoek vloeit voort uit een toezegging van de bewindsman dat de Kamer in april wordt geïnformeerd over de eerste ervaringen met de Wet flexibiliteit en zekerheid. Deze wet, die belangrijke veranderingen aanbrengt in het arbeidsrecht, is op 1 januari van dit jaar van kracht geworden.
TNO Arbeid en Research voor Beleid hebben op verzoek van het ministerie van SZW ongeveer 1300 (uitzend)werkgevers en zo.n 1500 flexwerknemers (onder wie bijna 1100 uitzendkrachten) gevraagd naar hun eerste ervaringen met de Wet flexibiliteit en zekerheid.

Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de ondervraagde werkgevers (47%) een negatief oordeel heeft over de wet, één op de drie werkgevers is positief over de wet en één op de vijf heeft er geen mening over. Veel werkgevers vinden de wet ingewikkeld, klagen onder meer over de administratieve lasten en over het feit dat nog weinig cao.s zijn aangepast aan de nieuwe wet. Werkgevers die een positief oordeel hebben noemen onder meer de duidelijkheid die de wet schept, de mogelijkheid om de wet verder uit te werken in cao.s en het sindsdien bewuster omgaan met personeel.

De onderzoekers constateren verder dat zich vlak voor en na de invoering van de nieuwe wet ongewenste neveneffecten hebben voorgedaan, maar dat dat vooral geldt voor een beperkt aantal sectoren die veel gebruik maken van oproepkrachten zoals de zorgsector, de handel en de horeca. In deze sectoren heeft de wet ertoe geleid dat enkele duizenden oproepkrachten niet langer worden opgeroepen of door werkgevers zijn doorverwezen naar een uitzendbureau.

Het onderzoek wijst verder uit dat de Wet flexibiliteit en zekerheid redelijk goed bekend is bij de (uitzend)werkgevers: 2 op de 3 uitzendwerkgevers zegt goed tot zeer goed op de hoogte te zijn van de wet. Voor de rest van de ondervraagde werkgevers geldt dat voor 7 van de 10. Deze bekendheid geldt ook voor bepaalde onderdelen van de wet, zoals de bepalingen over opeenvolgende tijdelijke contracten die in een aantal gevallen uitmonden in een vast dienstverband en over de minimumbetaling van drie uur loon per oproep.
Van de ondervraagde uitzendkrachten is 64% op de hoogte van het bestaan en de inhoud van de nieuwe wet en 75% van de resterende flexwerkers.

Werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen de Wet flexibiliteit en zekerheid op maat maken door aparte cao-afspraken te maken. De wet biedt beide partijen namelijk de mogelijkheid met dergelijke afspraken af te wijken van een aantal wettelijke bepalingen. De bewindsman wijst er in dit verband op dat dat tot nu toe nog maar in een beperkt aantal nieuwe cao.s is gebeurd. Veel collectieve arbeidsovereenkomsten hebben een looptijd van twee jaar en zijn nog niet vernieuwd.

Ook de voorlichting over de nieuwe wet blijft een punt van aandacht. Het ministerie van SZW zal met de organisaties van werkgevers, werknemers en uitzendbureaus overleggen hoe ook in de toekomst voorlichtingsactiviteiten kunnen worden afgestemd en ondersteund. Een bijzonder punt van aandacht hierbij is het activeren van de (uitzend)werkgevers tot nu toe niets hebben gedaan aan voorlichting van hun werknemers over de Wet flexibiliteit en zekerheid.

29 apr 99 11:15

Deel: ' Ontwikkelingen Wet flexibiliteit nauwlettend gevolgd '




Lees ook