Technische Universiteit Delft

donderdag 26 augustus 1999, jaargang 31 nummer 24

Harde feiten ontbreken in discussie over bio-energie

De energierekening van een tarwekorrel

Na jaren experimenteren zijn de opbrengsten van bio-energie nog steeds onduidelijk. Wishful thinking en politiek vertroebelen de onderzoeksgegevens. Een nieuwe analysemethode moet hier helderheid scheppen.

De olieputten staan nog lang niet droog, maar eens houdt het op met de fossiele brandstoffen. Om onze afhankelijkheid van eindige energie te verkleinen, wil de overheid in de toekomst meer duurzame bronnen aanboren. Tien procent in het jaar 2020, is de bedoeling. Een deel daarvan moet uit biomassa komen. Brandstofwinning uit landbouwgewassen bijvoorbeeld, waarmee de term olieboer opeens een geheel nieuwe invulling krijgt.

Maar wat de diverse gewassen nu eigenlijk aan energie opleveren is vooralsnog onduidelijk. ,,Bio-energie is een volledig gepolitiseerd thema geworden, waarbij kennis nauwelijks een rol lijkt te spelen'', stelt drs. Sip de Vries. Als secretaris van OBL, een landelijke groep die de ontwikkeling van bio-alcohol behartigt, ontdekte De Vries dat de informatievoorziening over bio-energie veel te wensen overlaat.

,,Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe verschillend de uitkomsten zijn. Die lijken soms meer gebaseerd op wishful thinking dan op meetgegevens. In beleidsstukken staat dan dat de opbrengst van een bepaald gewas in tien jaar is gehalveerd. Maar uiteindelijk blijkt dat de geprojecteerde opbrengsten voor die periode gewoon twee keer te hoog zijn ingeschat. Vandaar die zogenaamde halvering. Deze manier van werken is exemplarisch voor het onderzoek dat op dit gebied wordt uitgevoerd.''

De bestudering van bio-energie heeft de kernvragen van het vakgebied nog niet kunnen beantwoorden, meent de onderzoeker. Hoe haalbaar is bio-energie, welke gewassen komen het meest in aanmerking, en hoe kan het het beste worden opgewekt? Zolang er geen goede methode is om deze vorm van energiewinning in kaart te brengen, heeft het stellen van deze vragen geen zin.

De gangbare analyses schieten volgens hem namelijk danig tekort. Slechte onderbouwing is het grootste manco. ,,Dat is door iedereen in de literatuur te constateren. Daar vind je allerlei rare ranges waar je nog alle kanten mee op kunt. Voor de omzetting van tarwezetmeel in alcohol kom je bijvoorbeeld rendementen tegen die variëren van vijftig tot zeventig procent. Dat zou net het verschil kunnen uitmaken tussen te duur en economisch haalbaar.'' Een situatie die partijdige rapporteurs natuurlijk goed uitkomt: elke voor- of tegenstander van bio-energie kan zo cijfers vinden om zijn standpunt hard te maken. ,,Kun je nagaan hoe beleidsgestuurd dit soort onderzoek eigenlijk is.''

Balans

Aangezien hij is opgeleid als econoom, kon De Vries wel zien dat veel onderzoeken maar wat aanknoeien met hun energetische boekhouding. Belangrijke posten worden genegeerd of verkeerdverrekend, waardoor de kosten en baten kant noch wal raken. ,,Op het moment dat je bio-energie opwekt, heb je te maken met verschillende materiaalstromen. Die vertegenwoordigen een bepaalde hoeveelheid energie, maar worden bij het gangbare onderzoek vaak buiten beschouwing gelaten. Maar je kunt die stromen niet los van elkaar zien. Het één veronderstelt het ander. Production is joint production.''

In zijn proefschrift, dat hij op 7 september zal verdedigen, presenteert hij een methode die wel tot kloppende balansen moet leiden. Als case bekeek hij een aantal processen om energie uit tarwe te winnen.

Om deze rekenpartij tot een goed einde te kunnen brengen, had hij echter kennis van buiten nodig. Voor verantwoord rekenwerk was ten eerste een gedegen chemische analyse van tarwe nodig. De Vries: ,,Meten is weten, hè? Het gaat erom dat je ontiegelijk helder maakt van welke samenstelling je uitgaat. Dat expliciteren is altijd nodig om je werk controleerbaar te maken. Ja, het lijkt zo logisch. Maar in dit vakgebied gebeurt dat meestal niet.''

Zo kwam hij uiteindelijk in Delft terecht. De chemische expertise vond hij bij dr.ir H.J. van der Kooi, die bereid was de tarwekorrel tot in detail te ontleden. Daarna nam De Vries vier verschillende manieren onder de loep om energie uit tarwe te winnen. Het verschil met de door hem gelaakte onderzoeken is dat hier een gedegen procesanalyse aan ten grondslag ligt. Of de tarwe nu direct vergast wordt, of pas na omzetting in bio-alcohol elektriciteit mag opwekken, geen molecule verdwijnt nog ongezien door de schoorsteen.

,,Met zo'n analyse kun je ook onderzoeken hoe asvormende componenten bij vergassing meespelen'', verklaart De Vries. ,,Dat aspect is altijd volkomen genegeerd. Maar de samenstelling van het as kan al bepalen of een proces economisch haalbaar is of niet. Als je tarwe direct verbrandt, moet je bij 350 graden Celsius bijvoorbeeld oppassen dat er geen condensatie van vliegas plaatsvindt. Dat is funest voor zo'n apparaat.''

Accijns

De promovendus ziet de procesanalyse echter vooral als een verfijnd middel om de kosten toe te rekenen. Zo worden alle materiaalstromen van een eenduidig vastgesteld prijskaartje voorzien, verliesposten incluis. Exergy based cost price accounting (ECB) luidt de prozaïsche naam van deze werkwijze. En ECB heeft nog meer voordelen.

,,De overheid wil co2-belasting gaan heffen, maar zit met de vraag hoe je die moet toewijzen. Met deze methode kun je de productie van koolstofdioxide vrij snel koppelen aan producten. Ook problemen van economische aard zijn er makkelijk mee in beeld te brengen. Je kunt er bijvoorbeeld mee vaststellen of een oliemaatschappij zijn prijzen kunstmatig hoog houdt.''

De Vries vervolgt: ,,Zelf beweren ze dat ze maar een bescheiden winstje maken. Daarbij vestigen ze altijd de aandacht op de opbouw van de benzineprijs. Hun klassieke tegenwerping is dan dat de accijnzen gewoon te hoog zijn. Zolang je in die discussie het totale productieproces negeert, is dat een loze opmerking. Production is joint production tenslotte: benzine is niet het enige product van een raffinaderij. Maar hoeveel winst ze maken op stookolie, kerosineof smeermiddelen zeggen ze er nooit bij. Het kostenplaatje is hierdoor verre van compleet.''

Dat ECB ook gebruikt kan worden voor het vaststellen van dit soort analyses, bewijst de flexibiliteit van de methode. Toepassingen genoeg dus, ook buiten de bio-energie. De Vries is hier duidelijk tevreden over. ,,Da's de grap van deze methode. Daarom vertel ik nu ook veel enthousiaster over dit onderzoek dan aan het begin. Maar schaduwprijzen moet je heel genuanceerd hanteren. Het is niet de bedoeling de marktprijzen te dicteren.''

Het leven als Delfts onderzoeker beviel De Vries goed, evenals de ondersteuning van de TU. Tegelijkertijd relativeert hij het promotiecircus waarvan hij nu deel uitmaakt.

,,In Nederland is er nu eenmaal weinig waardering voor titels'', zegt hij hierover. ,,Zeker in het bedrijfsleven is een doctorstitel niet altijd een pre. Ga eerst maar eens wat doen, zeggen ze dan. Nee, voor mij is het resultaat in de eerste plaats een mooi boek.'' Maar hij zal zijn aantrekkelijk vormgegeven proefschrift niet gaan pushen. ,,Je kunt je boek wel in de winkel leggen met een bord 'Hier is De Waarheid' erbij, maar dat werkt niet. Ik heb ervaren dat je goede zaken beter op hun beloop kunt laten. Dan vinden ze vanzelf hun weg wel.''

Ralph Oei


Delta Online van donderdag 26 augustus 1999

© 1999 Redactie Delta

Deel: ' Promotie De energierekening van een tarwekorrel '




Lees ook