SP afdeling Groningen


Programma van de SP voor de Statenverkiezingen van 3 maart 1999 in de provincie Groningen.

Inleiding

Op alle mogelijke manieren tegengas geven aan de groeiende tweedeling en voorkomen dat het unieke en vaak nog ongeschonden Groningse landschap ten prooi valt geldbeluste projectontwikkelaars. Dat zijn in de visie van de SP de belangrijkste opgaven voor de nieuwe Provinciale Staten die op 3 maart 1999 gekozen worden.

Bij de Statenverkiezingen van 1995 deed de SP met twee zetels haar intrede in de Staten van Groningen, een bevestiging van de groei die onze partij doormaakte. En ook in de jaren daarna werden we steeds groter. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer groeiden we in mei '98 van twee naar vijf zetels. Bij de raadsverkiezingen van maart was ons zeteltal al toegenomen van 140 naar 223 raads- en deelraadsleden. In onze provincie maakten we in 1998 ons debuut in de gemeenteraden van Hoogezand-Sappemeer, Delfzijl en Winschoten.

De afgelopen periode hebben we in de Staten oppositie gevoerd. Onze centrale stellingname was gericht tegen de neo-liberale koers die ook door het provinciebestuur omarmd is. Wij hebben in de achterliggende jaren daar steeds tegen geageerd, en benadrukt dat de overheid zorg moet dragen voor solidariteit in de maatschappij, menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid. De komende jaren gaan we door op deze weg. We blijven binnen en buiten raden en staten knokken voor een sociale samenleving. Extra aandacht zullen we daarbij de komende tijd geven aan de strijd die los gaat branden rond het behoud van het landschap. Economische ontwikkeling moet in Groningen. Maar het moet daarbij wel om een gestuurde ontwikkeling gaan, waarbij niet het belang voorop staat van de projectontwikkelaar of de ondernemer die op een bijzondere 'zichtlokatie' zijn bedrijf wil plaatsen. De landschappelijke kwaliteiten van Groningen zijn er voor iedereen, en moeten bewaard worden voor de toekomstige generaties. De overheid moet op dit gebied sterk sturend optreden.

Een sterke, sturende provincie. De provincie als bestuursorgaan heeft zichzelf overleefd. De historische grenzen van eeuwen geleden hebben hun betekenis verloren. En logischerwijs hebben ook de mensen hun aandacht voor het provinciaal bestuur grotendeels verloren. Het beste is het daarom wanneer de provincies vervangen worden door democratisch gekozen regiobesturen. De gebiedsindeling van die regio's moet plaatsvinden op basis van de hedendaagse samenhang van het gebied. Maar: zolang de provincie bestaat dient ze met kracht haar taken te vervullen.

Een van de meest duidelijke tendensen in de maatschappij is de terugtrekkende overheid. Steeds meer wordt overgelaten aan 'de markt'. De meeste politieke partijen denken dat de vrije markt het best in staat is de samenleving te regelen. Maar wat voor samenleving krijgen we, als niet de democratisch gekozen overheid, maar de oncontroleerbare markt de dienst uitmaakt? Wanneer het winstprincipe de regie voert in plaats van het algemeen belang? Hoe gaan we de volgende eeuw in wanneer het korte-termijn belang alles bepaalt, en er geen visie meer is over hoe het beter kan in onze maatschappij? Meer markt betekent minder democratie. Meer markt is ook een minder eerlijke verdeling van werk en inkomen. Meer markt is daarnaast minder aandacht voor mens en milieu. De Markt kent immers maar wet: het recht van de sterkste, de dikste portemonnee.

Gronings tegengas is:


* Een provinciaal bestuur dat zich afzet tegen de gedachte dat De Markt de zaken beter kan regelen dan de overheid.
* Een provinciaal bestuur dat sterk stuurt, vanuit het algemeen belang. Ook als dat ingaat tegen de huidige tijdgeest.
* Landschap en Water Nederland wordt steeds gelijkvormiger. De 'brabandisering' van het landschap bedreigt ook de provincie Groningen. Onze provincie kent nu nog gebieden die elders nauwelijks meer te vinden zijn, vooral het unieke wierdenlandschap in het noordwesten. De ruimte, rust en kleinschaligheid van het platteland heeft een bijzondere waarde. Toch dreigen die specifieke streek-kenmerken in de provincie langzamerhand te verdwijnen. Natuur en landschap gaan nog altijd achteruit, zo bleek uit een onlangs gepubliceerd rapport. Schaalvergroting in de landbouw - en daarmee versnippering van het landschap- is een belangrijke oorzaak. Maar ook het aanzien van karakteristieke dorpen en landschap wordt verpest. Aanleg van wegen, bedrijfsterreinen en woonwijken geeft een steeds uniformer beeld. De -Blauwe Stad- in de gemeenten Scheemda, Winschoten en Reiderland is een aanslag op het oude landschap, dat verandert in een slechts voor kapitaalkrachtige toeristen toegankelijk kunstmatig merengebied.
Hoezeer het water in onze provincie een bedreiging kan zijn, bleek in het najaar van 1998. Doordat een natuurlijk waterbeheer opgeofferd is geweest aan andere belangen (en mogelijk vanwege bodemdaling) kon een ramp vanwege overvloedige regenval maar net voorkomen worden.

* Er komt in Groningen een gedeputeerde voor Landschapsbehoud om te voorkomen dat versnippering van de aandacht (over milieu, monumentenzorg, ruimtelijke ordening, landbouw en waterstaat) belemmert dat er voldoende aandacht is voor dit belangrijke terrein.

* Meer aandacht voor behoud van typisch landschappelijke en historische waarden. Het open landschap als belangrijke kwaliteit van Groningen dient gewaarborgd te blijven. Het wierdenlandschap, de houtwallen in het Westerkwartier, en het hoevenlandschap rond Westerwolde verdienen bijzondere aandacht.

* Daarnaast moet ook de bio-diversiteit en het cultuur-historische erfgoed beschermd blijven. Oude, karakteristieke boerderijen dienen een passende bestemming krijgen in plaats van gesloopt of aan het verval prijsgegeven te worden. Maar bijvoorbeeld ook de kenmerkende panden in het centrum van Winschoten of oude fabrieken zoals de voormalige strokartonfabriek in Scheemda moeten gerestaureerd en bewaard blijven.

* Aan de speelruimte voor projectontwikkelaars worden strenge grenzen gesteld worden. Nieuwbouw wordt zorgvuldig ingepast in het landschap. Geen 'Drentse witte schimmel' (ontsierende nieuwbouwwijken) in Groningen. Geen 'buitendijkse' nieuwe wijk in Zoutkamp.

* Groene buffers tussen plaatsen zoveel mogelijk in stand houden. De ecologische hoofdstructuur dient optimaalbeschermd te worden.
* Net als het toezicht op de oude Groninger dijken zorgt de provincie er voor dat gemeentegrenzen overstijgende natuur- en landschapswaarden niet verder aangetast worden.
* De Waddenzee verdient strenge bescherming tegen overbevissing, militaire oefeningen, gasboringen, lozingen, schadelijke gevolgen van massatoerisme.

* Recreatievoorzieningen worden ingepast in het landschap. Grootschalige recreatieparken komen er niet.
* De bouw van metershoge (licht)reclamezuilen wordt niet toegestaan.
* Waterbeheersing vereist een andere aanpak dan het bouwen van hogere dijken, meer gemalen, of grotere afwateringssluizen. Er moet een meer natuurlijk waterbeheer komen, waarbij het regenwater langer vastgehouden wordt.
Dat heeft drie voordelen:
bescherming tegen overlast, extra drink- of spoelwater, voorkoming van uitdroging.

* Een nieuw te bouwen sluis bij Schaphalsterzijl komt ondergronds.
* De waterschappen in Groningen en Drenthe moeten meer samenwerken.
* Schade door wateroverlast moet afdoende gecompenseerd worden, zeker in de gebieden die bewust onder water zijn gezet, zoals de Tusschenklappenpolder.

Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijk beleid voeren is een van de belangrijkste taken van de provincie. Met name de afspraken die in overleg met gemeenten gemaakt worden over aantallen nieuw te bouwen woningen, en de locatie daarvan. De laatste tijd zijn in onze provincie grootschalige sloopplannen aan de orde. Daarnaast worden veel huurwoningen verkocht. Met deze herstructurering zijn in de gemeente Winschoten 1000 woningen gemoeid, in Hoogezand 1100 tot 1200, en in de stad Groningen zelfs 12.000. Het gaat met name om goedkope huurwoningen waar weinig mee mis is. Er moet
-in vergelijkbare aantallen-nieuwbouw voor in de plaats komen, veelal duurdere koopwoningen op mooie locaties. Deze absurd hoge onttrekking van sociale huurwoningen gaat alle perken te buiten. Er blijkt maar een ding uit: de makelaars, de bouwbedrijven en de projectontwikkelaars geven de toon aan. De gemeenten laten zich opjagen in een rat-race om welgestelde inwoners te trekken. Daarbij worden flinterdunne prognoses over de woonmarkt van de toekomst gehanteerd, die suggereren dat betaalbare huurwoningen voor mensen met een laag inkomen uit de tijd zijn. Elders, bijvoorbeeld in Pekela rond de Willem de Zwijgerlaan, wordt de boel maar de boel gelaten. Gebrek aan noodzakelijk onderhoud doet mensen uit zichzelf verhuizen. Langzamerhand verpaupert de buurt. Gemeente en corporatie schieten gezamenlijk tekort. In de bejaardenhuisvesting ontstaan steeds meer experimenten waarbij een mix gezocht wordt tussen een zelfstandige woning en een verzorgingsplaats. Op zich is dat een goede ontwikkeling. In de praktijk krijgen de ouderen echter te maken met ondoorzichtige en erg hoge kostenberekeningen en blijft controle van de provincie achterwege.

Gronings tegengas is


* Slopen alleen wanneer er sprake is van structurele leegstand of grote gebreken. Mensen die gedwongen moeten verhuizen dienen een ruime verhuisvergoeding te krijgen, en garanties over hun voorkeur voor plek en soort nieuwe woning.

* Nieuwbouw -dientengevolge- ook met mate, en waar mogelijk in of bij bestaande wijken. Duurzaam bouwen met aandacht voor milieu-besparende effecten staat daarbij voorop. Er moeten gevarieerde wijken ontstaan waarin duurdere (koop)woningen afgewisseld worden met goedkope (huur)woningen, en met voorzieningen in de buurt.

* Er moeten meer betaalbare ouderenwoningen komen. waar mogelijk door aanpassing van bestaande woningen. Betere controle van de provincie op de betaalbaarheid van ouderenhuisvesting.
* Gemeenten waar nu een bouwstop geldt, moeten de mogelijkheid krijgen om --in beperkte mate, en betaalbaar-- te bouwen voor de eigen bevolking.

* Meer geld in stadsvernieuwing: onderhoud van woningen en van de woonomgeving is verreweg de beste methode om verpaupering tegen te gaan.

* Bewoners in een zo vroeg mogelijk stadium bij de planvorming betrekken, en inspraak ook daadwerkelijk inspraak laten zijn. Geen lesjes waarin verteld wordt hoe het moet en zal.
* Nieuwe gemeentelijke herindelingen alleen als uit een referendum onder de bevolking blijkt dat een meerderheid voor is.

Economie

Een van de grootste problemen in onze provincie is de werkloosheid. De werkloosheid in Groningen is tweemaal zo hoog als het landelijk gemiddelde. Daardoor is het voor veel mensen eenvoudigweg onmogelijk om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Terwijl elk bedrijf zich in de Randstad wil vestigen, is de animo voor het noorden veel geringer. Vooral in de regio Rijnmond is veel overlast (verkeersproblemen, luchtverontreiniging, geluidsoverlast) en weinig natuur meer over vanwege de grote concentratie van industrie. Gelijktijdig is er juist in het noorden gebrek aan bedrijvigheid, waardoor de werkloosheid en daarmee de armoede veel hoger is dan in de rest van het land. Een verhoudingsgewijs groot aantal van de armste buurten van Nederland ligt in onze provincie. De stad Groningen heeft al jarenlang het hoogste werkloosheidspercentage van alle grote steden. Hoe verder oostelijk in de provincie, hoe groter het probleem. In Reiderland leeft 50% van alle mensen op het sociaal minimum. Het toestoppen van enkele miljarden aan Langman-gelden is niet voldoende om het probleem aan te pakken, omdat er alleen in de voorwaarden-scheppende sfeer iets mee gedaan kan worden. Het blijft maar afwachten of het wat oplevert. Het gebrek aan doortastend optreden van de (rijks)overheid om aan de tegenstelling tussen Westen en Noorden iets te doen is een symptoom van het bestuur dat de zaken aan de markt overlaat. Maar ook provincie -en gemeenten- laten het bedrijfsleven de agenda bepalen, teneinde die broodnodige banen hier te krijgen. De locale overheid probeert met allerlei lokkertjes de ondernemers te verleiden. Alles bijelkaar worden er kolossale sommen geld -zonder enige garantie op meer werk- genvesteerd. Er is een concurrentieslag gaande tussen gemeenten die steeds betere en grotere bedrijfsterreinen aanleggen, en meer en meer geld in de infrastructuur steken. Een wethouder schenkt tonnen aan een bedrijf opdat het zich maar in de buurt vestigt. Langzamerhand krijgen de ondernemers zodoende een grote vinger in de pap van de locale en provinciale politiek.

Gronings Tegengas is:


* De provincie maakt zich sterk voor een landelijk planologisch beleid komen, dat er de economische bedrijvigheid stuurt naar de plaatsen waar dat voor de samenleving als geheel het beste is.
* De provincie neemt het voortouw in het maken van afspraken tussen gemeenten om de onderlinge concurrentie bij het lokken van bedrijven te stoppen.

* Dienstverlening en schone industrie moeten de belangrijkste verschaffers zijn van de nodige extra werkgelegenheid.
* Energiekoppeling is een belangrijk uitgangspunt. Dus warmtevergende glastuinbouw dient zoveel mogelijk te komen in de nabijheid van industrie die restwarmte produceert.
* In het Eemsmond-gebied kan de nadruk komen op scheepsbouw, wanneer er tenminste daardoor geen verdere tonnage-beperkingen (en daarmee werkgelegenheid) op de bestaande werven komen.
* Om ook de rust en de ruimte van het landschap te bewaren, worden vestigingslocaties voor bedrijven meer op de bestaande terreinen geconcentreerd. Naast minder vierkante meters voor grasvelden, bloemperken, struiken en dergelijke kan dat bouwen in de hoogte of diepte betekenen.

* Zware, vervuilende industrie krijgt geen plek in de provincie. Ook aan chloorverwerkende industrie is geen behoefte, vanwege de risicoþs voor het milieu. De ethyleenverbinding naar Delfzijl kan dan ook achterwege blijven.

* Bijzondere aandacht verdient de sociale werkvoorziening. Privatisering, uitbesteding of andere vormen van de in markt plaatsen zijn een regelrechte bedreiging voor de mensen die aangewezen zijn op een baan in de WSW. De provincie en de in de werkvoorzieningsschappen deelnemende gemeenten moeten bereid zijn voldoende middelen te verschaffen om het voortbestaan van de WSW-plaatsen voor de oorspronkelijke doelgroep te garanderen.
* Een goede opleiding geeft vaak een grotere kans om aan werk te komen. De provincie stimuleert een aanbod van opleidingen die perspectief bieden op een baan. Dat houdt ook in, dat de provincie een vinger aan de pols houdt wat betreft de spreiding van VBO- en MBO-opleidingen. Concentratie van alle onderwijs in de stad Groningen is een slechte zaak.

* De þnoorderkortingþ op de aardgasprijs dient voor kleinverbruikers gegarandeerd te blijven, ook na 2007. Die korting wordt doorgegeven in een lagere gasprijs. De provincie moet zich daar nu al voor inspannen.

Landbouw

Veel boeren hebben moeite het hoofd boven water te houden. Nooit meer honger is het devies geweest van de na-oorlogse landbouwpolitiek. Er moest meer voedsel geproduceerd worden en daarvoor was schaalvergroting nodig. Maar door die schaalvergroting werd er steeds meer voedsel geproduceerd, en daalden de prijzen. Nog meer schaalvergroting was het antwoord daarop. Zo is een neerwaartse spiraal ontstaan. Daarnaast krijgt de landbouw in toenemende mate te maken met milieu- en landschappelijke eisen, en is er terecht groeiende aandacht voor het dierenwelzijn. Werden de boeren voorheen door landelijke afspraken enigszins beschermd, door de Europese eenwording en de liberalisering die daarmee gepaard gaat zal een rendabele bedrijfsvoering nog moeilijker worden.

Gronings Tegengas is :


* Geen verdere schaalvergroting in de landbouw. De landbouwpolitiek moet zo bijgesteld worden dat de bestaande gezinsbedrijven een toekomst geboden wordt. Ook als dat betekent dat landbouwproducten in prijs omhoog gaan.

* Bio-industrie moet met kracht worden teruggedrongen. Boeren moeten gestimuleerd worden over te schakelen op natuurvriendelijke of ecologische landbouw. De provincie helpt hierbij met subsidies.
* Verdere intensivering van de veehouderij moet hoge uitzondering blijven. Bestemmingsplannen met daarin mega-stallen voor varkens, kippen etc. worden afgekeurd. Een grootscheepse invasie van intensieve melkveehouderijen wijzen we af.

* Veel aandacht wordt besteed aan het ontwikkelen van beleid waarbij landbouw en natuur harmonieus samengaan.

* Er worden beschermde leefgebieden voor wild ingesteld. Boeren die hierdoor gedupeerd raken, worden schadeloos gesteld.

Verkeer en vervoer

Wie genoeg geld heeft, vliegt of treint in no time naar allerlei bestemmingen. Wie dat niet heeft, moet tegenwoordig echter steeds langer wachten op de bus naar het winkelcentrum, de school, het bejaardenhuis of het nabijgelegen dorp. Als de bus nog komt tenminste...

Vooral het gebied rond de stad Groningen raakt steeds voller met autoþs. En hoewel provincie en gemeenten in woord belijden dat de automobiliteit teruggedrongen moet worden en het openbaar vervoer verbeterd, is de praktijk anders: buslijnen worden geschrapt of verminderd en de zonering van de strippenkaart is duurder gemaakt, terwijl de ene parkeergelegenheid na de andere gerealiseerd wordt. Gemeenten hebben de neiging elkaar de loef af te steken met steeds betere parkeervoorzieningen, in de hoop klanten voor de winkels te trekken. Zo komt er van het stimuleren van openbaar vervoergebruik niets terecht.

Het experiment met collectief vraagafhankelijk vervoer (cvv) dat sinds oktober in het Oldambt loopt, blijkt nu al op veel klachten te stuiten. In plaats van op vastgestelde tijdstippen de bus te kunnen nemen, moet er nu vooraf gebeld worden. De betrouwbaarheid van het vervoer is daarmee danig afgenomen. Het cvv is geen volwaardige vervanger van het reguliere openbaar vervoer. Voor gehandicapten in de regio is er bovendien sprake van een enorme achteruitgang gebleken omdat zij hun individuele voorziening gelijktijdig moesten inleveren.

Gronings Tegengas is:


* Stimulering van het openbaar vervoer in plaats van privatisering. De provincie moet bewerkstelligen dat er een fijnmazig en goedkoop openbaar vervoersnet komt, ook in de dunbevolkte delen van de provincie.

* Geen marktwerking in (delen van) het openbaar vervoer in de provincie. Het experiment met aanbesteding waartoe onlangs is besloten wordt zo snel mogelijk stopgezet.

* Bij nieuwe woonbuurten dient onmiddellijk toegang via het openbaar vervoer gerealiseerd te worden.

* Het realiseren van goede fietsverbindingen is een belangrijke doelstelling. Gemeenten die daar niet zoveel haast mee maken, worden gestimuleerd.

* Light-rail verbindingen worden gestimuleerd. Ze zijn een milieuvriendelijke en naar verhouding goedkope vorm van vervoer. De bestaande spoorverbindingen zijn hiervoor geschikt.
* Uitbreiding van de busdiensten en ruimer maken van de afstand-per-strip. Bussen moeten ook in de vakantietijd rijden.
* Middelen voor verkeers-infrastructuur die de provincie toekent, gaan in principe naar de aanleg en verbetering van fietspaden en voorzieningen voor het ov (haltes, busbanen, etc), en naar investeringen voor verkeersveiligheid.

* Uiterste terughoudendheid geldt voor aanleg van nieuwe autowegen. Geen extra aftakking van de zuidelijke ringweg de stad Groningen (Zuidtangent).

* De proef met het 60 km regime op wegen die bij de provincie in beheer zijn, wordt snel gevalueerd; bij succes volgt uitbreiding. Te beginnen daar waar nog geen fietspaden zijn.
* De provincie blijft sterk aandringen op de Zuiderzeespoorlijn. Het Rijk dient snel met de financin hiervoor over de brug te komen.
* Er moet een passagiers-treinverbinding komen van Groningen via Veendam en Stadskanaal naar Emmen.

* Goederenverkeer kan meer dan nu over het water. De provincie Groningen beschikt over uitstekende waterverbindingen, zodat de overlast die nachtelijk treinverkeer en het vrachtvervoer over de weg met zich meebrengt beperkt kan worden.

* Vliegverkeer is als vervoermiddel duidelijk de grootste milieu-vervuiler. Baanverlenging van vliegveld Eelde is daarom uit den boze.

* Veiligheid van de fietsende (school)jeugd blijft een punt van aandacht. Initiatieven die de veiligheid kunnen verbeteren, zoals het idee van de blinking belts in Menterwolde, dienen gestimuleerd te worden.

Milieu

In de moderne samenleving wordt van alles en nog wat geproduceerd zonder dat rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het milieu. Op de vrije markt blijkt het milieu keer op keer slachtoffer van de drang tot winstmaximalisatie.
Het is tegenwoordig mode om de leefstijl van de consument aan te wijzen als hoofdoorzaak van de vervuiling en de afvalgroei, onder het motto 'een beter milieu begint bij jezelf'. Dat is onzin. Consumenten produceren geen afval, maar houden het over.
Tal van activiteiten in onze provincie hebben consequenties voor het milieu. Economische ontwikkeling, vervoer, bouw van woningen, landbouw: overal kunnen spanningen ontstaan met de kwaliteit van het milieu.

Gronings Tegengas is:


* De chte vervuiler betaalt. Bodem-, lucht- en waterverontreinigende bedrijven moeten meer bijdragen aan saneringsmaatregelen. Burgers mogen niet opgezadeld worden met kosten -via de verontreinigingsheffing- voor het zuiveren van industrieel vervuild water.

* Een brongerichte aanpak van de groeiende vervuiling en afvalberg is beter dan de burgers aansprakelijk te stellen. In productieprocessen moet steeds de meest milieuvriendelijke methode gehanteerd worden.

* Bedrijven die het milieu zwaar belasten in verhouding tot het maatschappelijk nut van het product dat ze maken, worden geweerd.
* Duurzaam energiegebruik en energiebesparende maatregelen moeten worden gestimuleerd.

* De provincie neemt het initiatief voor een asbestverwijderingsplan. Daartoe wordt in samenwerking met gemeenten, bedrijven en corporaties een inventarisatie gemaakt van as- besthoudende gebouwen.

* Aan chloorverwerkende industrie hebben we geen behoefte. De ethyleenleiding naar Delfzijl kan dan ook achterwege blijven.
* Controle op de naleving van milieuwetgeving dient verscherpt te worden.

* Geen ondergrondse opslagplaatsen voor chemisch of radioactief afval.

* De provincie neemt stelling tegen Duitse þEms- sperrwerkþ.
* Windenergie is belangrijk. Vanwege landschapsvervuiling moeten windmolens echter beperkt blijven tot enkele windmolen-parken, bijvoorbeeld bij de Eemshaven. Geen los in het landschap staande windturbines.

* Ten gevolge van de Europese eenwording dreigt het gevaar van het grootschalig slepen met afval. Commercile afvalverwerkers zullen op zoek gaan naar de goedkoopste stort- en
verbrandingsgelegenheden. De provincie doet wat mogelijk is om dit te voorkomen.

Welzijn

Aan de manier waarop een samenleving omgaat met mensen die hulpbehoevend zijn, meet je het beschavingspeil af. In Nederland kun je als zieke met veel geld zoþn beetje alles gedaan krijgen in particuliere klinieken en verpleeghuizen. Maar als je ziek bent en weinig geld hebt, dan is er een probleem. Deze tweedeling is een van de meest schrijnende gevolgen van de marktwerking in de gezondheidszorg. Rijke mensen leven nu al gemiddeld drie-enhalf jaar langer dan arme, en blijven twaalf jaar langer gezond. En deze verschillen nemen nog steeds toe.
In onze provincie is vooral de situatie in de verzorgingshuizen beneden alle peil. De wachtlijsten en -tijden zijn enorm, het beschikbare budget per bewoner is met afstand het laagste van Nederland waardoor zorg en privacy onvoldoende zijn, en veel zorgtaken worden noodgedwongen uitgevoerd door mensen die er niet voor gekwalificeerd zijn. Van een menswaardig bestaan van de bewoners kan in een aantal situaties nauwelijks nog gesproken worden. Het rijk, als eerstverantwoordelijke voor de verzorgingshuizen, laat het afweten. Ook de thuiszorg staat onder grote druk. De medewerkers krijgen steeds minder tijd per zorgbehoevende, zodat er van daadwerkelijke zorg weinig meer overblijft. Het gevolg hiervan is dat mensen sneller uit huis moeten. En voor de instellingen zijn al zulke lange wachttijden...

Gronings Tegengas is:


* Het budget voor ouderenzorg in de provincie moet drastisch omhoog. De provincie zet zich daar optimaal voor in.
* De provincie stelt ook e¡gen middelen ter beschikking voor het terugdringen van de wachtlijsten voor de verzorgings- en verpleeghuizen en verhoging van het zorgbudget per bewoner.
* Terugdringen van wachtlijsten dient ook voortvarend ter hand genomen te worden bij de dag-opvang van gehandicapten. Het kan niet zo zijn dat -vooral in Oost Groningen- mensen jaren thuis moeten zitten alvorens geplaatst te kunnen worden.
* Preventieve gezondheidszorg via bijvoorbeeld schoolartsen en
-tandartsen moet meer gestimuleerd worden.
* Ook voor de jeugdzorg moet meer geld vrijgemaakt worden, zodat de provincie voorzieningen voor jongeren dan mee kan subsidiren. Dit is preventief beleid. In veel gemeenten ontbreken de geringste spoortjes van voorzieningen voor jeugd: jeugd- en jongerencentra, speelplekken etc. Bij de inrichting hiervan dienen jongeren zelf betrokken te worden.

* Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn belangrijk. Het mag echter niet zo zijn, dat vanwege bezuinigingen werk dat voorheen door betaalde, gekwalificeerde mensen gedaan werd overgenomen moet worden door vrijwilligers.

* Voorkomen worden dat tengevolge van fusies van welzijnsinstellingen er zorgbureaucratie ontstaat, waarin mensen verloren raken in een terug- en doorverwijs circuit. De menselijke maat, een persoonlijke benadering, moet in het welzijnswerk voorop staan.

* De provincie moet een cordinerende rol spelen bij het gemeentelijk beleid rond armoedebestrijding en gehandicaptenvoorzieningen. Doel daarbij moet zijn het wegwerken van de absurde verschillen tussen de gemeenten en het optimaliseren van de voorzieningen.
* Kwijtschelding van waterschapslasten en verontreinigingsheffing moet volgens de maximaal toegestane normen.

Cultuur en sport

De vercommercialisering en veramerikanisering van de samenleving leidt tot een ernstige verschraling van onze cultuur. Niet de culturele, maar de economische waarde van kunst en cultuur wordt in toenemende mate bepalend voor het aanbod. Er is -net als in de topsport- sprake van een dolgedraaide kunst-top waarin miljoenen omgaan, die elders node gemist worden. Amateurverenigingen moeten immers vaak de dubbeltjes bijelkaar zien te schrapen.
Vanwege hoge entreeprijzen wordt cultuur een elitaire aangelegenheid. Tentoonstellingen in bijvoorbeeld het Groninger Museum zijn nauwelijks meer te betalen voor mensen met weinig geld, grote spraakmakende concerten ook niet.

Gronings Tegengas is:


* Actieve stimulering van kunst en cultuur, zonder dat economische motieven een rol spelen. Kunst heeft immers een waarde op zich.
* Zoveel mogelijk mensen moeten in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur. Daarom wordt er gezorgd voor spreiding van het cultuuraanbod over de hele provincie, waarbij ook de streekgebonden cultuur voldoende tot zþn recht komt.
* De subsidies voor amateurkunst en voor incidentele projecten worden verhoogd.

* De provincie stimuleert dat er voldoende, regionaal gespreide, atelier-, tentoonstellings- en repetitieruimten komen.
* De provincie doet zoveel mogelijk om ook grote culturele manifestaties toegankelijk te maken voor mensen met een laag inkomen.

* Er worden initiatieven ontwikkeld tegen de þontlezingþ in de maatschappij.

* Kwaliteitsverbetering van streekgebonden musea.
* Breedte-sport verdient nadrukkelijker de aandacht. Daarentegen dienen subsidies voor topsport niet te snel verleend te worden. Een nieuw te bouwen stadion voor FC Groningen bijvoorbeeld zal het zonder provinciale subsidie moeten doen.

Onze mensen

1. Hennie Hemmes (Oude Pekela)
2. Corrie Sciacca (Spijk)
3. Balt Lenders (Hoogezand)
4. Emile Haan (Winschoten)
5. Fred Bommezijn (Delfzijl)
6. Irene Bulk (Groningen)
7. Rosita van Gijlswijk (Groningen)
8. Theo Bakker (Groningen)
9. Peter Verschuren (Groningen)
10. Hero Hofman (Finsterwolde)
11. Geert Wanders (Stadskanaal)
12. Marianne Langkamp (Groningen)
13. Martie Albronda (Haren)
14. Gerrie Dol (Leek)
15. Pieter Wijma (Groningen)
16. Jan van der Heide (Groningen)
17. Marja Grelling (Hoogezand)
18. Joop Rengers (Wildervank)
19. Dina Nonkes (Stadskanaal)
20. Jelle Hoekstra (Groningen)
21. Truus Krook (Zuidwolde)
22. Jannes Smit (Winschoten)
23. Rita Mekkering (Uithuizen)
24. Gina de Boer (Veendam)
25. Titus Horneman (Grijpskerk)
26. Petra Keur (Bellingwolde)
27. Egon van Enk (Kloosterburen)
28. Gepko Blaauw (Nieuwolda)
29. John Groen (Bedum)
30. Aaltjo Kerbof (Holwierde)

Deel: ' Programma SP Groningen voor Statenverkiezingen 3 maart 1999 '




Lees ook