Tweede fase meerjarenafspraken

ORDE-nieuwsbericht van 10/03/1999.

Na ondertekening van de meerjarenafspraken in november - naar aanleiding van de in het regeerakkoord geboden ruimte voor een nieuwe bestuurlijke aanpak - zijn betrokkenen partijen waaronder de Orde aan de slag gegaan met de nadere uitwerking. Op 9 februari 1999 was de startbijeenkomst van de 2e fase van de meerjarenafspraken curatieve somatische zorg. Minister Borst sprak daar over de ondertekening als een bekroning van een hectisch jaar, boordevol overleg met een prima resultaat. "Ik denk dat ik de Tweede Kamer zeker iets van het nieuwe élan heb kunnen meegeven. De Kamer is bijzonder geïnteresseerd In een sector waar zoveel geld omgaat, moet resultaatmeting de gewoonste zaak van de wereld zijn." De minister gaf verder aan dat de komende maanden voor haar de allerhoogste prioriteiten bij drie onderwerpen liggen: de wachtlijsten, regionale ondersteuning, FTTO en een gezonde arbeidsmarkt.
Voor de Orde betekent de 2e fase vooral meer actie op het terrein van kwaliteit, geneesmiddelendossier en regionale ondersteuning. Voor deze aandachtsgebieden wordt een plan van aanpak gemaakt.

Kwaliteit
Alle wetenschappelijke verenigingen van de erkende medische specialismen verrichten jaarlijks zeer vele visitaties van opleidingspraktijken en van niet-opleidingspraktijken. Zodoende bewaken zij de medisch-specialistische kwaliteit en krijgen de wetenschappelijke verenigingen in een cyclus van 5 jaar een compleet beeld, waarmee zonodig het beleid en de kwaliteitsnormen worden bijgesteld.
De financiële ondersteuning van de visitaties van niet-opleidingspraktijken zal de komende jaren worden gecontinueerd. Ook voor de visitatoren van opleidingspraktijken zal een financiële compensatie moeten worden geregeld.

Visitaties van niet-opleidingspraktijken vinden plaats conform de modellen die het Platform Kwaliteit heeft opgesteld. Deze modellen zullen per wetenschappelijke vereniging ook in elektronische vorm worden ontwikkeld.
Een ander speerpunt van het kwaliteitsbeleid is de complicatieregistratie. Registratie van complicaties en terugkoppeling daarvan is van belang voor de persoonlijke verantwoording en tevens voor de kwaliteit van het medisch-specialistisch handelen. Op basis van het rapport Onderzoek Complicatie Registratie zal een masterclassificatie worden ontwikkeld en een standaard dataset per specialisme worden vastgesteld.
Onder het aandachtsgebied kwaliteit valt bovendien het volgens een vast stramien ontwikkelen en implementeren van monodisciplinaire, multidisciplinaire en transmurale richtlijnen.

Geneesmiddelendossier en regionale ondersteuning De regionale ondersteuning zal zich vooral richten op: 1. Het (mede) ontwikkelen en implementeren van transmurale, multidisciplinaire richtlijnen.
2. Het organiseren en faciliteren van gestructureerd overleg tussen formulariumcommissies en FTO's om te komen tot FTTO's. 3. Het verbeteren van de communicatie tussen de eerste en tweede lijn, inclusief openbare en ziekenhuisapotheken, door gestandaardiseerde wederzijdse berichtgeving.

Als eerste stap bij de verdere uitwerking van de meerjarenafspraken zijn werkgroepen geformeerd. De werkgroep Ontwikkeling FTTO (gezamenlijk met LHV, NHG en KNMG) zal de uitgangspunten formuleren en een projectvoorstel doen, waarin ook de rol van de medische as huisarts-specialist wordt gepositioneerd.
Thema's die bij het formuleren van de uitgangspunten aan de orde komen, zijn onder meer:

* Grote regionale vrijheid of centrale vormgeving?
* Welke onderwerpen (zorginhoudelijk, financieel-economisch, implementatie) komen aan de orde?

* Hoe kan deelname worden bevorderd?

* Welke relatie bestaat tussen het FTTO en het Elektronisch Voorschrijf Systeem?

* Welke regio-indeling is zinvol?

De werkgroep Structuur en organisatie districten zal zich richten op de districtsstructuur, organisatie, financiering en sturing van de 23 districtsbureaus. Vraagstukken die moeten worden beantwoord, hebben betrekking op taken en verantwoordelijkheden van de districten, de relatie tussen de District Specialisten Vereniging (DSV) en de regionale specialistenbureaus, Medisch Coördinerende Centra en District Huisartsen Verenigingen.
Voor het verbeteren van de communicatie tussen de eerste en de tweede lijn (inclusief openbare en ziekenhuisapotheken) wordt vooralsnog geen werkgroep geformeerd. De communicatie zal onder meer worden bevorderd door het VIZI-project en de activiteiten rond standaardisering die samen met de KNMG worden ontplooid.

Organisatie meerjarenafspraken
In de 1e fase van de meerjarenafspraken zijn talrijke overleggen gevoerd, in veel gevallen volgens het 3-trapsmodel: eerst overleggen over de inhoud, dan over het geld en vervolgens zien of die twee te combineren zijn. Op deze manier zijn uiteindelijk 108 afspraken vastgelegd! Voor de afzonderlijke afspraken is in de meerjarenafspraken vastgelegd wie het voortouw heeft en wie medebetrokken zijn. Voor de coördinatie van clusters van onderwerpen worden of zijn vier speciale platforms ingesteld: voor de wachtlijsten, voor informatie- en communicatietechnologie (ICT), voor de paramedische zorg en een nieuw platform modernisering curatieve zorg (voor het continuüm van zorg). De 2e fase (nadere uitwerking) en de 3e fase (concrete uitvoering met monitoring van de naleving van de afspraken) zullen in de praktijk door elkaar lopen.

© copyright ORDE 1999

Deel: ' Orde werkt aan tweede fase meerjarenafspraken '




Lees ook