European Commission

IP/01/1166

Brussel, 1 augustus 2001

Commissie treedt op tegen Spanje, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Nederland in verband met de milieueffectbeoordelingsrichtlijn

De Europese Commissie heeft besloten tegen enkele lidstaten op te treden wegens overtredingen van de Europese richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling(1)
. Spanje wordt voor het Europese Hof van Justitie gedaagd omdat geen correcte milieueffectbeoordeling is uitgevoerd voor de autoweg van Oviedo naar Llaner. Het zal tevens formele verzoeken ontvangen omdat geen correcte effectbeoordelingen zijn uitgevoerd in verband met een opslagplaats voor gevaarlijk afval bij de luchthaven van Bilbao, een varkensfokkerij te Vera in Almeria en de ontwikkeling van een stortterrein te San Sebastian de la Gomera op de Canarische eilanden. Het Verenigd Koninkrijk zal een formeel verzoek ontvangen om een milieueffectbeoordeling te verrichten voor een belangrijk amusementscomplex bij Crystal Palace in Londen. Het moet ook op adequate wijze in zijn wetgeving in de beoordeling van bepaalde landbouwprojecten voorzien. Italië zal een formeel verzoek ontvangen om een wegenbouwproject in Teramo (Abruzzo) te beoordelen of afdoende door te lichten met het oog op beoordeling. Nederland zal formele verzoeken ontvangen om bij een dijkbouwproject in Sliedrecht te bepalen of het aan een beoordeling moet worden onderworpen en omdat de nationale wetgeving inzake milieueffectbeoordeling zwakke punten vertoont. Deze formele verzoeken worden geformuleerd in de vorm van een zogenaamd "met redenen omkleed advies", de tweede fase van de inbreukprocedure overeenkomstig artikel 226 van het EG-Verdrag. Indien de betrokken lidstaten binnen twee maanden niet naar behoren op het met redenen omklede advies reageren, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie.

In verband met de besluiten verklaarde Margot Wallström, die als lid van de Commissie met milieuzaken is belast: "Ik betreur dat de Commissie de lidstaten erop moet wijzen dat zij het belangrijke recht van het publiek moeten beschermen om milieu-informatie te ontvangen en over het mogelijke milieueffect van projecten te worden geraadpleegd, zoals bepaald in deze fundamentele richtlijn. Dit recht vormt een concrete uitdrukking van een Gemeenschap die dicht bij de burger staat."

De milieueffectbeoordelingsrichtlijn vormt een van de belangrijkste onderdelen van de communautaire milieuwetgeving. De lidstaten dienen op grond daarvan de noodzaak van een milieueffectbeoordeling van een brede waaier van projecten te onderzoeken en deze dan ook uit te voeren voordat voor de projecten een vergunning wordt verleend. Voor sommige in bijlage I van de richtlijn vermelde projecten (zoals de aanleg van een autoweg) zijn deze beoordelingen verplicht.

Voor andere projecten die in bijlage II zijn vermeld (zoals stadsontwikkelingsprojecten), moeten de lidstaten eerst bepalen voor welke projecten een beoordeling is vereist. Zij kunnen drempelwaarden of criteria hanteren, elk geval afzonderlijk onderzoeken of een combinatie van beide methoden toepassen.

Doel van de beoordeling is mogelijke milieueffecten te ontdekken, terwijl deze nog kunnen worden vermeden of beperkt. Opdrachtgevers moeten een minimum aan informatie verstrekken aan het publiek, dat in de gelegenheid moet worden gesteld zijn mening te kennen te geven.

Achtergrond

De noodzakelijke nationale wetgeving diende al in juli 1988 te zijn ingevoerd. Een wijziging van de richtlijn werd in 1997 aangenomen. Deze wijziging behoudt het basiskader van de oorspronkelijke richtlijn, terwijl veel details scherper worden gesteld. De lidstaten dienden voor maart 1999 de noodzakelijke nationale wetten vast te stellen om deze wijziging over te nemen.

Bijzonderheden voor elk land
Spanje

De tegen Spanje genomen besluiten hebben betrekking op verscheidene projecten. Voor de autoweg Oviedo-Llanera in Asturië is vooraf geen behoorlijke milieueffectbeoordeling verricht, ondanks het feit dat deze beoordeling voor dergelijke projecten krachtens de richtlijn verplicht is. De Spaanse autoriteiten hebben weliswaar een soort beoordeling uitgevoerd, die echter niet aan het vereiste in de richtlijn voldeed. Het ontbreken van een beoordeling in dit specifieke geval hangt samen met een tekort in de Spaanse wetgeving, waarvoor een aparte procedure bij het Hof (C-474/99) is ingesteld. Tegen Spanje is nog een ander besluit genomen omdat geen correcte effectbeoordeling heeft plaatsgevonden voor een afvalopslaginstallatie bij de luchthaven van Bilbao. Het publiek is evenmin geraadpleegd over het effect van de ontwikkeling van een stortterrein te San Sebastian de la Gomera zodat de Commissie hier ook diende op te treden, net zoals tegen het ontbreken van een beoordeling - ondanks het duidelijke gevaar van waterverontreiniging - van een grote illegale varkensfokkerij te Vera in Almeria.
Verenigd Koninkrijk

De Commissie heeft twee besluiten genomen met betrekking tot milieueffectbeoordeling in het Verenigd Koninkrijk.

Het eerste besluit is genomen omdat geen milieueffectbeoordeling is verricht voor een grote multiplexbioscoop en amusementscomplex bij Crystal Palace in Londen, ondanks het feit dat volgens de desbetreffende officiële richtsnoeren de drempelwaarde voor beoordeling is overschreden. Hierbij gaat het tevens om de meer algemene vraag hoe het VK de richtlijn toepast op vergunningsprocedures bij een meerfasenontwikkeling, wanneer de eindfasen van het besluitvormingsproces niet aan de procedure van de richtlijn onderworpen blijken te zijn.

Het tweede besluit heeft betrekking op leemten in de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk op het stuk van in de richtlijn vermelde landbouwprojecten.
Nederland

De Commissie heeft twee besluiten genomen met betrekking tot milieueffectbeoordeling in Nederland.

Het eerste besluit heeft betrekking op de milieueffectbeoordeling van dijkprojecten. Naar aanleiding van een arrest van het Europese Hof van Justitie in oktober 1996 betreffende Nederlandse dijkprojecten, waarin het Hof de nadruk legde op de verplichting naar behoren de noodzaak van milieueffectbeoordeling vast te stellen (zaak C-72/95), heeft de Commissie een klacht onderzocht betreffende de rol die milieueffectbeoordeling heeft gespeeld in een aantal Nederlandse dijkprojecten. Hoewel de situatie thans is verbeterd (sinds 1999 voorziet de Nederlandse wetgeving in een beter systeem voor het doorlichten van dijkprojecten), heeft de Commissie besloten een met redenen omkleed advies te richten tot de Nederlandse autoriteiten, omdat zij een dijkproject in Sliedrecht niet naar behoren hebben doorgelicht.

Het tweede besluit heeft betrekking op algemene tekorten in de Nederlandse wetgeving waarmee uitvoering wordt gegeven aan de richtlijn. De wetgeving garandeert niet dat een effectbeoordeling alle in de richtlijn vermelde milieufactoren zal behandelen, vooral op het stuk van fauna en flora, landschap, materiële waarden, cultureel erfgoed en de interactie daartussen. Evenmin wordt gegarandeerd dat de projecten zullen worden onderzocht om te bepalen of beoordeling noodzakelijk is, overeenkomstig de richtlijn, of dat opdrachtgevers de bij de richtlijn vereiste minimuminformatie zullen verstrekken. Italië

Het besluit tegen Italië heeft betrekking op het feit dat geen milieueffectbeoordeling is uitgevoerd voor een wegenbouwproject te Teramo in Abruzzo. De weg heeft gevolgen voor een gebied dat overeenkomstig de Habitatrichtlijn(2)
van de Gemeenschap als gebied van communautair belang is voorgesteld. Uit een onderzoek van de Commissie in verband met een klacht is gebleken dat niet naar behoren is bepaald of voor het project een milieueffectbeoordeling was vereist.

(1)
Richtlijn 85/337/EEG van de Raad betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare of particuliere projecten, als gewijzigd bij Richtlijn 97/11/EG.

(2)
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

Deel: ' Optreden EU tegen Nederland ivm milieueffectbeoordeling '




Lees ook