Rijks Universiteit Groningen


Grenzen aan macht


Datum en tijd maandag 15 maart 1999, 14.15 uur
Promovenda L.M. van Hijum

Proefschrift Grenzen aan macht. Aspecten van politieke ideologie aan de hoven van Bourgondische en Bourgondisch- Habsburgse machthebbers tussen 1450 en 1555

Promotor prof.dr. A.J. Vanderjagt

Faculteit wijsbegeerte

Plaats Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Mevrouw Van Hijum (Kantens, 1970) studeerde kunstgeschiedenis in Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de vakgroep Geschiedenis van de filosofie en metafysica van de RUG, binnen de onderzoekschool COMERS. Van Hijum is momenteel werkzaam bij het Sandberg Instituut in Amsterdam waar zij onderzoek doet naar nut en effecten van de tweede- faseopleidingen kunst-onderwijs in Nederland.

Lisa van Hijum onderzocht de politieke ideologie aan de hoven van Bourgondische en Bourgondisch-Habsburgse machthebbers tussen 1450 en 1555. Rond 1450 had de leer van de goddelijke, hierarchische ordening van de maatschappij zowel ideologisch als in de politieke praktijk veel terrein verloren. Van Hijum schetst in haar proefschrift een beeld van de verschillen in de politieke ideologie van deze machthebbers en hun hieruit voortvloeiende benadering van deze leer. Ze bestudeerde hiervoor staats-theoretische geschriften, vorstenspiegels, (opvoedkundige) tractaten, redevoeringen, dialogen en brieven van Bourgondische en Bourgondisch-Habsburgse machthebbers. Deze werden voor hen vertaald of geschreven. Het blijkt dat zowel Filips de Goede als Karel de Stoute streefden naar een onafhankelijk rijk tussen Frankrijk en Duitsland. Bovendien was het Karels doel om gekroond te worden tot Rooms koning. Om deze ambitie te vervullen diende zijn machtspositie te worden versterkt. Karel de Stoute liet daarom de auteur George Chastelain schrijven dat Karel zijn macht direct van God kreeg. Daarmee doorbrak Karel de leer van de goddelijke, hierarchische ordening van de maatschappij, die stelde dat de vorst zijn macht niet direct van God, maar via de paus kreeg. Ook Maximiliaan I meende dat hij zijn macht direct van God kreeg. Onder het bestuur van Filips de Schone is het loslaten van de leer van de goddelijke, hierarchische ordening van de maatschappij minder duidelijk aanwijsbaar dan onder het bestuur van Karel de Stoute en Maximiliaan I. Karel V ten slotte aanvaardde wel de leer, maar zag zichzelf door de politieke situatie genoodzaakt zijn machtspositie te benadrukken. "Mijn onderzoek biedt inzicht in de argumenten die machthebbers hanteren om hun macht te vergroten.", zegt Van Hijum. "Om de machthebbers die ik behandel in mijn proefschrift hangt een aura van onaantastbaarheid. Dit heeft te maken met het gegeven dat vanuit het middeleeuwse wereldbeeld aanvaard werd dat zij hun macht, via de paus, van God kregen." De beslissingen die machthebbers toentertijd namen konden ze altijd legitimeren door een beroep te doen op het feit dat zij hun macht van God hadden gekregen, en dat de beslissingen die zij namen door God waren gewild. Van Hijum: "Godsdienst en het voeren van politiek hadden dus alles met elkaar te maken. Dit geldt in onze tijd ook voor een land als Iran."

Nadere informatie: Dienst Interne en Externe Betrekkingen, tel. (050)363 54 46

Deel: ' Promotie Bourgondische politieke ideologie van 1450 - 1555 '




Lees ook