Stichting Patiëntenbeweging & Informatietechnologie Nederland

Overeenkomst Raamwerk Programma V & V


1. Pré-ambule

In de meerjarenafspraken zijn zowel voor de cure-sector als de care-sector (verzorging en verpleging) afspraken gemaakt over de versterking van de positie van de patiënt/consument in de regio.

Citaat:

...'Overeengekomen is dat de patiënten/consumentenbeweging in het kader van de MJA Verzorging en Verpleging de komende jaren in de regio de volgende functies vervult:

· het mede opstellen van regiovisies op het terrein van verpleging en verzorging

· het participeren in raden van advies van zorgkantoren

· het participeren in besturen van regionale indicatieorganen

· het participeren, samen met zorgkantoor, zorgaanbieders, regionale en mogelijk lokale overheden bij het opstellen van bestedingsvoorstellen

· het initiëren van verbeteringen als resultaat van eigen kwaliteitstoetsen

Om daadwerkelijk invulling te geven aan bovengenoemde functies zijn concrete activiteiten of taken nodig.

Het betreft:

· professionele vertegenwoordiging

· ondersteuning van vrijwilligers

· informeren van de achterban

· organisatie van betrokkenheid van de achterban: het `ophalen' van ervaringskennis'...

Gedurende de jaren 2000,2001 en 2002 is jaarlijks 4,5 miljoen ter beschikking gesteld ,

waarbij de landelijke activiteiten gedurende drie jaar een budgetgarantie hebben.

De uitwerking van het versterkingsprogramma is in handen gegeven van NP/CF, ouderenbonden ANBO, PCOB ,Unie KBO en LOC/NVBV. Ook is afgesproken in de MJA V&V voor het eind van het jaar 1999 een verdelingssystematiek voor de verdeling van de middelen over de regio's en in de regio's te zijn overeengekomen evenals het percentage van de middelen voor landelijke ondersteuningactiviteiten ten behoeve van de regio.


2. Uitgangspunten programma V&V

De NP/CF, ouderenbonden en LOC/NVBV werken samen gedurende de genoemde periode om invulling te geven aan het programma V&V vanuit de volgende uitgangspunten:

· De afspraken gemaakt in MJA V&V (inclusief de NP/CF notitie `Versterking van de positie van patiënt/consument in de regio' d.d. 11 juni 1999 en de afspraken tussen NP/CF, LOC/NVBV en ouderenbonden, weergegeven in een brief d.d. 20 juli 1999 en verslag 1 december 1999, en het verslag overleg CSO- staatsecretaris Vliegenthart 2 december 1999) vormen de basis van het programma V&V;

· Er worden concrete doelen benoemd, die in 2002 geëvalueerd kunnen worden;

· Landelijke ondersteuningsactiviteiten komen zichtbaar ten goede aan de regio en zijn gebaseerd op regionale behoeften;

· Regionale activiteiten worden vastgelegd in een regioplan V&V; landelijke activiteiten worden vastgelegd in een landelijk programma V&V;

· Gedurende drie jaren bestaat een budgetgarantie van f 525.000,- voor landelijke activiteiten.

ƒ 3.975.000,- wordt verdeeld over de regio's. Vóór 2002 wordt een systematiek ontwikkeld voor bottom-up financiering van de landelijke activiteiten;

· Het model `samenwerkingsovereenkomst tussen het Regionaal Patiënten/Consumenten Platform en de ouderenorganisaties in de regio', dat op 19 oktober 1999 is getekend, vormt de basis voor regionale samenwerking;

· Er wordt gebruik gemaakt van bestaande expertise en infra-structuren voortkomend onder meer uit succesvolle RBOZ , NPCF en LOC projecten de afgelopen jaren;

· Er vindt afstemming plaats met het programma Versterking patiënten in de cure opgenomen in de MJA Cure. Ook zullen andere zorgvragersorganisaties betrokken worden bij de uitvoering van activiteiten.


3. De regio


3.1 Functies en taken

In de regio worden de functies en taken uitgevoerd, die vastgelegd zijn in de MJA V&V (zie pré-ambule), op basis van een samenwerkingsovereenkomst tussen ouderenorganisaties en RP/CP.

Het RP/CP vormt het aanspreekpunt in de regio en vormt het coördinatie- en ontmoetingspunt.

De ouderenorganisaties in de regio dragen zorg voor visie-ontwikkeling, vertegenwoordiging en de inzet van hun infrastructuur. Inhoudelijke ondersteuning en
deskundigheidsbevordering van externe vertegenwoordigers wordt op basis van ieders specifieke deskundigheid in onderling overleg georganiseerd (bijlage 1 Model samenwerkingsovereenkomst).


3.2 Regioplan V&V

Vóór 1 maart 2000 stellen regionale zorgvragerspartijen (RP/CP mede namens categoriale patiëntenorganisaties, ouderenbonden en LOC/NVBV) onder regie van het RP/CP, een regioplan V&V op. In het plan wordt aangegeven welke doelen bereikt moeten zijn in 2002 en hoe de regionale taken en functies, zoals vastgelegd in de MJA V&V, worden ingevuld. Verder wordt vastgelegd hoe de uitvoering van taken wordt verdeeld over de zorgvragersorganisaties. Ouderenbonden en LOC/NVBV dragen zorg voor het ophalen van ervaringskennis uit hun achterban, het informeren van hun achterban en het voordragen van deskundige vertegenwoordigers. Zij kunnen inhoudelijke ondersteuning bieden aan hun vertegenwoordigers. Hierbij kunnen zij hun consulenten en steunfunctionarissen inzetten. RP/CP's dragen zorg voor coördinatie en de gezamenlijke ondersteuning van vrijwilligers. RP/CP's dragen ook zorg voor het ophalen van ervaringskennis bij catergoriale organisaties en organiseren vertegenwoordigen.

Regionale partijen stellen gezamenlijk het plan vast op basis van inhoudelijke inbreng van alle partijen. Het regioplan baseert zich op bestaande deskundigheden en netwerken, zodat `good practices' kunnen worden gecontinueerd.

De regioplannen (inclusief begroting) worden vóór 1 maart ingediend bij het Patiëntenfonds.


3.3 Voorbereidingstraject

Voor elke regio is tot 1 maart 2000 f 42.000,- beschikbaar (gefinancierd uit gelden van het MJA Cure 1999) voor het maken van een regioplan V&V . Het RP/CP draagt zorg voor het maken van dit plan, Tenzij regionale partijen anders overeenkomen.

Tot 1 maart 2000 wordt de ontwikkeling van regionale plannen V&V ondersteund door een team van 4 kwartiermakers. Deze kwartiermakers krijgen de opdracht er zorg voor te dragen dat in alle regio's regioplannen V&V en Cure worden gemaakt op basis van de gemaakte afspraken. Zij dragen zorg voor afstemming tussen de plannen V&V en de plannen Cure.

Zij verrichten daartoe de volgende werkzaamheden:

· Schrijven van een raamplan, dat een inhoudelijk kader aangeeft tot het maken van regioplannen V&V en Cure;

· Het ondersteunen van RP/CP's en de daarbij aangesloten (categoriale) organisaties bij het maken van regioplannen V&V en Cure;

· Zorg dragen, samen met de landelijke coördinatoren, voor het verdelen van thema's;

· Organiseren, samen met de landelijke coördinatoren, van een `boven regionale' conferentie;

· Aanspreek-en informatiepunt zijn voor regionale zorgvragerspartijen;

De kwartiermakers worden gefinancierd uit gelden van MJA Cure en zijn in dienst van de regiogroepen van de RP/CP's.

De kwartiermakers worden aangestuurd door een coördinator V&V , gezamenlijk aan te stellen door Ouderenbonden, LOC en NPCF, en een coördinator Cure (voortkomend uit het NP/CF).

De beide coördinatoren vormen samen met de beleidsmedewerker regiozaken van de NP/CF een projectteam. Een stuurgroep van NP/CF / LSR, ouderenbonden en LOC/NVBV begeleidt het traject V&V en informeert per vergadering de besturen van NP/CF, ouderenbonden en LOC/NVBV .

De coördinator V&V realiseert tot 1 maart de volgende werkzaamheden:

· Het ontwikkelen van een kader voor regionale plannen V&V;

· Het mede inhoudelijk aansturen van de kwartiermakers;

· Het ontwikkelen van een landelijk programmavoorstel V&V (zie volgende paragrafen);

· Het mede organiseren van vier boven regionale conferenties;

· Afstemming met het traject Cure.

Na 1 maart coördineert een Coördinator V&V in ieder geval het driejarige landelijk programma V&V. Verdere taken worden benoemd in paragraaf 4.1.


3.4 Verdeling gelden

De beschikbare 3,975 miljoen wordt verdeeld over 28 RP/CP's in 27 WZV regio's.

Deels ontvangen zij een basisbedrag, deels een variabel bedrag . Het basisbedrag is gebaseerd op de elementen regiovisie en zorgkantoren. Het variabele bedrag wordt deels op basis van het inwoneraantal, deels op basis van het aantal 75 plussers vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij de systematiek van de MJA in de cure.

Bijlage 2 bevat een verdelingsoverzicht. Op korte termijn wordt hierover door de stuurgroep een besluit genomen

Ten aanzien van de besteding van gelden wordt uitgegaan van een 60-40 procent verhouding.

Dit betekent dat 60 procent is bedoeld voor financiering van personele capaciteit en 40 procent voor activiteiten. Van deze verhouding kan met een goede inhoudelijke onderbouwing worden afgeweken. Het geld wordt in principe besteed in de regio. Wel kunnen elders producten en diensten worden ingekocht. Ook kunnen regio's besluiten gezamenlijk deskundigheid in te kopen.

In de regio maken zorgvragerspartijen gezamenlijk een regioplan. De werkzaamheden, voortkomend uit het gezamenlijke regioplan, worden op basis van de verdeelsleutel 3:1:1 verdeeld en uitgevoerd door de RP/CP's, mede namens de categoriale patiëntenorganisatie, ouderenbonden en LOC/NVBV .

Hierdoor wordt een optimaal draagvlak gecreëerd voor de activiteiten en vindt goede inbedding plaats in bestaande infra-structuren. De in de regio beschikbare gelden worden volgens dezelfde verdeelsleutel toegekend vanuit het principe `geld volgt taken'. De stuurgroep V&V (uit paragraaf 4.1) treedt op als arbitragecommissie.

Het RP/CP dient bij het Patiënten fonds vóór 1 maart 2000 namens alle samenwerkende organisaties een regioplan V&V plus begroting in. Aan dit regioplan ligt een samenwerkingsovereenkomst ten grondslag. Het RP/CP fungeert als kassa en betaalt alle organisaties op declaratiebasis voor hun werkzaamheden.

Het patiëntenfonds beoordeelt de regioplannen op basis van adviezen van een begeleidingscommissie bestaande uit NP/CF /LSR, Patiëntenfonds, ouderenbonden, VWS, IPO en LOC/NVBV.

De criteria voor de beoordeling volgen rechtstreeks uit het MJA V&V.


4. Landelijk programma V&V


4.1 Landelijke ondersteuning regio

In MJA V&V is afgesproken gedurende drie jaren bestaande landelijke ondersteuningsactiviteiten (waar vanuit de regio behoefte aan is) voort te zetten.

Er gaat zodoende geen expertise verloren en er wordt optimaal gebruik gemaakt van bestaande netwerken zoals bij voorbeeld het RBOZ netwerk van de ouderenbonden en het LOC/NVBV netwerk.

Bovendien wordt voorkomen dat iedere regio `het wiel gaat uitvinden'; dit bevordert efficiënte inzet van financiële middelen.

Het driejarige landelijke programma V&V heeft de volgende taken:

· Informatievoorziening vanuit landelijk perspectief;

· Deskundigheidsbevordering voor zover niet `regionaal gebonden';

· Netwerkontwikkeling;

· Materiaalontwikkeling;

Daarnaast bevat het programma een ontwikkelingstraject voor:

· Afstemming V&V met cure;

· Bottom-up financiering van de landelijke ondersteuning;

· Evaluatie van het V&V programma.

Het driejarig programma V&V wordt vanaf 1 maart 2000 aangestuurd door een brede bestuurlijke stuurgroep van ouderenbonden, LOC/NVBV en NP/CF /LSR.

De coördinatie van het programma ligt bij een coördinator V&V, die aangesteld wordt door Ouderenbonden, LOC/NVBV en NPCF en nauw samenwerkt met de coördinator cure. De coördinator V&V werkt full-time en verzorgt de eindcoördinatie van het programma en organiseert de stuurgroepbijeenkomsten. NP/CF, ouderenbonden en LOC/NVBV zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van programma-onderdelen. De coördinator V&V heeft zitting in een projectteam samen met de eerder genoemde coördinator Cure en de beleidsmedewerker regiozaken van de NP/CF.

Het programma wordt, op basis van voorstellen vanuit de zorgvragerspartijen, uitgewerkt in een driejarig programmavoorstel V&V.

Taken en werkzaamheden worden in onderling overleg uitgevoerd waarbij wordt aangesloten bij bestaande expertise en ervaring. De ouderenbonden hebben van 1995 tot heden ervaring opgedaan met informatievoorziening, deskundigheidsbevordering en netwerkontwikkeling in het kader van het project Regionale Belangenbehartiging in de Zorg (RBOZ). Het LOC/NVBV houdt zich bezig met de ontwikkeling en uitvoering van kwaliteitsinstrumenten en heeft een project ontwikkeld gericht op verdeling van regionale volumemiddelen V&V.

De NP/CF heeft zich gericht op curriculumontwikkeling voor beroepskrachten in de V&V sector, coördinatiewerkzaamheden, op evaluatieonderzoek, het ontwikkelen en toepassen van een kwaliteitsinstrument in de thuiszorg.


4.2 Voorbereidingstraject

Het landelijk programma V&V 2000 - 2002 wordt voorbereid door de coördinator V&V in nauw overleg met de landelijke ouderenbonden, LOC/NVBV en NP/CF, die elk voorstellen doen voor programmaonderdelen en de begroting daarvan.

De coördinator V&V komt voort uit de ouderenorganisaties en onderhoudt nauw contact met de landelijke organisaties en de coördinator cure.

De stuurgroep V&V stelt het programmavoorstel V&V vast.

Uiterlijk 1 januari 2000 wordt het programmavoorstel V&V plus begroting ingediend bij het Patiëntenfonds. Het programma start uiterlijk 1 maart 2000 en eindigt eind 2002.

In 2000 vindt een nulmeting plaats In 2002 wordt het evaluatieonderzoek afgerond.


4.3 Financiën

Van 2000 tot eind 2002 wordt jaarlijks f 525.000,- van de totale 4,5 miljoen besteed aan landelijke ondersteuningstaken. Hiervan is f 300,000,- geoormerkt voor activiteiten en personele inzet van de ouderenbonden f 225.000,- voor activiteiten en personele inzet van LOC/NVBV en NP/CF. De landelijke ondersteuningsactiviteiten worden zo gedurende drie jaren minimaal begroot op

f 525.000,- per jaar. Uit deze gelden worden de taken gefinancierd, die zijn vastgelegd in de MJA V&V (zie Pré-ambule).Voor aanvullende onderdelen worden verder aanvullende middelen gezocht bij ZorgOnderzoek Nederland en bij andere bronnen. Jaarlijks wordt daarnaast via bottom-up financiering een bedrag gegenereerd via bijdragen vanuit de regio's.

Na 2002 wordt gewerkt via bottom-up financiering, waarbij 5% van de totale gelden wordt besteed aan landelijke taken en 95% aan regionale taken. De systematiek voor bottom-up financiering in de V&V is uiterlijk eind 2002 ontwikkeld.

De NP/CF dient het programmavoorstel V&V en de begroting in bij het Patiëntenfonds uiterlijk

1 januari 2000 en fungeert als kassa. Het patiëntenfonds beoordeelt het programma op basis van adviezen vaneen begeleidingscommissie bestaande uit NP/CF / LSR, Patiëntenfonds, ouderenbonden, LOC/NVBV, VWS en IPO. De criteria volgen rechtstreeks uit het MJA V&V.

De NP/CF betaalt alle zorgvragersorganisaties op declaratiebasis voor hun werkzaamheden conform de afgesproken taakverdeling en begrotingen.


4.3.1. Overbruggingsfinanciering

De landelijke ouderenbonden en LOC/NVBV dienen zo spoedig mogelijk gezamenlijk een voorstel in voor een overbruggingsfinanciering tot 1 maart 2000. Hiermee worden de lopende activiteiten van het RBOZ project en LOC/NVBV activiteiten gefinancierd.


5. Tot slot

De NP/CF, ouderenbonden ANBO, NISBO, PCOB, Unie KBO en LOC/NVBV zullen de komende jaren samenwerken aan de uitvoering van bovenstaande voorstellen.

In deze samenwerking wordt optimaal gebruik gemaakt van bestaande expertise.

Nadrukkelijk is er sprake van een ontwikkelingstraject dat tijd nodig heeft om tot goede resultaten te leiden.

Namens het landelijk samenwerkingsverband van RP/CP's en NP/CF

Dhr. J.Pool

Namens de ANBO, bond van vijftigplussers

Dhr. M.R. van der Heijden

Namens de Protestants Christelijke Ouderenbond

Dhr. G.J. Hazenkamp

Namens de Unie van Katholieke Bonden van Ouderen

Dhr. M.J.J. van Amelsvoort

Namens de Landelijke Organisatie van Cliëntenraden in de Ouderenzorg

Dhr. J.Verbree

Namens de Nederlandse Vereniging Belangenbehartiging Verpleeghuisbewoners

Dhr. H. Snel

7

Deel: ' Overeenkomst Raamwerk Programma Verpleging & Verzorging '




Lees ook