Wageningen Universiteit

Persbericht Wageningen Universiteit

21 mei 2002, nr. 036

Boerinnen moesten vooral geen tweede boer worden

Het landbouwonderwijs vormde vanaf het einde van de negentiende eeuw één van de belangrijkste pijlers onder het landbouwbeleid. Alle generaties en standen moesten via onderricht zo snel mogelijk vertrouwd raken met de nieuwste inzichten en kennis op landbouwgebied. Voor de boerinnen van de toekomst werd een speciale vorm van landbouwonderwijs ontwikkeld. Vrouwen werden met nadruk opgeleid tot boerin, met eigen landbouwtaken en zorgtaken voor huishouden en gezin. Dit blijkt uit het proefschrift 'Geen tweede boer'; waarop historicus Margreet van der Burg dinsdag 28 mei promoveert bij Wageningen Universiteit. Het is de eerste omvangrijke historische studie waarin de Nederlandse landbouwpolitiek vanuit genderperspectief wordt benaderd.

Aan de hand van de geschiedenis van het incidentele zuivelvakonderwijs (vanaf 1890) en het structurele landbouwhuishoudonderwijs (vanaf 1909), behandelt Van der Burg het politieke spel van de betrokken actoren en hun veranderende denkbeelden over de bijdrage van vrouwen aan de landbouw, de (regionale) identiteit van de boerenstand en het plattelands-leven. De beroepsidentiteit van 'boerin' bleef in de onderzochte periode strikt afgebakend van die van 'boer'. Een boerin had haareigen landbouwtaken en was hoofdverantwoordelijke voor huishouden en gezin. In het verlengde hiervan kwam naast landbouwmodernisering ook plattelandsontwikkeling hoog op de onderwijsagenda te staan. Dat schiep ruimte om het vakonderwijs langzaam uit te breiden naar algemeen onderwijs voor alle meisjes en vrouwen op het platteland. Tevens vormde dit onderwijs de bakermat voor een wijdvertakt netwerk dat een combinatie van vrouwen-, landbouw- en plattelands-belangen behartigde.

In haar onderzoek brengt Van der Burg ook een aantal 'vergeten' mannen en vrouwen voor het voetlicht die voor de belangen van vrouwen op het platteland opkwamen. Mienette Storm-van der Chijs (1814-1895) trad als eerste vrouwelijke spreker op tijdens de landbouw-congressen van haar tijd. Behalve met haar landbouwkundige bijdragen oogstte zij applaus met gloedvolle pleidooien voor de verbetering van de arbeids- en scholings-mogelijkheden voor vrouwen in de landbouw. Theda Mansholt (1879-1956), tante van de latere landbouw-minister en eurocommissaris, streefde als directrice van de opleiding voor landbouw-huishoud-leraressen een brede maatschappelijke invulling van het boerinschap na. In haar lezingen stimuleerde zij boerenvrouwen zich in vakverenigingen te organiseren. Ook van bekende landbouwvoorlieden, zoals bijvoorbeeld W.C.H. Staring, J.P. Amersfoordt en S.L. Louwes, komen 'vergeten' uitspraken en activiteiten aan bod.

NOOT VOOR DE REDACTIE
De promotie van drs. Margreet van der Burg vindt plaats op dinsdag 28 mei,
promotor is prof.dr. A.M. van der Woude (agrarische geschiedenis). Het proefschrift 'Geen tweede boer - Gender, landbouwmodernisering en onderwijs aan plattelandsvrouwen in Nederland, 1863-1968' is tevens verschenen in een handelseditie. Illustraties zijn op verzoek verkrijgbaar. Meer informatie: Gert van Maanen, wetenschapsvoorlichter, tel. 0317-485003.

Behandeld door: Stafafdeling Communicatie en Marketing, Gert van Maanen, wetenschapsvoorlichter, tel. 0317-485003.

Deel: ' Promotie Boerinnen moesten vooral geen tweede boer worden '




Lees ook