Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

burgerinitiatieven

Opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven

Speech van de staatsstecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clémence Ross - Van Dorp, bij de opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven op 13 februari 2003 in Utrecht.

Opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven 1. Opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven

Speech van de staatsstecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clémence Ross - Van Dorp, bij de opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven op 13 februari 2003 in Utrecht.

---
`Heel veel mensen roepen altijd van alles over dingen die mis zijn, maar ze doen niks. Of ze hebben het hoogste woord over zaken waar ze geen verstand van hebben. Ik wil iets doen, dan heb je ook recht van spreken. Mijn uitgangspunt is: als ik niks doe, gebeurt er niks'. Dit zijn niet mijn woorden, dames en heren, al zijn ze mij wel uit het hart gegrepen. Ik citeerde Natasja Winkelmann uit Uithoorn. Zij is één van die mensen die niet wachten tot een ander of de overheid iets doet, maar het heft in eigen handen nemen. Ze brengen, hoe kleinschalig soms ook, iets tot stand in hun wijk, buurt of straat. Iets waardoor de samenleving weer een stukje leef- baarder, prettiger of leuker wordt. In het geval van Natasja Winkelmann zijn dat activiteiten voor kinderen van twee tot twaalf jaar.

Ik kwam het citaat tegen in het boekje `Dragers & Schragers'. U hebt dat boekje zojuist bij bin- nenkomst gekregen. Zelf heb ik het onlangs met veel belangstelling gelezen. Met name de por- tretten van de sleutelfiguren uit de lokale samenleving, zoals ze worden genoemd, vond ik boei- end. Het ging stuk voor stuk om mensen die niet bij de pakken neerzitten. Zij voelen zich verant- woordelijk voor het wel en wee van bepaalde groepen medemensen. Dat hebben zij gemeen met zo'n vijf miljoen Nederlanders, die zich vrijwillig en belangeloos inzet- ten op uiteenlopende maatschappelijke terreinen. Deels gebeurt dat in georganiseerd verband, bij- voorbeeld in een sportvereniging. Dan heet het officieel vrijwilligerswerk. Maar voor een belang- rijk deel gebeurt het ook ongeorganiseerd. En dan hebben we het over burgerinitiatieven.

Soms zijn burgerinitiatieven voorlopers van nieuwe vormen van vrijwilligerswerk. Een project dat met één of twee mensen is begonnen, krijgt dan een continu en georganiseerd karakter. Zo zijn tal van verenigingen ontstaan. In feite vormen vrijwilligerswerk en burgerinitiatieven twee kanten van dezelfde medaille.
Ik beperk mij vandaag tot de burgerinitiatieven. Burgerinitiatieven ontstaan vaak spontaan. De mensen achter deze initiatieven komen in actie als de lokale overheid of de gevestigde instel- lingen tekort schieten of ergens niet aan toekomen. De initiatiefnemers vullen daarmee een gat in de vrijwilligersmarkt. In het boek Dragers & Schragers zijn daarvan verschillende voorbeelden te lezen.
Persoonlijke gedrevenheid, spontaniteit en kleinschaligheid zijn de voornaamste kenmerken van de meeste burgerinitiatieven. De mensen achter deze acties geven er blijk van dat ze zich betrok- ken voelen bij hun directe leefomgeving. En dat kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen. Zij ver- dienen in mijn ogen dan ook niet alleen waardering, maar ook alle medewerking van de betrokken gemeentelijke instanties.

Ik roep gemeenten daarom op alert te zijn op dit soort burgerinitiatieven. Zij moeten hun inwoners de ruimte geven om zich verantwoordelijk te voelen voor wat zich in hun buurt of wijk afspeelt. Stimuleer de creativiteit die er onder veel mensen leeft, geef ze de mogelijkheden om iets op po- ten te zetten en ondersteun ze daarmee waar dat maar kan. Dat betekent: reageer als gemeente snel als mensen met een voorstel komen, wees een beetje flexibel en kom je afspraken na. Zeg niet gelijk: daar is geen geld voor, het past niet in het ge-

meentelijke beleid of u moet uw aanvraag schriftelijk en in drievoud indienen. Niets is frustreren- der voor enthousiaste en initiatiefrijke mensen dan te botsen op ambtelijke onwil, op hokjesgeest of op ingewikkelde procedures. Ik zou er daarom vóór zijn als elke gemeente één aanspreekpunt heeft, één loket waar je als betrokken burger terecht kunt met je voorstellen of ideeën. Gemeenten moeten er zich ook meer bewust van zijn dat mensen graag zelf zaken ter hand willen nemen. Laat hen maar de regisseur zijn en zorg als gemeente voor de rekwisieten. Lokale overhe- den moeten daarop zijn ingesteld. Dat betekent dat het gemeentelijk apparaat zich moet aanpas- sen aan de initiatiefnemer in plaats van andersom. Burgers zijn geen zeurkousen. En zéker niet degenen die op vrijwillige basis iets willen doén. Sterker: zij zijn het cement van de samenleving. Behandel hen dus als zodanig en zadel hen niet op met een overmaat aan bureaucratie. Een goed voorbeeld in dit verband is het project van de gemeente waar we vandaag te gast zijn. Inwoners die een leuk plan hebben voor hun wijk of buurt, krijgen binnen acht weken van burge- meester en wethouders te horen of hun voorstel wordt uitgevoerd. En in Nijmegen krijgt elke wijk een bedrag van de gemeente om daarmee plannetjes van wijkbewoners te betalen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om digitale trapveldjes of iets voor de jeugd in de wijk. Vandaag zult u onge- twijfeld nog meer goede voorbeelden tegenkomen.
Maar het maakt eigenlijk niet zo veel uit hóe het gebeurt. Áls het maar gebeurt: als gemeente maar inspelen op maatschappelijke initiatieven bedoel ik. Laat daarbij de initiatiefnemers wel in hun waarde. Neem de regie niet uit handen als het initiatief blijkt aan te slaan. Succes kent soms ineens verrassend veel vaders en moeders in de vorm van politici en ambtenaren. Dát is dus de foute benadering. Gemeenten moeten initiatieven van hun inwoners stimuleren, ondersteunen en waar nodig subsidiëren, maar niet overnemen.
Dames en heren,
Ik heb het tot nu toe steeds gehad over wat gemeenten zouden kunnen of moeten doen als het gaat om burgerinitiatieven. Dat is natuurlijk niet voor niks. Want burgerinitiatieven zijn per defini- tie een lokale aangelegenheid. Maar ik kan mij voorstellen dat u denkt: wat is de rol van de rijks- overheid?
De rijksoverheid heeft geen directe bemoeienis met burgerinitiatieven. Dat is, zoals ik al zei, ty- pisch een zaak van de plaatselijke overheid. Maar de rijksoverheid kan wel voorwaarden schep- pen. Voorwaarden die het mogelijk maken dat mensen arbeid, zorg en vrije tijd kunnen combine- ren. Bijvoorbeeld door te zorgen voor goede kinderopvangmogelijkheden. Of door mantelzorgers ­ dat zijn mensen die in hun vrije tijd en onbetaald zieke familieleden of kennissen verzorgen ­ te ontlasten. Dat gebeurt door ervoor te zorgen dat beroepskrachten of vrijwilligers hun zorgtaken zo nu en dan overnemen. Zodat de mantelzorgers wat meer tijd voor zichzelf hebben.

Maar VWS subsidieert ook het project `Ondersteuning van burgerinitiatieven', waar de conferen- tie van vandaag een onderdeel van is. U krijgt straks volop de kans om inspiratie op te doen tij- dens de presentaties van diverse gemeenten. Zij laten zien wat zij doen om hun inwoners aan te sporen tot het nemen van eigen initiatieven en hoe zij hen daarin vervolgens ondersteunen. Ik hoop dat ook hier geldt: goed voorbeeld doet goed volgen. Dat zie ik trouwens ook als één van de taken van de rijksoverheid: het zichtbaar maken van de beste voorbeelden. Om die reden wil ik dit jaar speciaal de aandacht vestigen op de energie die veel mensen ­ met name jongeren ­ belangeloos steken in vakantieactiviteiten voor de jeugd in de eigen gemeente of buurt. Ik laat daarom de Stichting Vrijwilligers Management een inventa-

risatie maken van dergelijke activiteiten. Ik vind namelijk dat jongeren te vaak negatief in het nieuws komen. Terwijl velen van hen zich juist heel betrokken voelen bij de samenleving. Door landelijk aandacht te vestigen op deze jongeren hoop ik te bereiken dat meer jongeren op het idee komen zich voor de samenleving in te zetten.
Dames en heren,
Ik heb gezegd wat ik zeggen wilde. Als laatste wil ik tegen alle gemeenten van Nederland zeg- gen: stimuleer burgerinitiatieven en respecteer daarbij de zelfstandigheid van de initiatiefnemers. Anders gezegd: koester deze waardevolle mensen, maar knuffel ze niet dood! Want van lokale helden als de eerder aangehaalde Natasja Winkelmann kun je er in je gemeente nooit genoeg heb- ben.

Ik wens u tenslotte allemaal een waardevol, inspirerend en interessant vervolg toe van deze con- ferentie en ik dank u voor uw aandacht.

Deel: ' Opening van de conferentie Lokale overheid en burgerinitiatieven '




Lees ook