Rijks Universiteit Groningen


Seksualiteit gevangen tussen wens en werkelijkheid Naar een gedifferentieerde seksuologie

"Seksualiteit is een prachtig fenomeen, vooral in een land als Nederland. Er is een tolerant klimaat, de medische techniek staat voor niets en er zijn voldoende voorbehoedsmiddelen voorhanden. Toch zoeken steeds meer mensen hulp bij seksuologische problemen. Dit is onder meer een gevolg van onze samenleving waarin alles perfect moet zijn. De wrijving tussen wens en werkelijkheid leidt dan tot een seksuele 'burn-out'. Wanneer mensen in staat zijn hun eigen seksuele prestaties als een ontwikkeling te zien, is er al veel gewonnen." Dit zegt prof.dr. H.B.M. van de Wiel tijdens zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen, op 19 januari 1999. Harry van de Wiel is bijzonder hoogleraar Seksuologie.

Ondanks de veelheid aan informatie over seks en seksualiteit en mogelijkhe- den die de huidige maatschappij ertoe biedt, neemt het plezier dat mensen aan seks beleven niet toe. Steeds meer mensen zoeken daarom hulp. De belangrijkste klachten zijn, aldus Van de Wiel: 'ik heb geen zin' en bij mannen 'hij doet het niet'. Seksuele problemen worden vaak eerst geuit als lichamelijke klachten. "Zo komen mensen in het medische circuit terecht. Lichamelijke ongemakken kunnen daar meestal wel verholpen worden, maar de problemen zijn dan meestal niet voorbij. Een prachtige erectie hoeft bijvoorbeeld niet tot het felbegeerde hoogtepunt te leiden."

Intimiteit en passie
Volgens Van de Wiel is seksuologie een teamsport. Zowel medici als psycho- logen vervullen binnen deze tak van wetenschap een belangrijke rol. Binnen de seksuologie zijn de lichamelijke voorwaarden om tot seksueel genot te komen van ondergeschikt belang aan de emotionele voorwaarden. Lichamelijk falen hoeft een bevredigende seksuologische beleving immers niet in de weg te staan. In zijn oratie legt Van de Wiel uit dat de ontwikkelingspsycholo- gie bij het vlot trekken van een gestrande relatie uitkomst kan bieden. Het sleutelbegrip hierbij is 'differentiatie'. "Wil je alle aspecten van intimiteit en passie aan bod laten komen, dan moet je in staat zijn om gelijktijdig een zeer intense emotionele relatie met de ander te onderhou- den en je moet jezelf kunnen blijven. Dit proces van differentiatie is een rijpingsproces dat het hele leven voortgaat en niet bij een bepaalde leeftijd stilstaat."

Perfectie en lichamelijke aandoeningen
Of mensen deze differentiatie kunnen bereiken is afhankelijk van een aantal voorwaarden. "Je moet in staat zijn angst of spanning te verdragen, vooral wanneer er veel te verliezen valt. Je moet flexibel zijn in je eigen rolge- drag en bij meningsverschillen en je moet onder woorden kunnen brengen wat je gevoelens en wensen zijn. Wanneer je daarbij accepteert dat seksualiteit een leerproces is en dat je niet de hoogste graad van perfectie hoeft te bereiken, is er in een seksuele relatie veel gewonnen."

Therapie
Een belangrijk aandachtspunt van Van de Wiel is seksualiteit en ziekte. Het zijn dan niet uitsluitend de lichamelijke ongemakken die bij de behandeling voorop staan, maar vooral ook de emotionele. Mensen met een ernstige of chronische aandoening zijn vaak niet in staat om zich seksueel kwetsbaar op te stellen en spanning te verdragen. Zij vallen vaak terug op veilige waarden en normen waarbij angst en onzekerheid niet gewenst zijn. Juist in deze situatie zijn dergelijke patienten gebaat bij een seksuologische 'differentiatie-therapie'.

Houvast
Het begrip differentiatie bestaat al langer binnen de ontwikkelingspsycho- logie, maar is niet zo lang geleden geintroduceerd binnen de seksuologie. Binnen dit vakgebied heeft deze manier van denken en handelen inmiddels zijn waarde bewezen. Seksuologen vinden het niet wenselijk om mensen waarden en normen op te leggen of kunstjes aan te leren. "Toch willen mensen houvast. Door de individuele ontwikkeling van mensen bij de behande- ling als uitgangspunt te nemen, kun je als seksuoloog mensen toch die houvast geven waardoor zij zelf weer verder kunnen."

Curriculum vitae
H.B.M. van de Wiel (Den Bosch, 1955) studeerde klinische psychologie (avondopleiding) in Utrecht. Van 1976-1983 was hij researchmedewerker bij de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek in Utrecht. In 1983 werd hij als psycholoog aangesteld bij de Dienst Medische Psychologie en de Afdeling Obstetrie en Gynaecologie van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Samen met de gynaecoloog W.C.M. Weijmar Schultz, richtte hij in 1986 de polikli- niek Psychosomatische Gynaecologie/Seksuologie op. In 1991 promoveerden Van de Wiel en Weijmar Schultz cum laude aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op het proefschrift Sexual functioning after gynaecological cancer treatment. In 1991 ontving Van de Wiel de Prof.dr. Brummelkampprijs van de Nederlandse Stomavereniging, in 1992 de Olijf - Betty Bosprijs van de Patientenvereniging Vrouwen met Gynaecologische Kanker. Vanaf 1996 is Van de Wiel tevens programmaleider van het onderzoeksprogramma 'Seksualiteit, gezondheid en hulpverlening' bij het NISSO in Utrecht. Sinds 1 januari 1998 is hij bijzonder hoogleraar Seksuologie bij de Faculteit der Medische Wetenschappen van de RUG. De leerstoel is ingesteld door de J.K. de Cock- stichting. Zijn oratie spreekt hij uit op dinsdag 19 januari 1999 om 16.30 uur onder de titel Geluk is ook niet alles; naar een gedifferentieerde seksuologie.

Nadere informatie: Dienst Interne en Externe Betrekkingen, tel. (050)363 54 46

Deel: ' Oratie Seksualiteit gevangen tussen wens en werkelijkheid '




Lees ook