Rijks Universiteit Groningen


Nummer 73

1 juni 1999

Positieve houding vertaalt zich niet in toenemend aantal telewerkers

CHEF DRAAGT BIJ AAN FILEPROBLEEM

Tele- of thuiswerk kan een essentiële bijdrage leveren aan het terugdringen en spreiden van het autogebruik. En veel forensen spreekt deze werkvorm ook wel aan. Toch zijn er maar weinig die er daadwerkelijk aan beginnen. Met name bij leidinggevenden bestaat weerstand tegen de invoering van deze maatregel, waardoor zij ongewild bijdragen aan het fileprobleem. "De kloof tussen intentie en gedrag is doorgaans groot," zegt drs. Henk Spittje, "daarom staat het nog te bezien of tele- en thuiswerk op grote schaal zal worden ingevoerd". Spittje promoveert op 7 juni 1999 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ter verklaring van het geringe aantal telewerkers voert Spittje verder aan dat de autoforens ook geleerd heeft de verkeerschaos positief te waarderen. "Ze beschouwen het oponthoud in een of meerdere files als een moment voor zichzelf, als een rust, waarin ze niet lastiggevallen worden door werkgever of familie."

Effectief en efficiënt

Telewerkende autoforensen verplaatsen zich minder vaak, vertonen filevermijdend gedrag en leggen bovendien minder kilometers af. Spittje: "Als twee miljoen Nederlanders één dag per week zouden tele- of thuiswerken, dan zou dit theoretisch een reductie van de automobiliteit kunnen betekenen van maar liefst 38 miljoen kilometer per werkweek. Uitgedrukt in tijd betekent dit een besparing van zo'n 635.000 uur per werkweek. Tele- en thuiswerken kunnen we beschouwen als één van de meest effectieve en wellicht ook meest efficiënte congestiemaatregelen die op het ogenblik voorhanden is." Het onderzoek van Spittje wijst op nog een voordeel van telewerken. Door de maatregel wordt de productiviteit van de werknemer groter, want telewerkers ruimen ook buiten kantoortijd tijd in voor hun werk.

Vijfde plaats

Om de maatschappelijke acceptatie van telewerken te onderzoeken, heeft Spittje een enquête gehouden onder 936 automobilisten, 436 op de A10 (Amsterdam) en 500 op de A28 (Groningen). Bij de automobilisten kon thuiswerken op de lijst met maatregelen ter bestrijding van het huidige mobiliteitsprobleem op meer bijval rekenen dan maatregelen die gepaard gaan met een lastenverzwaring. Daaronder vallen bijvoorbeeld het verhogen van de brandstofprijzen, houderschapsbelasting, rekeningrijden en tol heffen. Op de lijst van positief stimulerende maatregelen staat tele- en thuiswerken op de vijfde plaats. Populairder zijn een beter en goedkoper openbaar vervoer, flexibele werktijden en carpoolen. Het merendeel van de mensen die op kantoor werken, gaf aan zelf enkele dagen of dagdelen thuis te willen werken.

Leidinggevenden

Dat deze positieve houding niet wordt vertaald in de praktijk, komt vooral door het karakter van de functie, de werkomgeving; de collega's en de chef. Spittje: "Het zijn ditmaal niet zozeer de autoforensen die hun gedrag zouden moeten aanpassen. Dat zouden vooral de leidinggevenden moeten doen van de bedrijven waar de mogelijkheid bestaat tot thuiswerken. Zij dienen doordrongen te worden van het feit dat deze werkvorm niet alleen maatschappelijke voordelen met zich mee kan brengen, maar ook de overheadkosten kan drukken en de productiviteit van de werknemer met gemiddeld zeventien procent doet toenemen." Met name hoger opgeleiden werken doorgaans enkele dagdelen of dagen per week thuis. Zij kunnen veelal hun eigen werktijd en werklocatie bepalen. Als reden voor hun thuiswerken noemen de hoger opgeleiden onder meer de rust, concentratie en flexibiliteit die ze thuis ondervinden.

Curriculum vitae

Spittje (Groningen, 1960) was van 1980-1981 medewerker van Defensie/NATO in het buitenland en van 1982-1992 voorlichter bij Rijkswaterstaat. In 1992 voltooide hij zijn studie sociologie, waarna hij als zelfstandig ondernemer aan de slag ging. Hij zet zich in als adviseur in arbeid- en organisatorische aspecten, communicatiewetenschappen en verkeer en vervoer. De titel van zijn proefschrift is: De invloed van tele-/thuiswerk op het activiteitenpatroon en het verplaatsingsgedrag. Van synchronisatie naar flexibilisatie? Groningen, 1999. ISBN 90-9012720-8. Promotores van Spittje zijn prof.dr. J.A. Rothengatter en prof.dr. J.E. Ellemers.

Deel: ' Promotie Chef draagt bij aan fileprobleem '




Lees ook