HBO-Raad


Persberichten

15-01-1999
Opleidingen maritiem officier liggen op koers

De vier opleidingen maritiem officier zijn onlangs gevisiteerd. Uit deze visitatie blijkt dat er ondanks een aantal tekortkomingen, sprake is van een goede kwaliteit van de opleiding, zo concludeert de Visitatiecommissie Maritiem officier van de HBO-raad in haar eindrapport onder de titel ‘Op Koers’. Bijzonder aan deze visitatie is dat van aanvang af een audit van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is meegenomen. Het beoordelingskader is daartoe door de commissie aangepast en in het eindrapport zijn specifieke auditelementen herkenbaar weergegeven. Op 15 januari 1999, tijdens een vaartocht op de ‘Nieuwe Maze’ in de haven van Rotterdam heeft de voorzitter van de commissie, de heer M.A. Busker, het rapport aan de voorzitter van de HBO-raad, prof. dr. F. Leijnse, aangeboden. Tegelijkertijd werd het rapport overhandigd aan drs. G.A. Dubbeld, directeur Transport Veiligheid van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De ontwikkeling naar een geïntegreerde opleiding maritiem officier is voor de opleidingen gedurende de laatste jaren een grote opgave geweest. Deze ontwikkeling, aanbevolen door de vorige visitatiecommissie, was nodig doordat in Nederland geen onderscheid meer werd gemaakt in specifiek voor het technische werk opgeleide officieren (scheepswerktuigkunde) en voor het nautisch werk opgeleide officieren (navigatie). Sinds enkele jaren wordt gesproken over geïntegreerd varen en het beroep wordt aangeduid als maritiem officier. De commissie heeft geconstateerd dat alle opleidingen deze omslag hebben doorgevoerd en daarbij tevens voldoen aan de eisen die het Ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt in het kader van het verlenen van een vaarbevoegdheid. Wel heeft de commissie de opleidingen aangeraden om op basis van het landelijk vastgestelde beroepsprofiel de eigen opleidingseindtermen nader uit te werken en te concretiseren. Dit zal de identiteit van de afzonderlijke opleidingen versterken, zowel landelijk als binnen de eigen hogeschool.

Een sterk punt van de opleidingen acht de commissie de contacten met de maritieme bedrijfstak. Deze bedrijfstak is een kleine wereld. Opleidingen en maritieme organisaties hebben frequent contact en beïnvloeden elkaar daadwerkelijk met betrekking tot de beroepsuitoefening en het opleiden daarvoor. De commissie heeft gemerkt dat de opleidingen een zeker krediet hebben in het beroepenveld. Dit uit zich onder meer doordat de Nederlandse reders tot nu toe voldoende stageplaatsen beschikbaar stellen en zich daar ook verantwoordelijk voor voelen.

De stages, stagevaren genoemd, vinden plaats aan boord van de schepen. Stagiairs voeren opdrachten uit, zoals aangegeven in het internationaal vastgestelde ‘Trainee Record Book’. De commissie heeft daar waardering voor. Kritisch is de commissie over de communicatie van de opleiding met de stagiairs aan boord. Vaak duurt het zeer lang voor de stagiair iets hoort over zijn of haar ingeleverde opdrachten en taken. De commissie vindt dat de opleidingen daarvoor meer gebruik moeten maken van moderne
communicatiemogelijkheden als fax en e-mail.
De voorbereiding op het stagevaren vindt in belangrijke mate plaats door oefenen op simulatoren. Elke opleiding maakt gebruik van (deel)simulatoren voor technische vaardigheden en navigatie. Alle opleidingen maken daarnaast gebruik van de door het Ministerie van OCenW bekostigde Full Mission Simulator op Terschelling. De commissie vindt deze voorbereiding goed.

Een belangrijke prioriteit voor de opleidingen voor de nabije toekomst acht de commissie het PR- en wervingsbeleid. De laatste jaren geven stabiele tot licht stijgende studentenaantallen te zien. Door het streven van de Nederlandse overheid om Nederland weer terug te brengen als toonaangevende zeevarende natie en de daarbij behorende stimulerende maatregelen en wetgeving zal de werkgelegenheid voor de maritiem officieren groeien. Tekorten zijn nu al merkbaar. De opleidingen zullen moeten voldoen aan de groeiende vraag naar maritiem officieren door meer studenten op te leiden.

De visitatiecommissie is als volgt samengesteld:

Voorzitter, tevens lid van de commissie:

- de heer M.A. Busker,oud-kapitein, voorzitter VNSI (Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie)

Leden:

- de heer J.M. van Nieuwenhoven, beleidsmedewerker bij het Directoraat-Generaal Goederenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat


- de heer H. Roorda, Manager Quality and Safety (Marine), P&O Nedlloyd BV


- de heer R. Persson, 3e jaars student Maritiem Officier Hogeschool Rotterdam & Omstreken


- de heer drs. J.B. van Zeelt, Manager PenO Europe, Smit Internationale

EINDE PERSBERICHT

Deel: ' Opleidingen maritiem officier goede kwaliteit '




Lees ook