Planten- en dierentuinen trekken ruim 11 miljoen bezoekers

Planten- en dierentuinen in Nederland hebben in 1997 bijna 11,5 bezoekers ontvangen. Uit een nieuw CBS onderzoek blijkt dat met 9,8 miljoen bezoeken per jaar vooral dierentuinen populair zijn bij het publiek. Dit staat in de CBS-publicatie Planten- en dierentuinen 1997. Hierin worden gegevens over onder meer collectie, publieksactiviteiten, bezoekers, personeel en financiën beschreven.

Van dierenverzameling naar biotopentuin

De 24 dierentuinen in Nederland, waaronder ook aquaria en reptielenzoo's, hadden in 1997 gemiddeld een kleine 200 diersoorten in de collectie. Moderne dierentuinen streven niet meer naar het houden van zoveel mogelijk diersoorten. Andere doelstellingen zijn veel belangrijker, zoals het houden van dieren in (fok)groepen en het creëren van een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving voor de dieren, zogenoemde biotopen. Sommige parken zijn gespecialiseerd in maar één of enkele diersoorten, zoals apen, vogels of reptielen. In de meeste dierentuinen worden rondleidingen en kinderactiviteiten georganiseerd. Daarnaast zijn er nog andere educatieve activiteiten, zoals tentoonstellingen, demonstraties met bijvoorbeeld roofvogels, spinnen en slangen, infostands, leskisten, lezingen, themadagen, theater en de uitgave van een blad of nieuwsbrief. Verder zijn in bijna alle dierentuinen horecagelegenheid en winkelverkoop aanwezig. Inkomsten van dierentuinen bestaan voor bijna 90% uit entreegelden, horeca en winkelverkoop. Ruim 10% komt voort uit subsidies. Meer dan de helft van de bezoekers aan dierentuinen koopt een kaartje, een derde heeft een abonnement. Uitgaven voor personeel vormen de grootste kostenpost, 42%. Slechts 3% gaat op aan kosten voor voeding en verzorging en 5% aan kosten voor promotie.

Plantentuinen ook veel publieksactiviteiten

De 75 plantentuinen in het onderzoek hadden in 1997 gemiddeld 2 000 plantensoorten in de collectie. Ook plantentuinen hebben het publiek meer te bieden dan alleen het openstellen van de tuin. Ongeveer de helft organiseert ontvangsten en rondleidingen voor schoolklassen en andere bezoekers. Een kwart organiseert daarnaast ook kinderactiviteiten. Circa 40% van de tuinen heeft horecavoorzieningen en soms een winkel. Bij plantentuinen is bijna 80% van de inkomsten afkomstig uit entreegelden, horeca, winkelverkoop e.d., 17% komt voort uit subsidies. Ook bij de plantentuinen koopt meer dan de helft van de bezoekers een kaartje. Er zijn ook veel niet-betalende bezoekers en abonnementhouders. Een derde van de plantentuinen is gratis toegankelijk.

Aantal werkzame personen

In 1997 waren er bij de planten- en dierentuinen ruim 2 100 personen in loondienst. Daarnaast waren er nog 300 overig betaalde arbeidskrachten werkzaam. Samen bezetten zij 1 400 volledige arbeidsplaatsen. Verder maakten de planten- en dierentuinen gebruik van de diensten van ruim 1 500 vrijwilligers en onbetaalde stagiaires.

Technische toelichting

De gegevens zijn verkregen via het onderzoek Planten- en dierentuinen 1997. Dit onderzoek is het eerste op dit gebied. Onder plantentuinen worden zowel de wetenschappelijke tuinen (hortussen, botanische tuinen, arboreta e.d.) verstaan alsook tuinen met een meer natuureducatieve of recreatieve doelstelling: heem- en kruidentuinen, voorbeeldtuinen, kijk- en siertuinen. Tuinen die niet of alleen gedurende een korte periode zijn opengesteld voor publiek zijn niet meegeteld. Bij de dierentuinen worden ook natuurparken, safariparken, aquaria, reptielenzoo's, dolfinaria en overige in één of enkele diersoorten gespecialiseerde parken (apen, vogels, otters) meegerekend.

Deel: ' Planten- en dierentuinen trekken ruim 11 miljoen bezoekers '




Lees ook