Datum : 2/12/1999 Pensioengat bedraagt F 18 miljard per jaar

Telegraaf 2-12-1999

Om het dreigende 'pensioentekort' van alle werknemers in Nederland op te heffen is jaarlijks een storting van 18 miljard aan lijfrentepremies nodig. Dit is 12 miljard meer dan nu aan lijfrentepremies wordt gestort. Daaruit blijkt dat er, ondanks het belastingplan 21e eeuw, nog voldoende groeimogelijkheden zijn voor de levensverzekeraars.

Het pensioentekort is berekend door het Centrum voor Verzekeringsstatistiek van het Verbond van Verzekeraars. Omdat het verbond zelf verbaasd was over de grootte van het pensioentekort, zijn de onderzoeksresultaten getoetst (en juist bevonden) door het actuarieel adviesbureau Tillinghast Towers Perrin. Volgens het Verbond van Verzekeraars valt een storting van in totaal 18 miljard binnen de grenzen van het nieuwe belastingstelsel dat in 2001 ingaat. Deze storting kan dan ook in principe aftrekbaar zijn, aldus het verbond. Het wetsvoorstel Belastingherziening 2001 gaat er namelijk van uit dat pensioen- en lijfrentepremies aftrekbaar zijn als zij leiden tot een oudedagsvoorziening van maximaal 70% van het eindloon, op te bouwen in 40 jaar en gebaseerd op de aow voor een alleenstaande. Eind 1998 was er volgens het Centrum voor Verzekeringsstatistiek naast de aow-pot bij de pensioenfondsen 725 miljard aan voorzieningen beschikbaar voor in de toekomst uit te keren pensioenen. Verder lag er op dat moment voor 20 miljard aan voorzieningen voor lijfrentes die na het 65e jaar ingaan. Het centrum constateert dat het totaal aan voorzieningen onvoldoende is om alle werknemers op 65-jarige leeftijd een pensioen van 70% van het laatstverdiende loon uit te keren. Om het pensioengat te dichten zou een eenmalige voorziening van 160 miljard nodig zijn, maar dit is in de praktijk volstrekt onhaalbaar, realiseert het centrum zich. Het pensioentekort is ontstaan door uiteenlopende oorzaken. Soms hebben werknemers onvoldoende aow-rechten opgebouwd, bijvoorbeeld omdat zij een tijd in het buitenland hebben gewoond. Bij bedrijfspensioenen komt het regelmatig voor dat de regeling opbouwt voor een lager percentage dan 70% van het eindloon. Ook de beruchte 'pensioenbreuk' door verandering van werk in het verleden speelt nog steeds een rol.

Verder zijn werknemers soms pas op latere leeftijd met hun pensioenopbouw begonnen of viel iemand gedurende een bepaalde periode helemaal niet onder een pensioenregeling. Daarnaast kunnen ww-uitkeringen en scheidingen, waarbij de partner een deel van de pensioenrechten krijgt overgedragen, roet in het eten gooien. Eigenlijk is het daadwerkelijke pensioentekort nog veel hoger, aldus het centrum. Bij de berekeningen die zijn gebaseerd op de belastingherziening 2001 is er geen rekening mee gehouden dat "grote groepen gepensioneerden", zoals tweeverdieners, in de praktijk vaak minder aow krijgen dan waar de pensioenregeling vanuit gaat. Bij het pensioen van beide partners wordt rekening gehouden met het ontvangen van tweemaal de gehuwden-aow, in totaal dus vier keer. In feite ontvangen zij 'slechts' tweemaal de gehuwden-aow. Het wetsvoorstel biedt geen ruimte voor reparatie van deze 'gaten'. Maar om deze gaten te dichten, zou een voorziening van 275 miljard nodig zijn. Dit komt neer op een jaarlijkse storting van lijfrentepremies van 30 miljard, ofwel 24 miljard meer dan nu het geval is. Volgens het Verbond van Verzekeraars toont het onderzoek aan dat er bij de aftrek van lijfrentepremies niet of nauwelijks sprake is van oneigenlijk gebruik. Vrijwel alle lijfrentepolissen zijn nodig voor het pensioen en worden niet zo maar als aantrekkelijke aftrekpost gebruikt, aldus het verbond. Ook stelt het verbond dat de toegankelijkheid van de fiscale faciliteiten voor oudedagsvoorzieningen in het nieuwe belastingstelsel centraal dient te staan. Werknemers kunnen op grond van het wetsvoorstel volgens het verbond nauwelijks berekenen of zij de grens van 70% van het laatstverdiende loon al dan niet halen. Daarom is het verbond gecharmeerd van het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) om de lijfrente-aftrek tot 4000 per jaar vrij te stellen en aan het einde van de loopbaan van werknemers te toetsen of het pensioen inderdaad 70% van het laatstverdiende salaris bedraagt.

top

Deel: ' Pensioengat bedraagt F 18 miljard per jaar '




Lees ook