Erasmus Universiteit Rotterdam

30 september 1999

Bezorgdheid om leescultuur is eenzijdig

De huidige bezorgdheid om de afname of zelfs het verdwijnen van het lezen is ingegeven door een overwaardering van de westerse schriftcultuur. Deze is een eenzijdige benadering van het lezen. Het lezen is door de eeuwen altijd al van karakter veranderd en zal dat ook in de toekomst doen.

Tot deze conclusie komt Jan Hendrik Bakker in de filosofische studie 'Tijd van lezen. Transformatie van de literaire ruimte'. Hij verdedigt zijn proefschrift op donderdag 30 september 1999 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De beleving van literatuur is volgen de promovendus een vergelijkbaar lot beschoren. De literaire verbeelding is niet alleen gebonden aan het gedrukte boek, maar speelt een belangrijke rol in zowel de mondelinge omgang tussen mensen als in de elektronische multimedia.

De tijd heeft lezen niet ongemoeid gelaten. Plato stond op de grens van een schriftloze en geletterde cultuur. Tweeënhalfduizend jaar later verkeert de mens opnieuw in een overgangstijd, dit keer tussen een geletterde en een digitale cultuur.

Bakker richt zich in zijn proefschrift op de grote veranderingen die zich voorgedaan hebben in de beleving van het woord. Hij presenteert een theorie over de relatie tussen taal, verbeelding en werkelijkheid en zet vervolgens uiteen hoe het gevonden patroon vanaf de pre-Socratische tijd, toen het schrift nog nauwelijks bestond, tot heden sterke wisselingen heeft ondergaan. Veel van deze vormen zijn ook in het huidige leven nog terug te vinden.

De veranderingen van de literaire wereld zijn het directe gevolg van de wijze waarop de taal tot ons komt: als gesproken woord, als handgeschreven tekst, als gedrukt boek of in de massa- en multimedia. Verlies aan culturele zingeving is daarbij onvermijdelijk, aldus de promovendus. Daar tegenover staat echter ook winst. Zo heeft de gedrukte literatuur grote betekenis gehad voor de individuele verbeeldingskracht van de lezer, waar de elektronische media weer het dialogische karakter van de oude orale vertelvormen verder ontwikkelen. Te denken valt aan de functie van e-mail in zogenaamde `cybersoaps', waar `lezers' direct mee kunnen doen met de plotontwikkeling.

Bakker voorziet overigens wel dat de geschreven literatuur het steeds moeilijker zal krijgen zich te handhaven in een hoogontwikkelde informatiecultuur. In een korte beschouwing over de `lezende en de zappende mens' betoogt hij echter dat deze twee stijlen van verbeelden elkaar zeker niet uit hoeven te sluiten.

Promotor: prof.dr. J. de Mul

Deel: ' Promotie Bezorgdheid om leescultuur is eenzijdig '




Lees ook