Pleidooi voor evenwichtige man-vrouwverdeling in Hoge Raad

De huidige samenstelling van de Hoge Raad lijdt aan een ernstig manco: vrouwen zijn hierin sterk ondervertegenwoordigd. Deze situatie wordt gedoogd met argumenten als 'er zijn onvoldoende kandidaten' en 'het is een kwestie van tijd'. Deze beweringen zijn niet meer geloofwaardig, laat staan dat ze overtuigen, stelt prof prof. mr. dr. Ben Sloot, hoogleraar metajuridica aan de Open Universiteit in zijn afscheidsrede die hij houdt op vrijdag 16 maart 2012. Een belangrijke oorzaak voor deze eenzijdige samenstelling is conceptueel: een onvoldoende doordenking van het 'representatieve' karakter van de rechterlijke macht, in het bijzonder de Hoge Raad.

Rechterlijke beslissingen, met name die op het hoogste niveau zijn nimmer louter juridisch technisch maar bevatten altijd een politiek geladen keuzemoment. Vanuit democratisch standpunt is het daarom onjuist dat bij die beraadslagingen vrouwen zo sterk zijn ondervertegenwoordigd. Een tweede argument voor een evenwichtige man-vrouwsamenstelling van de Hoge Raad is de grote normatieve voorbeeldwerking die daarvan uitgaat. Als andere mensen en organisaties zien dat de Hoge Raad de wettelijke normen van gelijke behandeling daadwerkelijk serieus neemt dan is het voor hen veel gemakkelijker om zich ook zo te gedragen. De Hoge Raad als toonbeeld van rechtmatigheid en sociale rechtvaardigheid! Een derde argument betreft de diversiteit. Zo weinig vrouwen aan tafel verarmt en verschraalt de rechterlijke beraadslagingen. Mannen kunnen zich verplaatsen in de positie van vrouwen, maar dat is veel eenvoudiger of soms uitsluitend mogelijk indien vrouwen gelijkelijk aanwezig zijn.

Prof. Sloot voegt hieraan toe dat deze redenering ook gevolgen heeft voor de man-vrouwverdeling van de rechterlijke macht in haar totaliteit. Daar lijkt de huidige meerderheid van vrouwen alsmaar toe te nemen. Dat is om bovenstaande drie redenen - democratisch deficit, voorbeeldwerking en diversiteit - ongewenst. Voor de gehele rechterlijk macht is het van belang dat zij een redelijk afspiegeling vormt van de samenleving, i.c. een evenwichtige man-vrouwverdeling. Om hierbij rigiditeit te vermijden en een zekere flexibiliteit te bewaren zou de normatieve vuistregel 60%-40% kunnen luiden. Met andere woorden, bij de verschillende lagen van de rechterlijke macht zou het percentage mannen, c.q. vrouwen nooit onder de 40% mogen vallen. De consequentie van deze flexibele quota zou kunnen zijn dat op termijn de aanwas van vrouwelijke (lagere) rechters wordt beperkt.

Ten slotte, en in lijn van zijn betoog, breekt Sloot een lans voor de afschaffing van de antiquarische benaming 'raadsheer' voor vrouwelijke rechters bij de Hoge Raad en de Gerechtshoven. Ook dat zou een belangrijk normatief signaal zijn.

Over prof. Ben Sloot Ben Sloot studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij het doctoraal Nederlands recht en het doctoraal sociologie behaalde. Als Harkness Fellow verbleef hij enige jaren in de Verenigde Staten aan de Universiteit van Californië te Berkeley (rechtssociologie) en de Harvard Law School, waar hij een LL.M. verwierf. In 1986 promoveerde hij aan de juridische faculteit te Leiden. Hij doceerde recht en rechtssociologie aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden, Maastricht en O(nn)ati (Spanje). Sedert 1987 is hij hoogleraar bij de faculteit Rechtswetenschappen aan de Open Universiteit, waaraan hij als (onbezoldigd) hoogleraar verbonden blijft.

Deel: ' Pleidooi voor evenwichtige man-vrouwverdeling in Hoge Raad '




Lees ook