VVD



Nieuws

8 mrt 2004 - Open brief aan burgemeester
Job Cohen

VVD kamerlid Ayaan Hirsi Ali schrijft in dagblad Trouw een open brief aan burgemeester Job Cohen

Zeer geachte heer Cohen,
"urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Met uw stelling dat de islamitische minderheden in Nederland kunnen integreren via hun religie, maakt u een grote en fundamentele fout. Sinds uw Cleveringalezing in 2002 hebben steeds meer mensen tegen u gezegd dat uw stelling onjuist is, maar u volhardt in uw ongelijk. Vorige week vrijdag heeft de Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur in het tv-programma B&W opnieuw geprobeerd u op andere gedachten te brengen. Tevergeefs.

U beseft onvoldoende hoe ernstig u zich vergist. En dat is erg jammer want u bent een sympathieke en betrokken man. Maar uw redeneringen bevatten een aantal veronderstellingen die niet kloppen.

U zei in dat tv-programma: Ik gebruik de moskeeën om de integratie te laten slagen. Met die uitspraak toonde u het klassieke pragmatische denken van een Nederlands politiek bestuurder. U wilt dat de individuele moslims integreren in uw stad. Dat ze de taal spreken, werk hebben, zich verdraagzaam opstellen tegen Joden, christenen en andersdenkenden, dat ze uw gezag als bestuurder aanvaarden, de rechten van homo's en vrouwen respecteren en zich aan de wet houden. De moskeebestuurders en imams denken over een aantal van deze zaken hetzelfde als u. Ook zij willen dat moslims hier de taal spreken, werk hebben en geen overlast veroorzaken. Die dingen behoren immers tot de praktische vereisten van het samenleven.

Over de andere, meer principiële zaken denken ze misschien anders dan u. U bent atheïst en dat zegt u ook steeds weer. Maar de imams en moskeebestuurders geloven in Allah en trachten zijn wetten te gehoorzamen. U hoopt dat de moslims en u elkaar kunnen vinden in pragmatische overwegingen. In de Nederlandse politiek is dat de beproefde weg. In de Tweede Kamer maak ik die opvatting over besturen dagelijks mee. Hoewel de VVD en het CDA principieel misschien nooit tot elkaar zullen komen, doen ze zaken op de gebieden waar ze elkaar praktisch kunnen vinden. Zo ging het ook met PvdA en VVD in Paars I en Paars II (toen u staatssecretaris was). Zo is het altijd gegaan in de Nederlandse politiek. Een goede bestuurder is iemand die dat spel doorheeft en het goed speelt.

Maar u moet niet vergeten dat deze consensuspolitiek alleen goed werkt wanneer alle betrokken partijen het eens zijn over het pragmatische uitgangspunt ervan. De ware moslims, dat wil zeggen de moslims die de moeite nemen om de burgers van Nederland eraan te herinneren dat zij moslim zijn en als moslim leven, komen niet voort uit deze consensuscultuur. Zij hebben een heel andere agenda en die staat haaks op uw verwachtingen van integratie.

Heeft u ooit de moeite genomen om zich te verplaatsen in de ware moslim, dat wil zeggen de orthodoxe moslim, en zijn perspectief op de integratiewens van de Nederlandse politiek?

Waarin moeten moslims integreren? In een seculiere, geindividualiseerde samenleving. In een democratische rechtsstaat die tot stand is gebracht en onderhouden wordt door stervelingen, niet door een God. In een samenleving waarin mannen, vrouwen, hetero's en homo's gelijke rechten en plichten hebben. Een samenleving waarbij ouders trachten hun kinderen - zowel meisjes als jongens - op te voeden tot zelfstandige individuen die na hun achttiende levensjaar verantwoordelijke burgers zijn.

De aanhangers van de islam die het voor het zeggen hebben in de moskeeën hebben diametraal tegenovergestelde opvattingen. Zij zijn ervan overtuigd dat de gemeenschap van gelovigen (de oemma) alles is en het individu niets. Dat de hoogste macht aan Allah toekomt en niet aan de rechtsstaat. Dat elke moslim dient te leven naar het voorbeeld van de profeet Mohammed. En volgens dit voorbeeld is homoseksualiteit een ernstige zonde, zijn vrouwen ondergeschikt aan mannen en kinderen ondergeschikt aan hun ouders.

Vanuit het perspectief van de ware moslim botsen hun waarden met uw verwachtingen.

Onder ware moslims bestaat de consensus dat ongelovigen, dat wil zeggen niet-moslims, geestelijk verdwaald zijn. Ware moslims zien seculiere staten als zondige staten, die helaas op dit moment de macht hebben. De moskeebestuurder die u op tv heeft horen zeggen dat u zijn moskee wilt gebruiken, voelt zich bevestigd in zijn vermoedens over de zondigheid van de seculiere machtsdrager.

Hoe weet u trouwens dat ú niet wordt gebruikt? In uw gesprekken met de geestelijken en hun woordvoerders krijgt u te horen wat u graag wilt horen. Maar zodra u weggaat, gebeurt er iets heel anders. Dan prediken ze geen integratie, zoals u denkt dat u met hen heeft afgesproken, maar houden ze aan de gelovigen voor wat de wil van Allah is. Dat is de core business van de islam.

Weet u nog dat de Amerikanen de Taliban en de Moedjahidien in Afghanistan gebruikten om tegen de Sovjet-communisten te vechten? De vertegenwoordigers van de toenmalige Amerkaanse regering dachten toen ook dat ze een gemeenschappelijke zaak hadden met de Taliban. Nooit hebben ze het vermoeden gehad dat hun heldhaftige moslim-bondgenoten later een aanval zouden plegen op de Twin Towers en het Pentagon in de VS. Ik vrees dat u dezelfde fout maakt. Moslims houden er niet van om gebruikt te worden.

In uw pragmatisme ziet u nog iets anders over het hoofd dat u misschien wél zou zien wanneer u de tijd zou nemen om de zaak vanuit het oogpunt van de ware moslim te bezien. Momenteel heerst er in de islamitische wereld een hardnekkige vijandschap tegenover Joden. Het geloof dat Joden de wereld runnen en manipuleren door gebruik te maken van list en bedrog, is wijdverbreid onder moslims. U beseft niet dat u deze vooroordelen bevestigt wanneer u, in al uw naïviteit, op televisie zegt dat u de moskeeën wilt gebruiken. Een geest die doortrokken is van de antisemitische vooroordelen die de islamitische wereld beheersen, ziet in u niet een sympathieke burgemeester van Amsterdam die het beste voorheeft met al zijn burgers en de boel bij elkaar wil houden. Wat hij ziet is een listige Joodse bestuurder die de wereld naar zijn hand zet.

Het is niet uitgesloten dat uw islamitische bondgenoten in uw plan om moslims te integreren u te slim af willen zijn. Misschien denkt u dat ik teveel spoken zie, dat ik wantrouwend en irrationeel ben. Dat is mogelijk, maar toch wil ik u wijzen op de preken die worden gehouden in een aantal moskeeën in uw stad. Meer kunt u vinden op internet, in boeken en gewoon als u naar het dichtstbijzijnde theehuis gaat. Wat u niet zo gemakkelijk zult zien, zijn de films en het propagandamateriaal die getoond worden op de televisie via de satellietschotels die in menig huis in uw stad op moslimkanalen elders in de wereld zijn gericht. Zoals de Arabische tv-series die speciaal voor de ramadan worden gemaakt met als thema, jaar in jaar uit: een Joodse wereldregering.

In uw Cleveringalezing bracht u het integratieprobleem in verband met de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. U vergeleek de positie van de Joden in Europa in de jaren dertig en veertig met de positie van moslims in het Europa van nu. Die vergelijking gaat niet op. U bent aan het spookrijden op de snelweg van de geschiedenis. De Europeanen van nu koesteren geen vijandigheid tegen de moslims, en zeker niet een haat zoals die in de jaren dertig en veertig in nazi-Duitsland bestond tegen de Joden. De Europeanen hebben door de Tweede Wereldoorlog geleerd hoe vernietigend en nihilistisch die haat was. Zij weten dat haat tegen andere mensen uiteindelijk leidt tot zelfhaat en zelfvernietiging. Dat is de les van de Holocaust. De situatie van de moslims in het huidige Europa is mede daardoor anders. Via onderwijs, boeken, films en op andere manieren wordt de Europeaan geleerd tolerant, vriendelijk en fatsoenlijk te zijn tegen vreemdelingen en tegen mensen die anders denken en een ander geloof aanhangen dan zijzelf. Daarmee zeg ik natuurlijk niet dat alle Europeanen verdraagzaam zijn. Er zijn ook mensen die nog steeds niets van nieuwkomers moeten hebben. Vreemdelingenhaat moet ook altijd bestreden worden. Maar een vergelijking van de huidige situatie met de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw gaat volkomen mank.

Het zou van meer realisme getuigen als u uw beleid zou stoelen op de gewijzigde demografische werkelijkheid van uw stad. U richt al uw energie op de autochtoon die de ander, de vreemdeling, moet aanvaarden. Alleen dan kan de integratie van de allochtoon slagen, heeft u in uw

"urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Abel Herzberglezing van 2001 gezegd. In dat verlangen naar de autochtone aanvaarding van de allochtoon staat u niet alleen. De overgrote meerderheid van de autochtone Amsterdammers heeft de allochtoon allang aanvaard. Maar de autochtonen vormen binnenkort een minderheid in Amsterdam. Op dit moment is 40 procent van de schoolgaande kinderen in Amsterdam autochtoon, terwijl 60 procent allochtoon is. Uw taak om de allochtoon duidelijk te maken dat hij de autochtoon en Nederland moet aanvaarden als zijn thuis, is vele malen urgenter geworden dan het omgekeerde.

Het allerbelangrijkste dat met name de allochtone moslim dient te begrijpen en te aanvaarden is dat godsdienst en staat hier gescheiden zijn. De seculiere regels die mensen met elkaar hebben bedacht en de instituties waarop deze regels zijn gestoeld moeten aan elke nieuwkomer duidelijk worden gemaakt. Door te verkondigen dat allochtonen kunnen integreren via hun religie - een religie die verkondigt dat de democratische rechtsstaat zondig en verdorven is - komt u uw belangrijkste verantwoordelijkheid niet na.

Uw gemeente heeft jarenlang het schoolzwemmen gesubsidieerd van de islamitische basisschool As-Siddieq. Het pragmatische idee daarachter is begrijpelijk: dan leren die kinderen tenminste zwemmen. Maar de school staat dat alleen toe als jongens en meisjes apart zwemmen en les krijgen van een instructeur van hetzelfde geslacht. Door dat te subsidiëren, bestendigt u de conservatieve seksuele opvattingen van de islam en brengt u die bovendien in het publieke domein, waarmee u ze legitimiteit verschaft. U subsidieert de onderdrukking van de moslimvrouw en de ondermijning van de scheiding van kerk en staat. Terwijl u van nieuwkomers respect vraagt voor de basisprincipes van onze rechtsstaat, steunt u hen in het overtreden daarvan. Daarmee zaait u een heilloze verwarring.

U bent bezig te vechten tegen demonen uit het verleden. In het huidige Europa lopen moslims niet het gevaar dat de joden 65 jaar geleden liepen. Haat en onverdraagzaamheid tegen Joden worden nu juist door moslims in Europa uitgedragen. Wanneer u zich in uw analyse van het huidige integratieprobleem laat leiden door de ervaring van de Tweede Wereldoorlog, blijft u die spookrijder: Iedereen probeert u met lichtsignalen te waarschuwen om terug te gaan, maar u blijft hardnekkig in de verkeerde richting rijden. Wat u misschien aanziet voor nobele vastberadenheid is in werkelijkheid onvruchtbare halsstarrigheid.

Ayaan Hirsi Ali

6 maart 2004

Deel: ' Open brief Ayaan Hirsi Ali aan burgemeester Job Cohen '




Lees ook